Vermoorde joodse kunst

Recensie

Prachtige kunst toont het Noord-Veluws Museum in zijn meest recente tentoonstelling. ‘Gewoon’ een fraai en gevarieerd overzicht zoals je dat wel vaker tegenkomt in musea, lijkt het. Maar hier steekt veel meer achter. De meeste makers werden in de Tweede Wereldoorlog vermoord om wie ze waren.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Fré Cohen, Liefdespaar, Joods Virtueel Museum.

In het kader van de viering van 75 jaar vrijheid organiseerden het Noord-Veluws Museum en Museum Sjoel Elburg samen de dubbeltentoonstelling Vermoorde kunst. De voormalige synagoge in Elburg brengt een intiem eerbetoon aan het echtpaar Else Berg en Mommie Schwarz terwijl het museum in Nunspeet zo’n honderd werken van ruim twintig vermoorde joodse kunstenaars.

Bijna allemaal raakten ze uiteindelijk in de vergetelheid. Als de expositie in het Noord-Veluws Museum iets aantoont, is dat dat volkomen onterecht is. De vertegenwoordigde kunstenaars werkten in verschillende stijlen, van realisme en impressionisme tot expressionistisch modernisme. De twee samenwerkende musea zeggen dan ook dat de nazi’s niet alleen de kunstenaars vermoordden, maar uiteindelijk ook de kunst.

Marianne Franken, Drie kinderen, Joods Historisch Museum.

Overzicht.

Niet alleen werd de kunstenaars de kans ontnomen ooit nog iets te creëren, in veel gevallen overleefde de al gemaakte kunst het ook niet. Nazi’s vonden moderne en hedendaagse kunst al snel ontaard en als die door Joden was gemaakt natuurlijk helemaal.

Nadat de Duitsers Marinus van Raalte (1873-1944) hadden opgepakt, haalden ze bijvoorbeeld diens atelier leeg. Slechts een zestigtal werken bleef bewaard. Één daarvan is te zien in de tentoonstelling: een sfeervol impressionistisch stadsgezicht van Amsterdam.

Marinus van Raalte, Stadsgezicht van Amsterdam (detail), 1920-1929, Drents Museum.

Overzicht.

Dat werk van gedeporteerde joodse kunstenaars vaak verdween, heeft eraan bijgedragen dat velen van hen niet de bekendheid kregen die ze op basis van hun kunst wel verdienen. Sommigen werden later herontdekt, zoals Else Berg en Mommie Schwarz, die nu in Museum Sjoel Elburg in de schijnwerpers staan, maar de meesten zijn vergeten. De tentoonstelling in Nunspeet brengt daar hopelijk enige verandering in. Ze verdienen het, al is het alleen vanwege de kwaliteit van hun werk.

Abraham Fresco, Koninginnedag in Scheveningen (detail), Joods Virtueel Museum.

Vermoedelijk slechts weinigen zullen ooit van Abraham Fresco (1903-1942) hebben gehoord. Pas enkele jaren geleden dook er voor het eerst werk van hem op. Het Noord-Veluws Museum toont twee oogstrelende voorbeelden, waaronder het impressionistische Koninginnedag in Scheveningen. Hij had duidelijk alles in zich om een beroemde meester te worden.

Rebecca van Gelder, Zelfportret aan schildersezel, 1927, collectie Levit.

Rebecca van Gelder (1891-1945) was voor mij ook een geweldige ontdekking. Haar zelfportret toont een moderne, zelfstandige vrouw. Van achter haar schildersezel kijkt ze de toeschouwer met een minzaam glimlachje aan. Dat ze ooit begon als mode-illustrator is nog te zien aan de aandacht die besteedde aan de in het oog springende gele sjaal en de rode schoen. Later maakte ze veel portretten en figuurstukken en ook voorstellingen met een satirische en sociaalkritische ondertoon.

In de tentoonstelling zijn nog enkele andere vrouwelijke kunstenaars vertegenwoordigd, met eveneens opvallend werk. Marianne Franken (1884-1945) maakte een mooi liefdevol portret van drie kinderen. Van Dinah Kohnstamm (1869-1942) hangt er een opmerkelijk stilleven met daarop een ivoren beeldje, een dikke zwarte vogel en Japans behang.

En Fré Cohen (1903-1943) is aanwezig met een kleurrijke voorstelling van een liefdespaar tegen de achtergrond van een korenveld. Cohen werd overigens niet vermoord; ze maakte zelf een eind aan haar leven nadat ze was opgepakt door de Duitsers.

Ook Martin Monnickendam (1874-1943) kwam niet aan zijn eind in een vernietigingskamp. Hij stierf in Nederland aan een longontsteking, vlak voordat hij zich had moeten melden voor deportatie. Deze kunstenaar was al in zijn eigen tijd beroemd. Zozeer zelfs dat het Stedelijk Museum in Amsterdam hem in 1924 een tentoonstelling gaf ter ere van zijn vijftigste verjaardag.

Martin Monnickendam, Boerenfamilie te Stroe (detail), 1922, Gemeente Barneveld.

Of Boerenfamilie in Stroe daar ook te zien was, is niet bekend, maar het zou kunnen, want die voorstelling stamt uit 1922. In Nunspeet kreeg het wel een plek, als het in formaat grootste werk in de tentoonstelling. Het enige bankje in de expositiezaal staat voor dit schilderij. Neem plaats en geniet.

Deze en andere joodse kunstenaars stonden in de Tweede Wereldoorlog voor de vraag of ze door moesten werken of niet. De één bleef doorwerken op een onderduikadres, zo goed en kwaad als het kon. De ander weigerde onder te duiken of de jodenster te dragen en werkte openlijk door. Hun ontberingen zijn meestal niet terug te zien in werken, stille getuigen aan een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. De kunstenaars werden vermoord, evenals hun kunst.

Vermoorde kunst, t/m 29 november in het Noord-Veluws Museum, Nunspeet

Deze expositie is onderdeel van de gelijknamige dubbeltentoonstelling in Museum Sjoel Elburg en het Noord-Veluws Museum.

Waardering: @@@@@@@@@@

Lees ook: Intieme ode aan vermoorde kunstenaars

Share