Recensies

De inspiratiebronnen van Golden Boy Gustav Klimt

1 0
Read Time:4 Minute, 56 Second

Recensie

“Wij vragen om uw begrip dat dit werk op dit moment niet te zien is.” Deze geschreven mededeling in het Weense museum Belvedere slaat op het schilderij Judith van Gustav Klimt. Dat hangt namelijk op dit moment in het Van Gogh Museum in de populaire tentoonstelling Golden Boy Gustav Klimt.

Tekst: Evert-Jan Pol

Gustav Klimt, Waterslangen II, 1904, bewerkt 1906-1907, privécollectie.

Voluit heet de expositie Golden Boy Gustav Klimt. Inspired by Van Gogh, Rodin, Matisse…. Ze laat namelijk zien door wie Klimt zich zoal liet inspireren en toont zijn werk tussen dat van diens inspiratiebronnen. Het Van Gogh Museum maakte de tentoonstelling in samenwerking met het Belvedere in Wenen. Daar is ze volgend jaar te zien, van 3 februari tot en met 29 mei.

Op de dag dat de tentoonstelling in Amsterdam opende, bezocht ik het Belvedere, dat een grote verzameling werken van de Oostenrijkse kunstenaar Gustav Klimt (1862-1918) bezit, waaronder het wereldberoemde De kus. Het deels gouden meesterwerk bleef achter in Belvedere en blijkt daar enorm populair; hele volksstammen proberen er gelijktijdig een glimp van op te vangen.

Gustav Klimt, De kus, 1907-08, Belvedere, Wenen. Foto: Evert-Jan Pol. Let op: niet te zien in de tentoonstelling.
Gustav Klimt, Judith, 1901, Belvedere, Wenen.

De Kus ontbreekt dus in het Van Gogh Museum, maar Judith is er wel, tot genoegen van veel bezoekers. Menigeen vereeuwigt het doek op een foto, wat overigens niet is toegestaan in de expositiezalen. Maar stiekem mag alles immers, en het is natuurlijk ook en indrukwekkend werk, met al dat bladgoud. Het portret van de Bijbelse Judith, die de Assyrische generaal Holofernes onthoofdde, uit 1901 was het eerste schilderij waarin hij gebruikmaakte van bladgoud.

En dit zou niet de laatste keer zijn. De expositietitel Golden Boy Gustav Klimt is niet zomaar gekozen; die verwijst naar Klimts veelvuldige gebruik van bladgoud in zijn werk. Met een goudgraveerder als vader was het niet zo vreemd dat hij een grote belangstelling had voor het gele edelmetaal en het daarom geregeld toepaste. Het hier niet aanwezige De Kus is daar misschien wel het bekendste voorbeeld van. Dat schilderij toont een man die een vrouw op haar wang kust. Beiden zijn gekleed in goudkleurige kostuums, waarin dus ook echt goud is verwerkt. Wie het werk van een afstand bekijkt, ziet eerst vooral een grote goudkleurige vorm; pas later zijn de twee menselijke figuren te herkennen. Het is daarom jammer dat juist dit werk, dat zo kenmerkend is voor Klimts gouden periode niet te zien is in Amsterdam.

Wie de naam Gustav Klimt hoort, denkt waarschijnlijk ook het eerst aan rijkelijk vergulde schilderijen. De tentoonstelling in het Van Gogh Museum laat echter zien dat de kunstenaar niet alleen met goud schilderde. De werken uit het begin van zijn carrière zijn zelfs heel klassiek, voor die periode dan. Een van de eerste schilderijen in de expositie is Romeins vrouwenbad uit 1890. Het werk doet sterk denken aan de door de klassieke oudheid geïnspireerde schilderijen die Lourens Alma-Tadema wereldfaam brachten. Deze Friese en later tot Engelsman genaturaliseerde schilder was een van de kunstenaars door wie Klimt zich liet beïnvloeden.

Een ander schilderij, Laan naar kasteel Kammer, lijkt qua stijl en kleurgebruik juist weer op het werk van Vincent van Gogh. En Italiaans tuinlandschap had eveneens een Van Gogh kunnen zijn. De bloemen lijken rechtstreeks geplukt uit diens De tuin van Daubigny, dat ernaast hangt. Klimt bewonderde Van Gogh; diens werk zag hij voor het eerst in 1903, in de impressionistententoonstelling in Wenen. Daar hing onder meer De roze boomgaard, dat ook in Amsterdam te zien is.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Gustav Klimt, Laan naar Kasteel Kammer, 1912, Belvedere, Wenen.
Gustav Klimt, Italiaans tuinlandschap, 1913, Kunsthaus Zug, Stiftung Sammlung Kamm.
Vincent van Gogh, De roze boomgaard, 1888, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting).

Nog voordat hij het werk van de impressionisten zag, had Klimt al belangstelling voor minder traditionele schilderkunst. In 1897 richtte hij met enkele andere Oostenrijkse kunstenaars de Wiener Secession op. Deze vereniging zette zich in voor vernieuwing binnen de beeldende kunst. De leden wilde de Weense kunstwereld opschudden.

Klimt waagde zich direct aan nieuwe stijlen en ontwikkelde zich al snel tot het enfant terrible van de Weense kunstscene. Drie eigenzinnige plafondschilderingen die hij voor de universiteit van Wenen had gemaakt, werden wegens het vele naakt verwijderd. Veel naakt bevat ook het meterslange Beethovenfries dat Klimt in 1901 aanbracht op binnenmuren van het Secessionsgebouw, het land waar de leden van de Wiener Secession samenkwamen. Een reproductie van het fries is op ware grootte te zien in de tentoonstelling, met daaronder diverse voorstudies.

Gustav Klimt, Beethovenfries (detail), 1901-02, Belvedere, Wenen, langdurig bruikleen in de Secession.

Het Beethovenfries is de opmaat naar de gouden periode, waarin Klimt bladgoud gebruikte in zijn schilderijen. Judith uit 1901 was zoals eerder vermeld het eerste ingelijste schilderij waarin hij bladgoud verwerkte. En niet alleen in het werk zelf, maar ook in de lijst die hij zelf ontwierp. Misschien nog mooier is het schilderij Waterslangen II uit 1904, dat voor het eerst in zestig jaar in het openbaar te zien is. De spectaculaire voorstelling is een van de hoogtepunten in deze tentoonstelling die Klimt eens op een andere manier neerzet. Ja, hij had een heel eigen stijl, maar hij liet zich ook volop inspireren door internationale geestverwanten. Al die invloeden maakten hem uiteindelijk tot de golden boy zoals we hem nu kennen.

Golden Boy Gustav Klimt. Inspired by Van Gogh, Rodin, Matisse…, t/m 8 januari 2023 in het Van Gogh Museum, Amsterdam

Waardering: @@@@@@@@@@

Happy
Happy
0 %
Sad
Sad
0 %
Excited
Excited
0 %
Sleepy
Sleepy
0 %
Angry
Angry
0 %
Surprise
Surprise
0 %
Share