Lichte zeden en de actrice

Een mooie jonge vrouw zit in een Parijs café. Met een sigaret in haar linkerhand kijkt ze dromerig voor zich uit. Voor haar op tafel staat een glas met daarin een pruim, gedoopt in de brandewijn. Ze is van goede komaf, getuige haar elegante hoed en roze jurk. Of is ze toch een prostituee, zoals haar aanwezigheid in de expositie Lichte zeden in het Van Gogh Museum doet vermoeden?

Door: Evert-Jan Pol

 

Édouard Manet (1832-1883), De pruim of Pruimenbrandewijn, 1878, olieverf op doek, National Gallery of Art, Washington.

Édouard Manet (1832-1883), De pruim of Pruimenbrandewijn, 1878, olieverf op doek, National Gallery of Art, Washington.

 

In samenwerking met Musée d’Orsay besteedt dat museum aandacht aan de verbeelding van prostitutie in de Franse kunst in de periode 1850-1910. Het is voor het eerst dat dit onderwerp in een grote tentoonstelling aan bod komt. Lichte zeden is thematisch ingedeeld in vier hoofdstukken: Onzekerheid en dubbelzinnigheid; Pracht en praal van de courtisanes; In het bordeel: van afwachten tot verleiden en Uitspattingen in kleur en vorm.

Het werk De pruim of Pruimenbrandewijn van Édouard Manet uit 1878 hoort bij het eerste hoofdstuk, Onzekerheid en dubbelzinnigheid. De schilderijen in dit deel tonen vrouwen die niet direct als dame van plezier herkenbaar zijn. Subtiele verwijzingen als kleuren, houding, blikken of de interactie tussen de figuren geven hun beroep echter bloot.

De dubbelzinnige titel van bovengenoemd doek is op zichzelf al een sterke indicatie. De dame die model stond voor de cafébezoekster was zelf overigens geenszins prostituee, maar actrice. Parisienne Ellen Andrée (1857-1925) stond veelvuldig op het toneel, maar poseerde ook niet zelden voor Franse kunstenaars.

 

Edgar Degas (1834-1917), Absint, 1875-1876, olieverf op doek, Musée d’Orsay, Parijs.

Edgar Degas (1834-1917), Absint, 1875-1876, olieverf op doek, Musée d’Orsay, Parijs.

 

Dat ze alleen al in deze expositie drie keer voorbij komt, geeft wel aan dat ze een veelgevraagd model was. Op Edgar Degas’ schilderij Absint (1875-1876) zit ze aan een tafel naast een bebaarde man, vermoedelijk kunstenaar en schrijver Marcellin Desboutin. Haar blik is ditmaal niet dromerig, maar meer depressief. Te zien in hoofdstuk 1 is ze opnieuw niet overduidelijk een prostituee. Al dacht de Ierse schrijver en kunstcriticus George Moore (1852-1933) daar blijkbaar anders over. “Wat een hoer!” schreef hij over dit personage.

Het derde werk op de expositie waarin Andrée figureert, laat in tegenstelling tot de voorgaande twee doeken niets aan duidelijkheid te wensen over. Op Rolla van Henri Gervex, uit 1878, ligt ze naakt op bed, slapend. Bij het raam staat de man met wie ze de nacht doorbracht. Gervex baseerde de voorstelling op de gelijknamige roman in dichtvorm van Alfred de Musset. De titelpersoon laat zich daarin verleiden door courtisane Marion.

Het werk viel niet bij iedereen in de smaak. Minister van Schone kunsten Edmond Turquet liet het verwijderen uit de Salon, in de negentiende eeuw de belangrijkste tentoonstelling voor beeldend kunstenaars in Frankrijk. Het schilderij zou amoreel en schaamteloos zijn. Gervex exposeerde het daarom in de zaak van kunsthandelaar Bague, waar het veel bekijks trok. In een interview uit 1924 keek hij met veel plezier terug op de dikke rijen belangstellenden die zich verdrongen om Rolla te kunnen zien.

 

Henri Gervex (1852-1929), Rolla, 1878, olieverf op doek, Musée d’Orsay, Parijs, in permanente bruikleen aan Musée des Beaux-Arts, Bordeaux.

Henri Gervex (1852-1929), Rolla, 1878, olieverf op doek, Musée d’Orsay, Parijs, in permanente bruikleen aan Musée des Beaux-Arts, Bordeaux.

 

Vermoedelijk had de in Nederland onbekende schilder het ook amusant gevonden dat zijn ooit omstreden werk een prominente plek heeft in Lichte Zeden. Het hangt in het hoofdstuk Pracht en praal van de courtisanes naast een van de blikvangers, een authentiek pronkbed van een echte courtisane, Valtesse de la Bigne.

Als actrice had Andrée waarschijnlijk ook genoten van alle aandacht die ze zo’n 140 jaar later krijgt. In Musée d’Orsay, waar de expositie eerder te zien was, zagen 420.000 bezoekers haar. Dat verschillende kunstenaars de vrouw als prostituee afbeeldden, heeft iets ironisch. Toneelspeelsters in negentiende-eeuws Frankrijk werden nogal eens beticht van het hebben van losse zeden. Het zat haar carrière in elk geval niet in de weg. Tot haar dood boekte ze vele successen op het toneel.

Lichte zeden, t/m 19 juni in het Van Gogh Museum, Amsterdam

Share