De schattige kattenplaatjes van Henriëtte Ronner-Knip

Recensie

“O, wat ben jij een lieverd!”, zeg ik tegen een kat die maar al te graag een knuffel van me wil. Ik zie het diertje met een halve staart vlakbij Stedelijk Museum Vianen, waar pas een tentoonstelling is geopend over zijn of haar soortgenoten.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Henriëtte Ronner-Knip, Tea-Time, 1905, privécollectie.

Sinds ik over mijn zeker drie decennia durende kattenallergie ben gegroeid, haal ik de schade ruimschoots in. Er loopt een bengeltje rond in huis, ik aai alle buurtkatten – voor zover ze dat toelaten – en ik heb uiteenlopende leuke kattenspulletjes in huis. Kortom: ik ben een crazy cat person.

De tentoonstelling MIAUW! Katten in de kunst kon ik dan ook niet aan me voorbij laten gaan. De presentatie bestaat uit werken van Henriëtte Ronner-Knip, zonder twijfel een van de beste kattenschilders uit de kunstgeschiedenis. Haar schilderijen waren de kattenplaatjes van de negentiende eeuw. Geen enkele kattenfan kan ernaar kijken zonder geraakt te worden.

Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909) kwam uit een Nederlandse kunstenaarsfamilie. Haar vader, Josephus Augustus Knip was landschapsschilder en ook haar grootvader, ooms en tante waren kunstenaars. Het schilderen werd haar met de paplepel ingegoten; al op zeer jonge leeftijd kreeg ze les van haar vader.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Overzicht.

Henriëtte Ronner-Knip, De beste vrienden, 1903, privécollectie.

Samen met haar echtgenoot Feico Ronner verhuisde ze in 1850 naar Brussel, in die tijd een belangrijk kunstenaarscentrum. Daar groeide ze uit tot een succesvol schilder. De verkoop van haar schilderijen leverde voldoende inkomen op voor haar en haar man, die vanwege gezondheidsproblemen zelf niet kon werken. De eerste jaren schilderde ze voornamelijk honden, waaronder de schoothondjes van de Belgische koningin Marie-Henriëtte.

Pas vanaf 1870 – ze was al bijna vijftig – specialiseerde Ronner-Knip zich in het schilderen van katten. De kattenrage was inmiddels vanuit Engeland overgewaaid naar België en Nederland. Rijke burgers wilden dolgraag een kattenschilderij aan de muur. Ronner-Knip was dé kunstenaar die aan die vraag kon voldoen. Als geen ander wist zij de houdingen, de vacht en de aard van de viervoeters te treffen. Ze werd er niet armer van: een van haar werken verkocht ze voor ruim 2.000 gulden, dat destijds gelijk stond aan drie modale jaarinkomens.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Henriëtte Ronner-Knip in haar atelier bij de in de tentoonstelling aanwezige kattenvitrine, ca. 1891.

Henriëtte Ronner-Knip, Een moederpoes met vier jonge poesjes in mand, ca. 1899, privécollectie.

Henriëtte Ronner-Knip, Kat met drie jongen in mandje met rode lap, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Om ze zo natuurgetrouw mogelijk te kunnen afbeelden, liet ze katten voor zich poseren. Opdat de modellen niet tussentijds de benen zouden nemen, plaatste ze hen in een door haar zoon gebouwde kattenvitrine, gevoerd met blauwgrijs satijn. Deze rijkelijk versierde kast is een topstuk in de tentoonstelling. Maar de echte hoofdrolspelers zijn uiteraard de katten die ooit in die kast poseerden en nu ingelijst aan de muur schitteren.

Ze spelen, slapen en halen kattenkwaad uit, zoals katten doen. En bovenal stromen ze over van schattigheid. Hoewel aan de kleine kant is de expositie in Vianen een must see voor iedere kattenliefhebber. En voor wie er geen genoeg van kan krijgen, zijn enkele schilderijen ook nog eens te koop. Dat wil zeggen, als er voldoende centjes zitten in je kitty, zoals Engelsen een potje met geld ook wel heel toepasselijk noemen.

MIAUW! Katten in de kunst, t/m 12 mei in Stedelijk Museum Vianen

Waardering: @@@@@@@@@@

Share