Musea kopen op Tefaf

De Tefaf is een kunst- en antiekbeurs voor de rijken én voor musea die over de nodige fondsen beschikken. Elk jaar zijn er wel musea die daar hun collectie uitbreiden. Rijksmuseum, Bonnefantenmuseum en Teylers Museum hebben tijdens de eerste dagen van deze editie al aankopen gedaan.

Het Rijksmuseum kocht er twee Aziatische rolschilderingen. Het gaat om een achttiende-eeuwse Chinese rolschildering met honderd kinderen die spelen, musiceren, lezen en schrijven en een Japanse kopie uit de negentiende eeuw. Honderd kinderen is een bekend thema in de Aziatische kunst die de vruchtbaarheid en de bloei van de familie symboliseert.

Tani Bunchō, Copy of Xu Yanghong’s One Hundred Children, 1804, Rijksmuseum.

De twee werken laten volgens het Rijksmuseum het belang van kopiëren in de Oost-Aziatische schilderkunst zien. Het Chinese origineel is van de hand van Xu Yanghong. De indertijd zeer beroemde kunstenaar Tani Buncho maakte de Japanse kopie. Het is heel ongebruikelijk dat een grote Japanse meester zich liet inspireren door een relatief onbekende Chinese schilder, aldus het Rijksmuseum.

Honderd kinderen was een populair onderwerp in de Chinese en Japanse kunst. Werken tonen kinderen terwijl ze spelen, lezen, schrijven, kalligraferen of muziek maken. Het thema symboliseert de wens van ouders om veel kinderen te krijgen en dat die kinderen succesvol zullen zijn in wat ze doen.

Het Rijksmuseum kreeg ook een werk dat is aangekocht op de Tefaf. Helen en Lorenz van der Meij schonken een zelfportret van Antoon Hendricus Johannes Molkenboer (1872-1960) uit 1896. Molkenboer schilderde zichzelf als een zelfbewuste jonge schilder die brak met de Romantische traditie.

Beeld van Jan van Steffeswert, Bonnefantenmuseum.

Het Bonnefantenmuseum in Maastricht kocht op de beurs in diens thuisstad een laatmiddeleeuws houtsnijwerk. Daags voor aanvang van de Tefaf vernam artistiek directeur Stijn Huijts dat Blumka Gallery uit New York een mogelijk interessante sculptuur aanbood. Het ging om een uit buxushout gesneden beeldje van een rijk aangeklede dame. De maker was volgens de beschrijving een onbekende Duitse beeldhouwer uit het begin van de zeventiende eeuw. Huijts schakelde Peter te Poel in, de autoriteit op het gebied van middeleeuws houtsnijwerk.

Hij schreef het beeldje na zorgvuldige bestudering toe aan de Maastrichtse beeldsnijder Jan van Steffeswert (1460-1530). Te Poel baseerde zich daarbij op typische stilistische kenmerken, die onder andere te zien zijn bij de Knielende Maria Magdalena in de Bonnefantencollectie en de Heilige Maria Magdalena in de Sint-Matthiaskerk in Maastricht, beide gemaakt en gesigneerd door Van Steffeswert.

Huijts benaderde daarop de Vereniging Rembrandt, die via een versnelde ‘gangpadprocedure’ het besluit nam om financieel bij te dragen aan deze bijzondere aankoop te financieren. Zo’n procedure houdt in dat museumdirecteuren het op de Tefaf aanwezige bestuur van de vereniging supersnel bij elkaar kan roepen voor een besluit over aankoopsteun. Normaal neemt een dergelijk proces weken in beslag.

Teylers Museum in Haarlem kocht op de Tefaf een aquarel van Johan Barthold Jongkind (1819-1891). De Nederlandse kunstenaar bracht een groot deel van zijn carrière door in Frankrijk, waar hij veel naar de natuur tekende en schilderde. Zijn werk inspireerde wereldberoemde kunstenaars, onder wie Claude Monet.

Aquarel van Johan Barthold Jongkind, Teylers Museum.

Jongkind maakte de nieuwe aanwinst in het najaar van 1862 op het platteland bij Sainte-Adresse, een klein dorpje in Normandië. De tekening toont een wijds uitzicht over glooiende weilanden en tarwevelden achter een vervallen boerderij. Teylers Museum noemt het werk “een spontane tekening, die met veel gevoel voor licht losjes is ingekleurd met aquarelverf”.

Lees ook: Minder bezoekers, maar veel kunst op de Tefaf

Share