Wethouders vragen steun kabinet voor cultuursector

Kunst en cultuur zijn belangrijk voor de Nederlandse economie en verdienen daarom meer steun van de overheid. Dat schrijven de cultuurwethouders van de vier grote steden in een open brief in de Volkskrant.

Als alles goed gaat, mogen de musea en andere cultuurinstellingen vanaf 1 juni weer open. De financiële zorgen zijn daarmee echter nog niet voorbij. Musea liepen de afgelopen maanden veel inkomsten mis en omdat ze de komende maanden slechts een beperkt aantal bezoekers mogen ontvangen, zullen de kassa’s ook dan minder worden gespekt.

Volgens de cultuurwethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht draait alleen al in de steden de culturele sector tot 1 juli een verlies van ongeveer 114 miljoen euro. “Die financiële klappen kunnen zowel de gesubsidieerde als de niet-gesubsidieerde instellingen in onze steden, maar ook kunstenaars en creatieve makers, niet opvangen. Cultureel erfgoed dreigt onomkeerbaar te verdwijnen.”

Trap in de winkel van het Centraal Museum in Utrecht. Foto: Evert-Jan Pol.

De vier grote steden nemen zelf al de nodige aanvullende maatregelen, schrijven de wethouders. “Maar daarmee redden we het niet.” En ook de 300 miljoen euro die het rijk heeft toegezegd is niet genoeg, vinden ze.

Vóór de coronacrisis besteedden de vier grote steden samen jaarlijks al meer dan 400 miljoen euro aan cultuur. “Ter vergelijking: het Rijksbudget voor de culturele basisinfrastructuur in heel Nederland is 584 miljoen euro per jaar.”

De steden geven zoveel uit aan cultuur omdat die sector belangrijk is voor de economie. Alleen al in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht werken er in totaal 114.000 mensen in de culturele sector. “ook zijn musea, podia, concertgebouwen en andere culturele instellingen bepalend voor de keuze of mensen hier willen wonen, bedrijven zich hier willen vestigen en toeristen ons willen bezoeken.” Die bezoeken leveren volgens de wethouders jaarlijks honderden miljoenen euro’s aan extra bestedingen op.

Samen doen de ier wethouders daarom een dringend beroep op het kabinet: er is meer geld nodig. Kunst en cultuur zijn onlosmakelijk verbonden met de economie, schrijven ze. “Ze zijn onmisbaar on onze samenleving.”

Share