Wonder in Londen

Recensie

Londen, 1828: Een hondje loopt de trap af en blaft naar een man die zojuist jachtbuit heeft afgeleverd. De onfortuinlijke vogels en haas zijn bestemd voor de heer P.C. Wonder, die dit schilderij uit de collectie van het Centraal Museum maakte. Het geldt als een van de mooiste werken van deze in eigen land onbekende Utrechtse schilder.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

 

Detail uit P.C. Wonders Het trappenhuis van de Londense woning van de schilder, collectie Centraal Museum, Utrecht.

Detail uit P.C. Wonders Het trappenhuis van de Londense woning van de schilder, collectie Centraal Museum, Utrecht.

 

Het trappenhuis van de Londense woning van de schilder is het beeldmerk van een welverdiende tentoonstelling over Pieter Christoffel Wonder (1777-1852). Één die zich richt op diens periode in Engeland, waar hij acht jaar woonde en met veel succes werkte.

Hij vertrok naar Londen op uitnodiging van kunstverzamelaar Sir John Murray. Op een van zijn reizen door Nederland ontmoette deze oud-militair Wonder in 1819 in diens Utrechtse atelier. Hij was danig onder de indruk van Wonders talent en haalde hem na hun tweede ontmoeting in 1823 over om naar Engeland te verhuizen. Het jaar daarop stak de schilder daadwerkelijk de Noordzee over.

 

Zaaloverzicht, met links ene zelfportret van P.C. Wonder en rechts, gezien in de spiegel, het schilderij De Tijd uit 1810.

Zaaloverzicht, met links ene zelfportret van P.C. Wonder en rechts, gezien in de spiegel, het schilderij De Tijd uit 1810.

 

Hij vestigde zich in eerste instantie in Soho Square, waar hij een goedkope woning vond. Op advies van zijn vriend en stadsgenoot Christiaan Josi, kunsthandelaar in de Britse hoofdstad, verruilde hij zijn onderkomen al snel voor een duurdere residentie aan 35 Great Marlborough Street. Dit huis, uit het eerder besproken schilderij, paste beter bij zijn nieuwe klantenkring.

Murray introduceerde hem namelijk bij zijn vermogende vrienden, die hem de nodige portretopdrachten gaven. Wonder was een uitmuntend portrettist, met een perfect gevoel voor stofuitdrukking. Vooral de jurken zijn bijzonder goed getroffen. Elke plooi en elke naad gaf hij weer, waardoor de gewaden bijna driedimensionaal zijn. Voorbeelden van echte negentiende-eeuwse jurken in de expositiezalen geven extra blijk van Wonders vakmanschap.

 

Detail uit Conservatiestuk met Sir John Murray, zijn Aide-de-camp kolonel Milner, Lady Murray en Mrs. Juliana Crutchley.

Detail uit Conservatiestuk met Sir John Murray, zijn Aide-de-camp kolonel Milner, Lady Murray en Mrs. Juliana Crutchley.

 

Behalve kledingstukken toont het museum eveneens meubels uit Wonders tijd. “Voor ons is dit een goede gelegenheid om ook onze mode- en meubelcollectie eens te tonen”, vertelt directeur Edwin Jacobs. De authentieke objecten zijn ook bedoeld als sfeerversterking. En de keuze pakt goed uit. De bezoeker waant zich in een negentiende-eeuwse kunstgalerie. Zo één als Wonder in 1830 in opdracht van Murray schilderde op Kunstliefhebbers en Mecenassen, het absolute hoogtepunt van de tentoonstelling.

De kunstenaar beeldde daarop Murray af te midden van zijn gedroomde kunstcollectie. Alle schilderijen en beelden bestaan echt en zijn grotendeels herkenbaar. Met name Rafaëls De Alba Madonna is een getrouwe kopie in miniatuur. Het grote stuk bewijst dat Wonder een meesterlijke schilder was. Wie het ziet, kan niet anders dan zich verwonderen over Wonders huidige onbekendheid.

 

P.C. Wonder, Kunstliefhebbers en Mecenassen, 1830, particuliere collectie.

P.C. Wonder, Kunstliefhebbers en Mecenassen, 1830, particuliere collectie.

 

Dat roem heel vergankelijk is, merkte de kunstenaar zelf al aan den lijve bij terugkeer in Utrecht. Voor zijn vertrek was hij ook in Nederland een succesvol schilder, van voornamelijk portretten en vaak lieflijke genrestukken. Als medeoprichter en directeur van het nog immer bestaande kunstenaarsgenootschap Kunstliefde speelde hij een belangrijke rol in de kunstwereld. Acht jaar na zijn vertrek uit de Domstad was alles echter anders.

Wonder bleef mooie dingen maken: Jonge vrouw met strohoed en roos is niet minder dan wonderschoon en ook Dienstmeisje in een keuken mag een topstuk heten. Maar de smaak van critici en het publiek had hem ingehaald. Vóór zijn Engelse periode was hij nog een graag geziene gast op de belangrijke Tentoonstelling van nog in leven zijnde Hollandsche Meesters, maar vanaf 1832 konden zijn stukken daar nog op weinig enthousiasme rekenen. Ze waren inmiddels ouderwetsch. “De negentiende eeuw was een typische eeuw, met een snelle en harde ontwikkeling”, verklaart Jacobs. “De omslagcultuur was superheftig en Wonder zat daar middenin.”

P.C. Wonder, Jonge vrouw met strohoed en roos, ca. 1835-1840, particuliere collectie.

P.C. Wonder, Jonge vrouw met strohoed en roos, ca. 1835-1840, particuliere collectie.

Zo kon het gebeuren dat Wonders faam snel verging. Kijkend met de blik van de moderne mens is dat volkomen onterecht. Pieter Christoffel Wonder hoort zonder twijfel bij de grote kunstenaars van de negentiende eeuw.

Een Utrechter in Londen – P.C. Wonder, romantisch schilder (1777-1852), t/m 13 maart 2016 in Centraal Museum, Utrecht

Waardering: @@@@@@@@@@

Share