Het veranderende landschap

Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde het vlakke en lege Nederlandse landschap met zijn befaamde wolkenluchten en molens voorgoed met de komst van spoordijken, kanalen en bruggen. Kunsthal Rotterdam werpt een nieuwe blik op de landschapsschilderkunst en -fotografie van de negentiende eeuw.

Johann Georg Hameter, Drijvend droogdok in de dokhaven van Rotterdam, 1883, lichtdruk, Rijksmuseum, Amsterdam.

Al sinds de zeventiende eeuw zijn de eindeloze Nederlandse vergezichten inspiratiebron voor landschapsschilders. Ook de schilders van de Haagse School, onder wie Jozef Israëls, Anton Mauve en Johan Weissenbruch, trokken er op uit om die vast te leggen. Als onderwerp kozen zij plekken in het landschap waar de opkomst van industrie en steden nog onzichtbaar was.

Bernardus Johannes Blommers, Verse zeevis, rond 1885-1889, olieverf op doek, Bayerische Staatsgemäldesammlungen, Neue Pinakothek, München.

De schilders van de Haagse School gaven dus een gekleurd beeld van Nederland. Die luxe hadden de fotografen die in opdracht van de ingenieurs van Rijkswaterstaat de bouwtechnische hoogstandjes in het landschap documenteerden niet. Hun foto’s toonden genadeloos de ingrijpende veranderingen. Het bestaande beeld van het Nederlandse landschap aan het einde van de negentiende eeuw wordt door deze tentoonstelling bijgesteld.

De wijde blik – De Haagse School en het moderne Nederlandse landschap, t/m 6 december in Kunsthal Rotterdam

Share