Westfries Museum toont 16de-eeuwse zilverschat

Het Westfries Museum toont vanaf morgen 88 zestiende-eeuwse zilveren munten. Drie West-Friese archeologen vonden de munten met een afbeelding van de Spaanse vorst Filips II op een akker in het Noord-Hollandse Westwoud.

De zilverschat van Westwoud bestaat vrijwel geheel uit hele en halve philipsdaalders, geslagen in de periode 1557 tot 1571. Bij de gevonden munten bevindt zich één karolusgulden (1542-1552) en één henricusdaalder (1558-1568). Behalve de munten vonden de archeologen ook resten van een stenen kannetje met eikenbladmotief. Waarschijnlijk zijn de munten daarin begraven.

De schat met een soortgelijke kan als waarvan de resten werden gevonden.

Michiel Bartels, directeur van de dienst Archeologie West-Friesland, spreekt van een 5-sterrenvondst. “En dan gaat het om de hoeveelheid, de zeldzaam goede conditie van de munten en de maatschappelijke en historische context.”

Het Westfries Museum deed onderzoek naar de tijd waarin de munten in de grond terecht kwamen. De jongste munt dateert van 1571. Dat is volgens Ad Geerdink, directeur van het Westfries Museum, een aanwijzing dat deze muntschat ín of kort ná dat jaar is begraven. “Ze werpen een fantastisch licht op de dynamische periode 1570-1575, die de start vormde voor de grote bloeitijd van Hoorn en Enkhuizen.”

Er was volgens Geerdink sprake van religieuze spanningen, geuzenterreur, plundering en brandstichting, niets ontziende Spaanse belastingmaatregelen en strafexpedities. “We zeggen vaak dat de Spanjaarden de kwaden waren en de geuzen de goeden, maar zo simpel lag het niet.”

De komst van de Oranjegezinde geuzen was voor het West-Friese platteland ongekend zwaar. Omdat de geuzen geen soldij kregen, persten zij de bevolking af met grof geweld. Als zij hun zin niet kregen, dreigden ze de boeren met ophanging. Wie tegenstand bood, werd gemarteld of mishandeld. Aan werken kwamen de arme boeren nauwelijks meer toe.

Philipsdaalder.

In 1573 dreigde een Spaanse strafexpeditie om de opstandige steden een lesje te leren. Geerdink: “In feite zaten de West-Friese boeren gevangen tussen twee kwaden. Onder die omstandigheden is het heel goed te begrijpen dat een arme boer in Westwoud op een dag besloot zijn kapitaal in een pot te stoppen en te begraven voor betere tijden.”

Twee van de drie vinders hebben hun munten voor twee jaar in bruikleen gegeven aan het Westfries Museum. De derde vinder wilde zijn vondst laten veilen. Het museum heeft die 38 munten met steun van de Vrienden van het Westfries Museum kunnen aankopen. Zodat de hele zilverschat toch bij elkaar kan blijven.

Verborgen voor de geuzen – De zilverschat van Westwoud, van 1 april t/m 1 september in het Westfries Museum, Hoorn

Share