Het Boijmans is gek van surrealisme

Recensie

Museum Boijmans Van Beuningen houdt al jarenlang van surrealisme. In 1967 liet het zijn bezoekers voor het eerst kennismaken met die ‘rare’ kunst, in de vorm van een tentoonstelling over René Magritte. Een halve eeuw later is die Belgische kunstenaar terug in een nieuwe ‘malle’ expositie, samen met vele wel net zo ‘vreemde’ collega’s. Voor wie het nog wist: het Boijmans is Gek van surrealisme.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

René Magritte, L’avenir des statues, 1937, Tate.

Deze nieuwe grote presentatie laat zien dat het museum niet alleen staat in zijn voorliefde voor het surrealisme. Het toont namelijk 300 topstukken uit vier (voormalige) privécollecties, die van Roland Penrose, Edward James, Gabrielle Keiller en Ulla en Heiner Pietzsch.

Alleen de laatste is nog in particuliere handen, maar ook niet lang meer. Het echtpaar heeft zijn verzameling geschonken aan Berlijn, die haar wil onderbrengen in het nog te openen Museum des 20. Jahrhunderts. De collecties van de andere drie verzamelaars bevonden zich al in museale instellingen.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Zaaloverzicht.

Overzicht met de Mae West Lips Sofa van Dalí en op de achtergrond La réproduction interdite van Magritte.

Behalve een overzicht van een kunststroming laat de expositie daarom ook nog eens zien hoe belangrijk verzamelaars voor musea zijn. In de zalen pronken stukken die ooit bij iemand thuis stonden of hingen. Dankzij een schenking kwamen ze in het bezit van een museum, waar het grote publiek er ook van kan genieten.

Het is mede te danken aan de Britten Penrose en James dat het surrealisme een belangrijke stroming werd. Ze verstrekten opdrachten en kochten surrealistisch werk aan toen musea er nog geen interesse voor hadden.

Dali’s Mae West Lips Sofa, uit de collectie van het Boijmans, is een van de werken die in opdracht van James ontstonden. De sensuele bank maakt deel uit van de tentoonstelling. Achter het meubel prijkt aan de wand een wereldberoemd portret van James: La réproduction interdite. De verzamelaar kijkt in de spiegel, maar ziet alleen zijn achterhoofd; surrealisme ten top.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

André Masson, Massacre, 1931, collectie Ulla en Heiner Pietzsch.

Eileen Agar, Quadriga, 1935, The Penrose Colelction.

Magritte (ook vertegenwoordigd met onder meer een voorstelling van uit een plant ontspruitende duiven) en Dalí (kreefttelefoon) waren zonder twijfel surrealisten. Hun werk was vaak surreëel, alsof de ideeën ervoor regelrecht uit een droom kwamen. Het Boijmans toont echter ook werk van kunstenaars van wie je niet direct verwacht dat ze in deze setting thuishoren, onder wie Picasso. Picasso? Die was toch van het kubisme? Jazeker, maar vooral zijn kubistische schilderijen passen er met gemak tussen. Wat bijvoorbeeld te denken van Femme nue couché au soleil sur la plage, waarin een kronkelend wezen zich tussen piramides voortbeweegt? De expositie zal menig bezoeker zeker verrassen, en dat is altijd fijn.

De tentoonstelling is overzichtelijk ingericht: per zaal staat er één verzameling centraal. Uit de opstelling blijkt dat sommige kunstenaars bij iedere verzamelaar geliefd waren. Hun smaken kwamen nogal eens overeen. Sterker nog: enkele werken wisselden zelfs van verzameling. Zo bezit het echtpaar Pietzsch een Miró dat ooit het eigendom was van Keiller.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Overzicht met ellipsvormige gang.

Max Ernst, Masques et phantasmes, 1929, collectie Ulla en Heiner Pietzsch.

Hoewel de tentoonstelling uit zo’n 300 objecten bestaat, oogt ze nergens te druk. Dat komt mede door het ontwerp van Maxwan Architects + Urbanists. Dat bureau scheidde de vier zalen door een futuristische, misschien zelfs wel surrealistische ellipsvormige gang. In die ruimte belicht het museum de verschillende thema’s binnen het surrealisme, met de nodige aansprekende voorbeelden. Deze vijfde zaal completeert de expositie en maakt dat ze ook heel interessant is voor bezoekers die wat meer willen weten over surrealisme.

In 1970 presenteerde het Boijmans het eerste Europese retrospectief van Salvador Dalí, die mede door de komst van de kunstenaar zelf een groot succes werd. Bezoekers stonden uren in de rij. Of dat ditmaal ook gebeurt, is nog afwachten, maar Gek van surrealisme zou zomaar eens een grote publiekstrekker kunnen worden. De presentatie is een heerlijk surrealistisch schouwspel, dus dat zou helemaal niet gek zijn.

Gek van surrealisme, 11 februari t/m 28 mei in Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Waardering: @@@@@@@@@@

Share