De woeste wereld van Willem van Genk

Recensie

Hoewel velen de naam wellicht niet bekend in de oren klinkt, was Willem van Genk Nederlands bekendste Outsider-kunstenaar. Zijn dynamische overzichtstentoonstelling Woest in Museum van der Geest in Amsterdam laat overtuigend zien waarom zijn werk bij menigeen zo geliefd is.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Willem van Genk, trolleybusstation Arnhem (detail), 1996.

“Komt u voor het Outsider Art Museum?” vraagt een dame als ik naar binnen wil lopen in het gebouw naast Hermitage Amsterdam ziet lopen. Ik antwoord bevestigend, waarop zij vertelt dat dat museum ín het pand van de Hermitage is gevestigd. “Dit is de Outsider Art Galerie.” Omdat ik een tijdsslot heb gereserveerd, keer ik om en wandel de Hermitage binnen. Een volgende keer bezoek ik de galerie, beloof ik.

Wat ik toen nog niet wist, was dat het museum recent een nieuwe naam had gekregen: Museum van de Geest. Dit is de overkoepelende naam van twee musea: één in Haarlem (voorheen Museum het Dolhuys, open vanaf 25 november)  en één in Amsterdam. De vestiging in Haarlem staat in het teken van de geest en die in Amsterdam toont outsiderkunst.

Outsiderkunst is de naam die is gegeven aan werk van kunstenaars – meestal autodidactisch – die de regels van de conventionele kunstwereld negeren of afwijzen en min of meer geobsedeerd hun eigen vormtaal en thematiek vervolgen. Niet zelden hebben outsiderkunstenaars psychische stoornissen.

Willem van Genk, Tubestation (detail), 1970.

Dat geldt ook voor Willem van Genk (1927-2005), die leed aan schizofrenie. Al vroeg kwam hij terecht op een sociale werkplaats; zijn kunst maakte hij ‘s avonds. Omdat hij te boek stond als psychiatrisch patiënt namen velen hem als kunstenaar niet geheel serieus. Volkomen onterecht, zo bewijst een rondgang door de expositie in Amsterdam.

Museum van de Geest noemt de tentoonstelling “een reis door het drukke hoofd van Willem van Genk die blijft zoeken in een voor hem onbegrijpelijke wereld en daardoor overweldigende kunst creëert”. Die wereld bestaat uit onder meer schietende gangsters, spuitende fonteinen, boeken, monumenten, treinen en trolleys.

Willem van Genk, Schwebebahn Wuppertal (detail), ca. 1960.

Vooral treinen en trolleybussen leken de aandacht van Van Genk te hebben. In de tentoonstelling komen deze vervoersmiddelen veelvuldig voor. Indrukwekkend is het schilderij Schwebebahn Wuppertal waarin een zweeftrein het station binnenrijdt of juist verlaat. Hoewel de trein echt bestaat – ook al in de jaren 60, toen het werk ontstond – oogt de voorstelling futuristisch. Het ademt enigszins de sfeer van Duitse sciencefictionfilm Metropolis uit 1927.

Opmerkelijk zijn ook de trolleybussen die Van Genk vervaardigde uit allerlei verpakkingsmateriaal. Wellicht hebben al die bussen trolleybusstation Arnhem als eindbestemming. Dat ook is opgebouwd uit uiteenlopende verpakkingen en ander afval. Het is een verbluffend schouwspel waarin steeds iets nieuws valt te ontdekken.

Willem van Genk, Trolleybus.

Willem van Genk, trolleybusstation Arnhem, 1980-1990.

Het station oogt woest, passend bij de titel van de expositie. Die verwijst echter niet naar het werk, vertelde samensteller Walter Van Beirendonck in een interview in Trouw. “Van Genk was zijn hele leven kwaad op de buitenwereld. Hij had nooit de gelegenheid om vrij te werken en werd niet serieus genomen. Tegelijk was dat een stimulans.”

De tentoonstelling zou in eerste instantie duren tot en met 15 maart en daarna doorreizen naar Lausanne en Sint-Petersburg. De coronacrisis stak een stokje voor de reisplannen. Museum van de Geest besloot de expositie daarom te verlengen tot en met 3 januari. Persoonlijk ben ik daar niet rouwig om, want anders had ik Van Genks fantastische werk niet gezien. En nu de musea andermaal zijn heropend, krijgen ook anderen nog de kans kennis te maken met de woeste wereld van deze markante kunstenaar.

Woest, t/m 3 januari 2021 in Museum van de Geest I Outsider Art, Amsterdam

Waardering: @@@@@@@@@@

Share