Wonderlijcke dinghen van Caravaggio en de caravaggisten

Michelangelo Merisi, gen. Caravaggio, De mediterende Hiëronymus (ca. 1605/1606), Museu de Montserrat © Museu de Montserrat.

Recensie

De Vlaamse schilder en schrijver Karel van Mander maakte in 1604 in een van zijn publicaties melding van ene Caravaggio. Hij schreef dat die in Rome “wonderlijcke dinghen” aan het doen was. Hij vond dat kunstenaars rap naar de Italiaanse hoofdstad moesten afreizen om zich daar te laten inspireren. En dat deden ze, zoals de prachtige tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa in het Centraal Museum laat zien.

Tekst: Evert-Jan Pol

De Utrechters Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Brugghen waren drie schilders die met eigen ogen het werk van hun Italiaanse collega wilden zien. Onafhankelijk van elkaar trokken ze op verschillende momenten naar Rome. En ze waren lang niet de enigen. Tussen 1600 en 1630 stonden er 572 buitenlandse kunstenaars ingeschreven in die stad.

Velen kwamen af op het werk van Michelangelo Merisi da Caravaggio, of Caravaggio zoals we hem nu vooral kennen. Hij idealiseerde zijn onderwerpen niet, zoals de norm was in die tijd. Nee, hij schilderde naer het leven.

De mediterende Hiëronymus (te zien in de expositie) is daar een goed voorbeeld van. Wie de fragiele oude man zo ziet zitten, zou niet direct denken naar een heilige te kijken. De man is ook nog eens half ontbloot en heeft zongebruinde handen, die afsteken tegen zijn verder bleke lichaam; weinig geïdealiseerd.

Caravaggio vernieuwde de schilderkunst met zijn realisme, gevoel voor drama en een kenmerkend contrast tussen licht en donker. Hij kreeg veel navolgers, kunstenaars die nu bekend staan caravaggisten.

Zij staan centraal in deze bijzondere tentoonstelling die het Centraal Museum maakte in samenwerking met de Bayerischen Staatsgemäldesammlungen in München. Zes jaar lang werkten beide musea eraan, en dat is te zien. De zalen hangen vol met topstukken, waarvan het merendeel nog niet eerder in Nederland schitterde.

Foto: Evert-Jan Pol.

Een daarvan is Caravaggio’s schilderij De graflegging van Christus, dat bij hoge uitzondering het eigen huis, de Vaticaanse musea, mocht verlaten. Wel voor slechts een periode van vier weken, dus wie het wil zien, moet snel zijn. Zijn plek wordt daarna ingenomen door Medusa, een andere Caravaggio die nog niet eerder de reis naar Nederland maakte.

Caravaggio schilderde De graflegging van Christus rond 1602 voor de familiekapel van Girolamo Vittrice in de Chiesa Nuova in Rome. Volgens de Romeinse schilder en kunstenaarsbiograaf Giovanni Baglione beschouwden tijdgenoten het monumentale schilderij (3 bij 2 meter) als Caravaggio’s allerbeste werk.

Niet vreemd daarom dat de caravaggisten dit doek graag als voorbeeld namen voor een eigen versie van die Bijbelse gebeurtenis. Caravaggio’s origineel hangt in de tentoonstelling naast een versie van Dirck van Baburen. De overeenkomsten zijn overduidelijk, en de verschillen ook.

Links: Michelangelo Merisi, gen. Caravaggio, De graflegging van Christus (1602-1603), © Pinacoteca Vaticana, Vaticaanstad. Rechts: Dirck van Baburen, De graflegging van Christus (ca. 1617-1621) , collectie Centraal Museum Utrecht; schenking 1938. © Centraal Museum, Utrecht / Ernst Moritz.

Op beide schilderijen leggen twee mannen Christus in zijn graf, onder toeziend oog van drie rouwende vrouwen. Compositorisch lijken de werken sterk op elkaar, met onderaan één persoon, daarboven twee mannen en daar weer boven drie vrouwen. De verschillen zitten hem in de details.

De Christus van Caravaggio heeft een houding die je verwacht bij een overleden man: liggend. In Van Baburens versie lijkt Jezus te zitten. Met het Bijbelverhaal in het achterhoofd kun je hier allerlei associaties bij hebben. Deze voorstelling is daardoor net iets spannender.

Doordat er ‘slechts’ twee Caravaggio’s in de tentoonstellingen hangen, zijn dergelijke vergelijkingen tussen het werk van de caravaggisten en dat van hun grote voorbeeld niet veel vaker te maken. De expositie richt zich dan ook vooral op die navolgers. Hoewel ze duidelijk inspiratie haalden bij Caravaggio, ontwikkelden ze allemaal toch ook hun eigen stijl.

De caravaggisten speelden naar voorbeeld van Caravaggio allemaal met het contrast tussen licht en donker, maar van alle navolgers trok Gerard van Honthorst dat toch wel het verst door. Hij specialiseerde zich in nachttaferelen bij kaarslicht. Hij werd hier zo bekend om dat hij in Italië de bijnaam Gherardo delle Notte (Gerard van de Nachten) kreeg.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Orazio Gentileschi , Judith en haar bediende met het hoofd van Holofernus, ca. 1621/1624, Wadsworth Atheneum Museum of Art, Hartford (VS) © Allen Phillips/Wadsworth Atheneum.

Theodoor Rombouts, De verdrijving van de geldwisselaars uit de tempel, ca. 1628-1637, aankoop met steun BankGiro Loterij 2017 © Centraal Museum, Utrecht.

Gerard van Honthorst, De koppelaarster, 1625, Centraal Museum, Utrecht. Foto: Ernst Moritz.

Het schilderij De koppelaarster uit de eigen collectie van het Centraal Museum is daar een uitmuntend voorbeeld van. De voorstelling telt drie figuren, maar slechts één is volledig uitgelicht; de andere twee zijn weinig meer dan silhouetten. Alle aandacht – van de twee andere figuren en van de toeschouwer buiten de lijst – is dan ook gericht op de betoverend mooie jonge vrouw rechts. Tegen betaling zal zij, geregeld door de koppelaarster uit de titel, een gezellig onderonsje hebben de met de jongeman in het midden.

De heilige Sebastiaan door Irene verzorgd, 1625, © Allen Memorial Art Museum, Oberlin College, OH. R. T. Miller Jr. Fund.

Met zijn karakteristieke stijl inspireerde Van Honthorst op zijn beurt weer anderen. Na terugkomst in Utrecht, rond 1621, maakte Van Baburen ook een nachtstuk. Wellicht wilde hij laten zien dat ook hij in staat was het bijzondere effect te creëren dat ontstaat door een verborgen kunstmatige lichtbron. Jongen met mondharp toont een jonge muzikant die wordt verlicht door een onzichtbare kaars.

Toeval of niet, in hetzelfde jaar schilderde Hendrick ter Brugghen – eveneens weer terug in Utrecht – plotseling ook twee muzikanten. Het is niet uitgesloten dat hij zich geïnspireerd voelde door zijn stadgenoot.

Uit de fantastische tentoonstelling in het Centraal Museum blijkt overduidelijk dat de caravaggisten ook heel scherp naar elkaar keken. Niet zelden kozen ze dezelfde onderwerpen en werkten die uit op hun geheel eigen wijze. Gegroepeerd naar thema komen in de verschillende zalen de overeenkomsten en verschillen goed naar voren. Alle topstukken samen maken de expositie tot een prachtig schouwspel vol heerlijk vergelijkingsmateriaal. Karel van Mander zei het al: er gebeuren wonderlijcke dinghen.

Utrecht, Caravaggio en Europa, 15 december 2018 t/m 24 maart 2019 in Centraal Museum, Utrecht (Let op: het museum verkoopt alle tickets in tijdsblokken. Ook geldt er een toeslag van € 6.)

Waardering: @@@@@@@@@@

Share