Ons’ Lieve Heer blijft op solder

Dit artikel had een pleidooi moeten worden voor het voortbestaan van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder. De actualiteit haalde dat idee echter in. Dankzij steun van de gemeente lijkt het op één na oudste museum van Amsterdam gered.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

De schrik sloeg cultuur- en geschiedenisliefhebbers onlangs om het hart toen bleek dat sluiting dreigde voor het museum. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) maakte bekend de aangevraagde vierjarige subsidie niet uit te keren. En dat ondanks een positief advies. Maar, zo stelde het fonds, er was simpelweg geen voldoende budget. Het besluit betekende volgens het museum dat het de deuren zou moeten sluiten.

Enkele burgers startten daarom een petitie waarin ze wethouder Touria Meliani (Kunst en Cultuur) opriepen de subsidie alsnog toe te kennen. Die werd 15.890 keer ondertekend. En niet zonder succes: de wethouder schreef deze week in een brief aan de gemeenteraad van Amsterdam dat Ons’ Lieve Heer op Solder alsnog subsidie moet krijgen.

Het college van burgemeester en wethouders stelt in de brief voor het museum toe te voegen aan de Amsterdamse basisinfrastructuur (Amsterdam Bis) 2021-2024 als instelling op naam. Amsterdam Bis is een lijst met een instellingen die rechtstreeks financiële steun krijgen van de gemeente. Opname daarin betekent dat het museum ook de komende vier jaar verzekerd is van subsidie. De gemeenteraad moet er nog wel over stemmen. Dat doet ze eind september.

De wethouder noemt Ons’ Lieve Heer op Solder een uniek museum, en dat is niet heel overdreven. Vanaf de buitenkant lijkt het pand aan de Oudezijds Voorburgwal een huis zoals vele andere aan de Amsterdamse grachten. Wie niet beter weet zou niet kunnen vermoeden dat er op de bovenste etage – de zolder dus – een volledige katholieke kerk huist.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Detail van het orgel.

En dat was ook exact de bedoeling van Jan Hartman (1619-1668), toen die de kerk liet bouwen. De rijke uit Duitsland afkomstige koopman was katholiek, maar tussen 1648 en 1795 was het in de gehele Republiek der Verenigde Nederlanden verboden om katholieke erediensten te houden. Nadat de katholieke Spanjaarden waren verjaagd, kregen de protestanten het voor het zeggen. En die namen alle katholieke kerken over. Her en der verrezen daarom zogeheten schuilkerken: verborgen kerken, niet zelden ondergebracht in woningen.

Hartman kocht het grachtenhuis aan de Oudezijds Voorburgwal in 1661 en ging daar met zijn gezin wonen op de onderste verdiepingen. Tevens verwierf hij de twee erachter liggende panden. De bovenste verdiepingen daarvan liet hij verbinden met die van zijn woning om ruimte te maken voor de kerk. Het protestantse stadsbestuur gedoogde de zolderkerk. Katholieke Amsterdammers mochten de mis niet in het openbaar vieren, maar wel in huiselijke kring.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Kamer in de woning van Jan Hartman.

Biechtkamer.

Bedstee.

Sinds 1888 vormen de drie huizen samen Museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Het is het op één na oudste museum van Amsterdam; alleen het Rijksmuseum is ouder. Inmiddels bestaat het museum overigens uit vier huizen: het huis naast Hartmans voormalige woning doet sinds 2015 dienst als entreegebouw.

In dat jaar heropende het museum na een zes jaar durende restauratie en verbouwing. In het entreegebouw huizen sindsdien een winkel, café, expositiezaal, garderobe en een educatieve ruimte. Een ondergrondse doorgang voert de bezoekers naar de woningen van Hartman en Petrus Parmentier, de eerste priester van de schuilkerk.

Een rondgang door de verbonden gebouwen brengt de bezoekers terug naar vervlogen jaren. In de historisch ingerichte woonvertrekken en keukens lijkt de tijd stil te staan. Slechts de elektrische verlichting verraadt dat we niet zijn teruggereisd naar de zeventiende eeuw.

In deze huizen woonden geen arme mensen, getuige de fraaie meubelen en kostbare schilderijen in enkele kamers. Al is een bedstee wellicht niet direct een slaapplek die we met de rijken der aarde associëren. Maar ook die laat zien hoe mensen ooit woonden. Alle vertrekken samen maken van het museum één grote tijdscapsule. De geschiedenis komt hier weer tot leven.

Meer musea hebben historische stijlkamers, dus dat maakt het museum niet direct bijzonder. Maar voor zover mij bekend bestaat er geen enkel ander museum waarin een complete kerk huist. En dat verhoogt de geschiedkundige waarde dusdanig dat het belangrijk is dat Ons’ Lieve Heer op Solder blijft. Het museum leert de bezoeker dat er ook in Europa ooit religies verboden waren. En dat achtergestelde gelovigen altijd wel manieren vinden om hun geloof toch te kunnen belijden.

En het is niet zomaar een klein schuilkerkje. Nee, Ons’ Lieve Heer op Solder is een volwaardige kerk, met alle pracht en praal die horen bij een katholieke variant. Een van de blikvangers is het metershoge altaar met marmeren zuilen, ‘gouden’ beelden en andere rijkelijk versierde ornamenten. Aan weerszijden van het orgel blazen engelen de gouden loftrompet. En uiteraard komen beeltenissen van Jezus en Maria voorbij, in sculpturen en diverse schilderijen.

Glas-in-lood-ramen ontbreken om begrijpelijke redenen, maar verder doet niets in het interieur vermoeden dat dit een kerk in een woning is. Het is een opvallend diepe en hoge gebedsruimte, met op drie verdiepingen zitplaatsen voor gelovigen. Menig huidige officiële kerk zou er jaloers op zijn.

Museum Ons’ Lieve Heer op Solder, Oudezijds Voorburgwal 38, Amsterdam

Share