Kleurrijke kunst uit Noord-Nederland

Recensie

Veel kunst hangt niet in musea, maar is in het bezit van particuliere verzamelaars. En is daardoor uit het zicht van het grote publiek. Gelukkig weten sommige privécollecties toch de weg naar een museum te vinden. Soms permanent, als schenking, soms als bruikleen voor een tentoonstelling. Zoals de expositie Kunst uit Noord-Nederland die nu te zien is in Museum Flehite.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Kruiken en vazen van het Adco, Collectie Niemeijer – Hidding.

De tentoonstelling is het nieuwste deel uit een serie presentaties van kunst in privébezit, die het Amersfoortse museum sinds 2007 geregeld samenstelt. In de afgelopen jaren toonde het selecties uit uiteenlopende verzamelingen. Die kunstwerken kwamen steevast uit de periode 1850 tot 1950 en verkenden steeds één hoofdstuk uit de kunstgeschiedenis.

Aan de hand van werken uit de verzameling van het Groningse echtpaar Piet Niemeijer en Janny Hidding staat de huidige expositie stil bij kunst uit Noord-Nederland. Al ruim veertig jaar verzamelen ze schilderijen, aquarellen, tekeningen en grafiek van kunstenaars uit het noorden des lands, en dan voornamelijk Groningen. Voor een zo compleet mogelijk beeld voegde Flehite aan de expositie werk toe uit de eigen collectie en uit die van Museum De Wieger in Deurne.

Wie aan Noord-Nederlandse kunst denkt, denkt al snel aan De Ploeg, de in 1918 door enkele jonge Groningse kunstenaars opgerichte kunstkring. Ze wilden de kunstwereld in hun provincie ‘omploegen’, vandaar de naam.

Johan Dijkstra, Blauwborgje, 1925, Collectie Niemeijer – Hidding.

De kunstenaars van De Ploeg werkten graag buiten en dan met name op het Groningse platteland. Hun uitvalsbasis was het boerderijtje Blauwborgje van boer Schuitema. Verschillende zomers vertoefden de jonge talenten er en trokken er van daar op uit, op zoek naar mooie onderwerpen voor hun schilderijen. Johan Dijkstra (1896-1978), medeoprichter van het kunstgenootschap schilderde de boerderij in 1925.

“Ik weet niet meer hoe we contact kregen, maar al gauw vonden we elkaar op Blauwborgje op het Reitdiep”, vertelde Dijkstra jaren later. “Alles wat voor de natuur voelde, struinde daar rond: schilders, dichters. Er stonden aan de Reitdiepsdijk twee boerderijtjes in een schilderachtige omgeving van oude bomen, wild struikgewas en een gesloten hof. We kunnen wel zeggen dat daar de Groningse schilderkunst is geboren.”

Johan Dijkstra, Dorpsgezicht Baflo (detail), 1931, Collectie Niemeijer – Hidding.

Onder invloed van het expressionisme kreeg opvallend kleurgebruik een steeds grotere rol in die schilderkunst. Dijkstra’s Dorpsgezicht Baflo is een schilderij dat kenmerkend is voor De Ploeg. Het is een kleurexplosie dat direct de aandacht trekt. Mede dankzij dergelijke kleurrijke De Ploeg-kunstwerken is de tentoonstelling in Amersfoort een lust voor het oog.

Een apart hoofdstuk is weggelegd voor De Ploeg-lid Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945). Daarmee sluit de tentoonstelling aan bij de door de coronacrisis wat minder feestelijk uitgevallen viering van 75 jaar vrijheid in Nederland. De Groningse drukker en kunstenaar was in de Tweede Wereldoorlog namelijk actief in het verzet, wat hem daags voor de bevrijding noodlottig werd.

Hendrik Nicolaas Werkman, van Preludium, 1938, Collectie Niemeijer – Hidding.

Hendrik Nicolaas Werkman, De blauwe vogel, 1943, Museum Flehite.

Samen met enkele anderen verzorgde hij onder de naam De Blauwe Schuit verschillende uitgaven die in bedekte termen kritiek leverden op de nazi’s. De teksten werden door Werkman illustreerde de teksten met kleurrijke prenten. Waarschijnlijk daarom werd hij op 13 maart 1945 gearresteerd en vervolgens op 10 april gefusilleerd. Dit was slechts vijf dagen voor de bevrijding van Groningen.

Museum Flehite eert Werkman met een eigen zaal vol prachtige druksels, zoals de kunstenaar zijn illustraties zelf noemde. Te zien onder meer is de publicatie Preludium, die in 1938 verscheen ter gelegenheid van de twintigjarig bestaan van De Ploeg. De omslagillustratie – een portret van een blauw-rode dame met groen haar – is het beeldmerk van de expositie.

Een groot deel van Werkmans druksels ligt in een indrukwekkende vitrine, die vóór de coronacrisis op zolder stond. Waarschijnlijk als gevolg van de uitgestippelde coronaproof vaste looproute heeft ze nu een plek in de expositieruimte. Waar ze naar mijn bescheiden mening ook beter tot haar recht komt, want het is echt een heel mooi ding.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Vitrine met druksels van Hendrik Nicolaas Werkman.

Abe Kuipers, portret van en vrouw, 1959, Collectie Niemeijer – Hidding.

Jan Jordens, Plantsoen in Groningen, 1957, Collectie Niemeijer – Hidding.

In drie andere vitrines, verspreid over de expositiezalen, staan aardewerken kruiken en vazen van het Groningse merk Adco. Behalve dat ze ook uit de collectie van het echtpaar Niemeijer-Hidding afkomstig zijn, hebben ze niet veel met het thema te maken. Maar dat geeft niet, want de objecten geven extra kleur aan de toch al niet grijze tentoonstelling. Één die een goed beeld schetst van Noord-Nederlandse kunst uit de eerste helft van de vorige eeuw. En die de bezoeker ook kennis laat maken met onbekendere Noord-Nederlandse kunstenaars, die ook zeker de aandacht waard zijn.

Hendrik Nicolaas Werkman e.v.a. ‐ Kunst uit Noord Nederland, t/m 2 augustus in Museum Flehite, Amersfoort

Waardering: @@@@@@@@@@

Share