De zwart-witwereld van Pier den Drol

Recensie

Pieter Bruegel de Oude (ca.1525-1569) was in zijn eigen tijd al een bekend kunstenaar. Dat kwam niet zozeer door zijn schilderijen  die kon lang niet iedereen zich veroorloven. Nee, zijn faam dankte hij vooral aan de prenten die hij uitgaf en die voor een bredere doelgroep bereikbaar waren. De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel, sinds kort KBR geheten, besteedt in een tentoonstelling aandacht aan De wereld van Bruegel in zwart en wit.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Portret van Pieter Bruegel de Oude, aan het begin van de tentoonstelling.

Vlaanderen was in de zestiende eeuw het centrum van de prentkunst. Pieter Bruegel de Oude en zijn uitgever Hieronymus Cock (met c-o-c-k) speelden een sleutelrol in deze periode. “Laat de Cock coken om tvolcxks wille“, was een uitspraak met een knipoog van de uitgever. Tvolcxk verwees naar zowel zijn vrouw en compagnon Volcxken Diericx als naar het volk. Met zijn prenten moest hij het beiden naar hun zin maken. Een prent moest voor elk wat wils bevatten.

Niet zelden waren de prenten daarom humoristisch – ook zestiende-eeuwers hielden daar van. Een mooi voorbeeld is De alchemist. Daarin buigt een amateur-wetenschapper zich over zijn dikke boek en leest de woorden “Al ghemist” (alles is mislukt). Het woordgrapje verwijst naar de alchemie, een hype in Bruegels tijd. Gelukszoekers probeerden vergeefs een steen der wijzen te maken, die metaal zou kunnen veranderen in goud.

De prent is een stripverhaal avant la lettre; er is heel veel in te zien. Vader probeert andermaal een muntstuk om te toveren in goud. Het is vermoedelijk zijn laatste poging, want moeders geldbuidel is leeg. De kinderen duiken ondertussen de voorraadkast in, op zoek naar eten. Eentje heeft de kookpot op zijn hoofd gezet. Door het raam ziet de toeschouwer het waarschijnlijke vervolg van het verhaal: de tocht naar het armenhuis.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Philips Galle, naar Pieter I Bruegel, De alchemist (detail), 1556, collectie KBR, Brussel.

Pieter van der Heyden, naar Pieter I Bruegel, Het Laatste Oordeel (detail), 1558. collectie KBR, Brussel.

Op veel andere prenten vertelde Bruegel de Oude ook hele verhalen. Op de voorstelling Het Laatste Oordeel velt God een oordeel over de mensen. Wie goed is, mag naar de hemel, wie zich slecht gedroeg, wacht een enkeltje hel. En eindigt daar bijvoorbeeld in de bek van een reusachtige vis met armen. De helse wezens lijken uit de schilderijen van Jheronimus Bosch ontsnapt, en dat is niet vreemd, want Bruegel bewonderde die Nederlandse kunstenaar.

Zijn grappige of vreemde voorstellingen leverden hem de bijnaam Pier den Drol op. Drol heeft in dit geval niets met ontlasting te maken, maar verwijst naar de duivels, monsters en gekke mensen in de prenten. Drol komt van het Franse woord drôle, dat grappig betekent.

Bij de meeste prenten in de tentoonstelling staat op het begeleidende tekstbordje overigens ook de naam van een ander, zoals Pieter van der Heyden (bijvoorbeeld in het geval van Het Laatste Oordeel), met daarachter de toevoeging “naar Pieter I Bruegel”. Dat betekent niet dat het werk een kopie is van een tekening van Bruegel, maar dat de kunstenaar de ets niet zelf heeft gemaakt. Dat deden meestal professionele graveurs, die zulk goed werk verrichtten dat ze een naamsvermelding kregen.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Diepdrukpers van Félicien Rops (1833-1898).

Pieter Bruegel de Oude, De Hazenjacht (detail), 1560, KBR, Brussel.

Zaaloverzicht.

Carousel met een figuurtje dat tot leven komt.

Één prent in de tentoonstelling is wel helemaal van de hand van Bruegel zelf: De Hazenjacht uit 1560. Dit verhaal met een twist toont een jager die een haas wil vangen. Of hij erin slaagt, is allerminst zeker, want hij blijkt zelf ook prooi. Behalve deze prent toont KBR ook nog drie originele tekeningen van Bruegel, waaronder Beek met een visser en een watermolen.

De tentoonstelling laat ook zien hoe prenten tot stand kwamen. Zo staat er een authentieke diepdrukpers. De prenten van Bruegel zijn ook op zo’n pers gedrukt. En wie dat wil, kan zelf een Bruegeliaanse prent maken (niet met die pers overigens). Want de expositie is deels interactief, en daarmee ook zeer geschikt voor een bezoek met kinderen.

Twee Bruegeliaanse figuren tonen de weg naar de expositie.

Zij kunnen een soldaat tevoorschijn toveren in de eerder genoemde voorstelling over een hazenjacht en in een draaimolen een getekend figuurtje laten dansen, op een vrolijk melodietje. Voor meer volwassen kinderen is er een mini-peepshow met enkele ondeugende tekeningen. Er is genoeg te zien en te doen in de wonderlijke zwart-witwereld van Pier den Drol.

De wereld van Bruegel in zwart en wit, t/m 15 februari 2020 in KBR, Brussel, België (let op: KBR werkt voor deze tentoonstelling met tijdsloten)

Waardering: @@@@@@@@@@

De tentoonstelling vindt plaats in het kader van het Bruegeljaar.

Dit verhaal is geschreven naar aanleiding van een persreis naar Brussel en Antwerpen, verzorgd door Visit Flanders en NS Internationaal.

Lees ook: Jan Brueghel I was een uitmuntend tekenaar

Lees ook: Het jaar van Bruegel in Vlaanderen

Share