Frans Hals, maar dan anders

Recensie

De Hallen Haarlem gaat sinds eind maart door het leven als Frans Hals Museum Hal, als ‘echtgenoot’ van Frans Hals Museum Hof. Hedendaagse kunst blijft de boventoon voeren, maar de naamgever is nooit ver weg. Zo ook niet in de nieuwe tentoonstelling Ruis! Frans Hals, Anders.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Reproductie van Frans Hals’ Banket van de officieren van de St. Jorisdoelen.

Voor deze expositie bracht het museum werk samen van hedendaagse kunstenaars die spelen met portretkunst, net als Frans Hals dat deed. Hij vernieuwde dat genre namelijk. Hals schilderde vrijer en losser dan zijn tijdgenoten en beperkte zich bovendien niet tot de rijke leden van de maatschappij.

In vier hoofdstukken laat de tentoonstelling zien hoe Frans Hals omging met het portret. Dat doet ze echter, heel origineel, aan de hand van werk van kunstenaars van nu. In elk deel vormt een reproductie van een schilderij van Hals het middelpunt, waaromheen werk van hedendaagse kunstenaars is gegroepeerd.

Nicole Eisenman, Beer garden with Ash, 2009.

Hoofdstuk 1 gaat in op de levendige stijl van Hals. Zijn eerste groepsportret, Banket van de officieren van de St. Jorisdoelen heeft veel weg van een snapshot. Het lijkt alsof de schilder de tafelgenoten vroeg even naar hem te kijken, waarop hij zijn slag sloeg. De mannen hebben het duidelijk naar hun zin. Een enkeling heeft rode wangen van de drank.

Hamishi Farah, George, 2017.

Het schilderij gaat in dialoog met nieuwer werk, zoals Beer garden with Ash van Nicole Eisenman. Ook hierin spelen drank en gezelligheid een grote rol en ook dit groepsportret is enigszins afwijkend binnen het genre. De personages hebben uiteenlopende huidskleuren, variërend van geel met groen tot rood. De ene bargast is gedetailleerder uitgewerkt dan de ander. Één man is zelfs niet meer dan een silhouet. Net als het schilderij van Hals is ook deze voorstelling bijvonder levendig; je kunt het geroezemoes bijna horen en de drank bijna ruiken.

In hoofdstuk 2 staat de ‘gewone man’ (of vrouw) centraal. Hals stelde de portretkunst open voor de lagere klasse. Ook arme mensen vond hij portretwaardig. Hamishi Farah lijkt in dat opzicht op zijn illustere voorganger. Hij portretteerde hondje George. De Australische kunstenaar vindt dat ook een huisdier het verdient geportretteerd te worden.

Het derde hoofdstuk bevat voorbeelden van infiltraties door kunstenaars. Hals voegde zichzelf in 1639 tussen de andere personages op het schilderij De Officieren van de St. Jorisdoelen. Ruim drie eeuwen later deed Sarah Lucas iets vergelijkbaars. Zij voegde haar naam toe aan een groepsportret van voetbalclub Arsenal.

Al deze voorbeelden zijn vormen van ruis, zoals het Frans Hals Museum het noemt. Die bereikte zijn hoogtepunt in het schilderij Vastenavond. Alle afgebeelde figuren zijn personages uit kluchten. Vermoedelijk waren de geportretteerden leden van een theatergroep. Door hen af te beelden ging Hals in tegen de stroom van zijn tijd. De personen behoorden immers niet tot de elite.

Spiegelkamer met Monologue, van Özgür Kar (achter) en Aw Shucks, Marsyas I, van Stephan Dillemuth.

Bij de hedendaagse werken in het vierde en laatste hoofdstuk is het niet altijd even duidelijk wat ze met het thema te maken hebben, maar aansprekend zijn ze vaak wel. Dat geldt zeker voor de wonderlijke creaties in de ‘spiegelkamer’. Op de vloer ligt een eigenaardig ineengekrompen wezen. Stephan Dillemuth stelde dat samen uit gipsafgietsels van zijn eigen lichaamsdelen en allerlei andere voorwerpen, zoals een geitenpoot.

Een ander opmerkelijk figuur (van Özgür Kar) houdt een monoloog vanaf een beeldscherm. Volledig naakt spreekt hij de bezoeker toe en betrekt die zo bij de tentoonstelling. Overigens was deze dankzij alle levensgrote spiegels inmiddels al onderdeel van de kunst geworden. Over ruis gesproken!

Ruis! Frans Hals, Anders, t/m 27 januari 2019 in Frans Hals Museum Hal, Haarlem

Waardering: @@@@@@@@@@

Share