Less is more; minimalisme in Voorlinden

Recensie

Less is more (minder is meer); dat motto lijkt aan populariteit te winnen. Tiny houses schieten als paddenstoelen uit de grond en de oproep tot minder plastic en daarmee minder afval in supermarkten klinkt immer luider. Ook kunstenaars vinden steeds vaker dat minder ook meer kan zijn. Minimalisme is weer helemaal terug, blijkt uit de tentoonstelling Less is More in Museum Voorlinden.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Pascale Marthine Tayou, Plastic Tree C, 2014.

In de jaren zestig was minimalistische kunst helemaal je van het. In verschillende landen ontstonden kunststromingen waarbij het draaide om eenvoud. Of het nu minimal art heette (Verenigde Staten), arte povera (arme kunst uit Italië) of werk van de Nederlandse Nul-groep was; doel was om alledaagse materialen te gebruiken. Een halve eeuw later grijpt menig kunstenaar weer terug op minimalistische principes als hergebruik, ordenen en reduceren.

Voorbeelden van hergebruik zijn er volop in de expositiezalen. Waarom zou je geen ongebruikte panty gebruiken voor een kunstwerk?, moet Ernesto Neto bijvoorbeeld gedacht hebben. Weggooien is immers zonde. Paff (turmeric) bestaat uit een uitgerekte panty, gevuld met kurkuma.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Ernesto Neto, Paff (turmeric), 1997.

Voorgrond: Membrane uit 1986 van Antony Gormley. Achtergrond: Patricia’s Pillow uit 1985 van Olivier Masset.

Jean-Pierre Raynaud en Eva Rotschild maakten allebei werk van materialen die in hun beider ateliers rondslingeren. Raynaud creëerde met verflbikken een compositie (Peinture) en Rotschild gebruikte rollen tape voor een totempaal (Technical Support).

Pascale Marthine Tayou en Tony Cragg gooiden hun plastic afval niet weg, maar gaven het een tweede leven als onderdeel van een kunstwerk. Plastic Tree C van Tayou is mede door zijn kleurrijke voorkomen een van de opvallendste werken in de tentoonstelling. Aan een muur hangen takken met bijna driehonderd dunne plastic zakjes. Deze zakken vormen niet lang verstikkingsgevaar voor nietsvermoedende dieren, maar zijn nu bladeren aan een vrolijke boom.

Tony Cragg, Self-portrait, 1984.

Eva Rotschild, Technical Support, 2017.

Cragg maakt sinds 1975 kleurrijke reliëfs van allerlei plastic voorwerpen. In zaal 6 is van hem Self-portrait te zien. Op een witte muur zijn uiteenlopende plastic objecten aangebracht, die samen het silhouet van de kunstenaar vormen. De man staat op twee stapels tijdschriften.

Dat een creatie minimalistisch is, wil lang niet altijd zeggen dat een kunstenaar er nauwelijks werk aan had. Neem nu Continious Mile (white) van Liza Lou. Dat bestaat uit meer dan 4,5 miljoen witte kraaltjes die aan elkaar geregen zijn tot een touw met de lengte van een Engelse mijl (ongeveer 1609 meter). Vervolgens werd dat in een cilindervorm opgerold. Less is More luidde het devies toch?

Van een afstand lijkt het een rol plastic kabel. Wie dichterbij komt, ziet de kleine kraaltjes. Één bezoeker lijkt nog niet overtuigd en grijpt ongegeneerd de bovenste laag vast om te voelen wat voor materiaal het is. Dit mag uiteraard niet.

Drie zalen verderop blijft dezelfde man aarzelend staan voor een deurmattenvloer. Vermoedelijk had hij er graag overheen willen lopen, maar omdat er een suppoost in de buurt is, durft hij het niet aan. Ditmaal had hij zich echter niet hoeven in te houden. De matten mogen namelijk belopen worden. Common Ground van Miroslaw Balka bestaat uit een grote hoeveelheid versleten deurmatten van bewoners uit een arme buurt in het Poolse Krakau. Balka verzamelde de matten en gaf de eigenaren in ruil een nieuw exemplaar.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Liza Lou, Continious Mile (white), 2006-2008 (met de op de achtergrond Interference van Alan Uglow uit 2000.

Miroslaw Balka, Common Ground (detail), 2012-2016.

Daniel Buren, De travers et trop grand (rouge), 2013.

Dit werk en andere genoemde creaties zijn goede voorbeelden van hergebruik door kunstenaars. Dankzij hen verdwijnen de materialen niet in de afvalmolen, maar krijgen ze een tweede langduriger leven. De kunst is behalve mooi dus ook nog eens heel nuttig.

Lang niet alle getoonde werken zijn overigens gemaakt van afval; velen stukken danken hun aanwezigheid aan hun puur minimalistische karakter. Daniel Buren is vertegenwoordigd met De travers et trop grand (rouge). Dit werk bestaat slechts uit rode verticale strepen op de muur, die doorlopen op de vloer. Het lijkt alsof de ruit in een luie bui onderuit is gezakt.

Als bezoeker heb je geen tijd om onderuit te zakken. Daarvoor is er veel te veel te zien. Less is More bewijst dat minder vaak echt meer kan zijn. En dat je voor het maken van goede en mooie kunst niet altijd al te moeilijk hoeft te doen.

Less is More, t/m 5 december in Museum Voorlinden, Wassenaar

Waardering: @@@@@@@@@@

Share