De magie van de toverlantaarn

Lang voor de uitvinding van de film was er al de toverlantaarn, die handgeschilderde kunstwerkjes op een witte muur kon projecteren. Museum De Lakenhal in Leiden toont de komende maanden een selectie achttiende-eeuwse toverlantaarnplaatjes uit eigen collectie.

Toverlantaarnplaten, anoniem, eerste kwart 18e eeuw, collectie Museum De Lakenhal.

De toverlantaarn werd halverwege de zeventiende eeuw uitgevonden, vrijwel zeker door de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens. De projectie van een beeld op een witte muur had voor de toenmalige toeschouwer zoiets magisch dat de lantaarn al snel bekend stond als laterna magica, ofwel toverlantaarn. Hoewel vooral vermogende mensen er één konden aanschaffen, wist de lantaarn toch een breed publiek te trekken. Dit kwam door rondtrekkende lantaarnisten, die stad en land afreisden om op kermissen voorstellingen te geven voor het volk.

In de eerste helft van de achttiende eeuw werden de beste lantaarns gemaakt in het atelier van de Leidse instrumentenmaker Jan van Musschenbroek.  Het atelier zorgde zelf voor bijbehorende beschilderde plaatjes. Zijn grootste bloeiperiode beleefde de toverlantaarn in de daaropvolgende eeuw. Door nieuwe technieken werden de lantaarns steeds beter en goedkoper, waardoor meer mensen ervan konden genieten. Uit deze tijd stammen ook de massaproductieplaatjes.

De tentoonstelling in De Lakenhal brengt de ontwikkeling van de lantaarn en de bijbehorende plaatjes in beeld, van het begin in de vroege achttiende eeuw tot de uiteindelijke neergang na de uitvinding van de film. Bezoekers kunnen, net als vroeger het volk op kermissen, tijdens live voorstellingen de magie van de toverlantaarn ervaren.

Toverlantaarns, 31 maart t/m 12 augustus in Museum De lakenhal, Leiden

Share