Fijne wonderlijke reis door Surreële Werelden

Recensie

Het surrealisme is een dankbaar onderwerp voor een tentoonstelling. Een museum dat het goed aanpakt, kan met de beschikbare ingrediënten iets heel geslaagds bereiden. Het Centraal Museum heeft dat begrepen en biedt het publiek een wonderlijke reis door Surreële Werelden.

Klavecimbel van J.H. Moesman en Gerrit Klop. Foto: Evert-Jan Pol.

Al voor de ingang van de expositieruimte is het duidelijk: dit zou wel eens heel mooi kunnen worden. De trap is bekleed met een Magritte-eske loper, vol wolkenvelden. De samenstellers hebben duidelijk aandacht besteed aan de aankleding. De Vlaamse meester van het surrealisme is zelf niet vertegenwoordigd, want de tentoonstelling legt de nadruk op Nederlandse surrealisten.

En dus gaat er veel aandacht uit naar Utrechter J.H. Moesman (1909-1988), zonder twijfel de meester van het vaderlands surrealisme. De autodidact legde absurdistische taferelen vast, zowel op doek als op andere materialen. Een van de blikvangers is een door Moesman beschilderde klavecimbel. De voorstellingen lijken rechtstreeks uit dromen te komen. Want waar anders zie je een naakt mannelijk onderlichaam, dat een paraplu draagt?

Met de klok mee: Aernout Mik (1962), voorwerpen, achter te laten in treinen, 1992, privéverzameling; Paul de Reus (1963), Harig handdoekje, collectie Corinne Groot & Rob v.d. Ven; Pyke Koch (1901-1991), Portret Asta Nielsen, 1929, collectie Centraal Museum, Utrecht.

De beelden die kunstenaar Paul Klemann (1960) aan het papier toevertrouwt, zijn volgens hem ook werkelijk afkomstig uit diens dromen. Eenmaal wakker verwerkt hij ze in tekeningen, die hij bizarre titels meegeeft. Zoals De geest van de heilige Ram vaart mee tijdens een Nijlcruise en in de maan woont een vrouw met een koekenpan, om er maar één te noemen. Bezoekers aan de tentoonstelling nodigt hij uit hun eigen dromen op te tekenen.

Moment uit dynamisch kunstwerk Discontinuüm van Tijmen Zonnevijlle (1980). Foto: Evert-Jan Pol.

Diezelfde bezoekers worden op hun tocht door de Surreële Werelden vaker uitgedaagd om actief deel te nemen. Zo mogen ze aan de slag met de door surrealisten gebruikte schrijf- en tekentechnieken Écriture Automatique en Cadavre Exquis. En in een speciale ruimte is er de mogelijkheid een breinreis te maken.

J.H. Moesman, (1909-1988), Aangekomene 1933, olieverf op doek, collectie Centraal Museum, Utrecht. Foto: Ernst Moritz.

Het hersenhok is een van de vele kamers waar iets te beleven is. Een regelmatige bezoeker van het Centraal Museum herkent het museum tijdens deze expositie niet terug en krijgt een bijna surrealistische ervaring. De samenstellers hebben verschillende thematische vertrekken gecreëerd, vol wonderlijke kunst. Een van de ruimtes is met een installatie van Alain Teister (1932-1979) ingericht als slaapkamer. Wie te ver doorloopt, krijgt er een luide verrassing om de oren. De schikreacties zijn niet van de lucht.

Het Centraal Museum weet te verrassen met deze zeer fijne expositie. Het getoonde werk – veel schilderkunst, maar ook een muzikaal werk van Moesman en een surreële video-installatie van Pipilotti Rist (1962) – is wonderlijk en prikkelend. Liefhebbers van surrealisme wordt ten zeerste aangeraden de Surreële Werelden te betreden. En die vreemd uitziende bankjes? Ga er gerust op zitten.

Surreële Werelden, t/m 9 juni in het Centraal Museum, Utrecht

Waardering: @@@@@@@@@@

Share