Familie na eeuw herenigd in Rijksmuseum Twenthe

Johannes Cornelisz. Verspronck, Meisje in het blauw, 1641, Rijksmuseum.

De familie van het Meisje in het blauw uit de collectie van het Rijksmuseum is na bijna 100 jaar herenigd. Voor even dan, want dochter voegt zich tijdens de duur van de tentoonstelling Lief en Leed weer bij haar ouders in Rijksmuseum Twenthe.

Het museum in Enschede noemt de hereniging een van de hoogtepunten van de expositie. Johannes Cornelisz. Verspronck portretteerde het Meisje in het blauw en haar ouders omstreeks 1641. Peter Friedrich Ludwig, groothertog van Oldenburg kocht de portretten in 1800. Nazaat Friedrich August van Oldenburg moest ze vanwege geldgebrek in 1922 verkopen. Meisje in het blauw belandde via de Vereniging Rembrandt in 1923 in het Rijksmuseum, waar zij tegenwoordig verblijft in de eregalerij.

Beide ouders kwamen terecht in de Verenigde Staten en keerden in 1957 terug naar Nederland nadat Rijksmuseum Twenthe de portretten had weten aan te kopen. Verspronck schilderde behalve dochter en ouders ook nog een van de grootvaders, maar van hem ontbreekt sinds 1974 elk spoor. Er is alleen nog een zwart-witfoto bekend. Het grootste deel van de familie is echter weer tijdelijk herenigd. Vanaf 8 september hangen ouders en dochter vier maanden naast elkaar.

De tentoonstelling Lief en Leed bestaat uit familieportretten waar iets mee aan de hand is. In veel gevallen zijn ze naar wens bewerkt. Het principe van fotoshoppen is namelijk eeuwenoud.

De ouders van het Meisje in het blauw, geschilderd door Johannes Cornelisz Verspronck, Rijksmuseum Twenthe.

Na stilistische analyses of een studie naar de biografische gegevens die er over de familie bekend zijn, blijken veel portretten in deze tentoonstelling lang niet altijd zo waarheidsgetrouw. In het jaar waarin zij werd geschilderd telde één gezin bijvoorbeeld vijf kinderen, terwijl er zeven kindertjes zijn afgebeeld.

In andere gevallen worden overleden familieleden als levende figuren voorgesteld. Zo liet de Haagse ambtenaar Willem van den Kerckhoven zich door Jan Mijtens met zijn vrouw en al zijn veertien kinderen portretteren. Vijf van de veertien kinderen waren al overleden en kregen een plaats als engeltje in de lucht. Toen drie jaar na dato nog een zoontje geboren ter wereld kwam, kreeg het op het schilderij een plekje naast vaders knie. De ‘familiefoto’ was daarmee weer compleet.

De opa van get Meisje in het blauw, in 1645 geschilderd door Johannes Cornelisz Verspronck, verblijfplaats onbekend.

Ook wanneer een schilderij eenmaal was voltooid, kon er nog van alles aan gebeuren. Na het sluiten van een nieuwe huwelijk of de geboorte van een kind werd het portret soms weer ‘up to date’ gemaakt. Er verdwenen ook weleens figuren. Omdat er iemand was overleden, maar het kon ook een familieruzie zijn geweest, waardoor iemand uit het gezin werd gewist.

In het portret door Wybrand Hendriks van de Amsterdamse koopman Jacob Feitama en zijn echtgenote Elisabeth de Haan was bijvoorbeeld nog een tweede vrouw afgebeeld, vermoedelijk een van hun dochters. Zij is uit het portret verdwenen.

De Haagse schilder Jan Mijtens was een specialist op het gebied van familiegroepen en nam daarin geregeld een loopje met de realiteit. En bijvoorbeeld ook Bartholomeus van der Helst, Nicolaes Maes en Gerard ter Borch maakten zich hier schuldig aan. In totaal zullen ruim 40 schilderijen en pastels in Rijksmuseum Twenthe te zien zijn.

Lief en Leed. Hollandse families in voor- en tegenspoed, 8 september 2018 t/m 6 januari 2019 in Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Share