De prachtige tuinen van Monet

Recensie

Een man op leeftijd, getooid met hoed en volle grijze baard, is aan het werk in een van zijn twee tuinen. Hij snoeit de planten niet, maar schildert ze. Hij doopt zijn kwast in de verf, kijkt naar de blauweregen en zet een veeg op het doek. De schilder is Claude Monet, aan wie Kunstmuseum Den Haag een grote tentoonstelling wijdt, met bijna alleen maar tuinschilderijen.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Claude Monet, Waterlelies, 1916-1919, Musée Marmottan.

De tuinen waarin Claude Monet (1840-1926) schilderde, liggen in het kleine Franse dorpje Giverny en bestaan nog steeds. Tegenwoordig zijn de tuinen en het bijbehorende huis een toeristische trekpleister. Vele belangstellenden willen met eigen ogen zien waar de beroemde schilder de laatste 42 jaren van zijn leven woonde en werkte.

De tuinen werden door Monet zelf aangelegd en zijn daarmee levende kunstwerken. De kunstenaar creëerde een bloementuin en een watertuin met een waterlelievijver, naar Japans voorbeeld. Hij koos voor exotische planten als bamboe, waterlelies en blauweregen. Boven het smalle deel van zijn vijver plaatste hij een karakteristieke Japanse brug.

Toen Monet in 1883 zijn intrek nam in zijn huis in het dorp had hij al naam en fortuin gemaakt met zijn impressionistische schilderijen. En aanvankelijk vereeuwigde hij zijn tuinen ook in die stijl. Roze waterlelies (1897-1899) en De waterlelievijver (1899) hebben bijvoorbeeld nog dat kenmerkende impressionistische karakter.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Claude Monet, De waterlelievijver, 1899, The National Gallery, Londen.

Claude Monet, Roze waterlelies, 1897-1899, La Galleria Nazionale d’Arte Moderna e Contemporeana, Rome.

In de herfst van zijn leven ging hij expressiever en abstracter te werk. Kleuren kregen voorrang boven herkenbaarheid. Die nieuwe stijl was mede te danken aan Monets oogproblemen – vanaf 1912 leed hij aan staar. Enkele voorstellingen lijken ook daadwerkelijk op afbeeldingen zoals een brildrager zonder bril die waarneemt. Op de schilderijen Het huis in Giverny, gezien vanaf de rozentuin (1922-1924) en Huis tussen de rozen (1925) bijvoorbeeld, ziet de toeschouwer verschillende kleuren en vormen, maar het is allemaal nogal wazig.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Claude Monet, Het huis in Giverny, gezien vanaf de rozentuin, 1922-1924, Musée Marmottan Monet, Parijs.

Claude Monet, Huis tussen de rozen (1925), Albertina Museum, Wenen, De Batliner Collectie.

Vanaf 1914 werkte Monet ook aan zijn laatste grote project: Grandes Décorations. Hij had een enorme installatie voor ogen, waarbij zijn meterslange waterlelieschilderijen de bezoeker als een panorama volledig omringen.

Hij verwachtte vijf jaar nodig te hebben, maar zou er uiteindelijk tot aan zijn dood in 1926 aan blijven werken. Na zijn overlijden kregen zijn Grandes Décorations een plek in het huidige Musée de l’Orangerie in Parijs. Vele doeken bleven echter achter in zijn atelier.

De reacties op de schilderijen waren overwegend negatief. Net als critici vele jaren eerder het impressionisme niet begrepen, wisten ze nu niet wat ze met deze nieuwe werken aan moesten. Ze vonden de creaties een rommelig resultaat van Monets oogziekte.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Claude Monet, De waterlelievijver (detail), 1917-1919, Albertina Museum, Wenen, De Batliner Collectie.

Claude Monet, Waterlelies (detail), 1917-1919, Musée Marmottan Monet, Parijs.

De waardering kwam in 1952, door een overzichtstentoonstelling die het huidige Kunstmuseum Den Haag (toen nog Gemeentemuseum Den Haag) samen met Kunsthaus Zürich had georganiseerd. Voor het eerst schonken twee musea serieuze aandacht aan de waterlelieschilderijen. En kort daarna ontdekten ook jonge Amerikaanse kunstenaars als Elsworth Kelly, Mark Rothko en Barnett Newman het werk uit Giverny. Monets waterlelies groeiden uiteindelijk uit tot publiekslievelingen.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Claude Monet in zijn huis in Giverny.

Zaaloverzicht.

De Nederlandse pers in 1952 had er eerst overigens nog wel moeite mee. “Me dunkt, als we dan niet van een achteruitgang mogen spreken, dan toch zeker van een vastlopen”, schreef J.M. Prange in dat jaar in Het Parool. Menig collega was het met hem eens. Ze vonden Monets werk vaag, leeg en zielloos. Al waren ze wel van mening dat de grote schilder deze ‘misstap’ moest worden vergeven.

Conservator Frouke van Dijke zei in haar toespraak tijdens de persvoorbezichtiging van deze nieuwe tentoonstelling te hopen dat de huidige journalisten er anders over denken. Daar kan ze vermoedelijk wel vanuit gaan. De tuinen met waterlelies en blauweregen zijn een kleurrijke ode aan de natuur. En de prachtige werken laten zien dat de schilder zich op zijn oude dag opnieuw wist uit te vinden. Ondanks, of misschien wel dankzij zijn verminderde zicht wist hij de kunst andermaal te vernieuwen.

Monet – Tuinen van verbeelding, 12 oktober 2019 t/m 2 februari 2020 in Kunstmuseum Den Haag

Waardering: @@@@@@@@@@

Share