Vijftig tinten kleur

Recensie

De naam Joachim Wtewael kwam op deze site tot vandaag slechts drie keer voor, en steeds in een bijrol. Liesbeth Helmus, conservator oude kunst van het Centraal Museum, noemt hem een van de beste kunstenaars van de Gouden Eeuw, maar slechts weinigen kennen hem. Een nieuwe expositie in het Utrechtse museum moet daar verandering in brengen.

Door: Evert-Jan Pol, met dank aan Suzanne Sanders

Joachim Wtewael (1566-1638), Zelfportret (detail), 1601, olieverf op paneel, Centraal Museum, Utrecht.

 

En dat is geen overbodige luxe. Wtewael (1566-1638) is een van die kunstenaars die in het buitenland meer waardering lijken te krijgen dan in eigen land. Zelfs de universitaire opleiding kunstgeschiedenis in zijn eigen Utrecht besteedt nauwelijks aandacht aan hem. Maar in Amerikaanse musea is de schilder een graag geziene gast. Twee van die musea, de National Gallery of Art in Washington en het Museum of Fine Arts in Houston, werkten samen met het Centraal Museum aan deze tentoonstelling.

Een reden voor zijn relatieve onbekendheid in Nederland is niet makkelijk te geven. Zijn op het eerste gezicht moeilijk uit te spreken achternaam, die ook nog eens op verschillende manieren wordt geschreven (Wtewael, Wttewael en Uytewael) werkt alvast niet in zijn voordeel. Voor alle duidelijkheid: de uitspraak is Utewaal.

Misschien is Wtewael niet zo beroemd omdat hij in tegenstelling tot Rembrandt en Vincent van Gogh maar weinig drama in zijn leven kende. Hij was bijvoorbeeld een vermogend man, die niet hoefde te leven van zijn werk als schilder. Maar dat betekent niet dat hij geen groots kunstenaar was. Als de niet minder dan geweldige expositie één ding duidelijk maakt, is het wel dat er niet valt te twijfelen aan zijn vakmanschap.

Joachim Wtewael (1566-1638), Lot en zijn dochters, ca. 1597–1600, olieverf op doek, Los Angeles County Museum of Art.

 

De schilderijen tonen onder meer aan dat hij een briljant colorist was. Hij speelde met kleur; het is heel opvallend dat figuren op één doek zelden dezelfde teint hebben. Wat ook in werkelijkheid zo is, en daar dacht Wtewael dus goed over na. Lot en zijn dochters is zo’n schilderij waarop Wtewaels kleurgebruik goed naar voren komt. De titelpersonages hebben alle drie een net iets andere tint. En als je wat langer naar het doek kijkt, zie je dat bijna elk detail wel een eigen kleur heeft.

Het schilderij is met 162 bij 205 centimeter het grootste werk op de tentoonstelling en het kleinste schilderij meet 11,4 bij 8,8 centimeter. Wtewael beperkte zich namelijk niet tot grote doeken; hij was ook een meester op klein formaat. Zijn (soms heel) kleine werken op koper zijn minutieus geschilderde juweeltjes. Een prachtig voorbeeld is De bruiloft van Peleus en Thetis. Ondanks het kleine formaat (31 bij 42 centimeter) is het een dikbevolkt werk en elk figuur is heel gedetailleerd in beeld gebracht, opnieuw in verschillende kleurgradaties. Dat kan alleen het werk zijn van een uitmuntend schilder.

Joachim Wtewael (1566-1638), De bruiloft van Peleus en Thetis (detail), 1602, olieverf op koper, Herzog Anton Ulrich-Museum, Braunschweig.

 

Het is bijzonder dat de koperen werkjes in Utrecht te zien zijn, want ze zijn extreem kwetsbaar. Een klein tikje en de hele voorstelling barst uit elkaar, aldus Helmus, die de expositie samenstelde. “Maar omdat dit de eerste grote monografische tentoonstelling over Wtewael is, wilden mensen ze toch graag uitlenen.”

De expositie telt ongeveer veertig schilderijen en tien tekeningen en twee meubels, uit eigen bezit van Wtewael. Heel mooi detail is dat de getoonde tafel voorkomt op een portret van Wtewaels dochter Eva, dat deel uitmaakt van de presentatie. Een groot deel van de werken is afkomstig uit Europese en Amerikaanse museale en particuliere verzamelingen. Maar een van mijn persoonlijke favorieten is De Keukenmeid, uit de eigen collectie van het Centraal Museum. Zelden heb ik een vrouw zo zwoel zien kijken terwijl ze een vogel aan het spit rijgt.

Joachim Wtewael (1566-1638), Mars, Venus en Cupido (detail), ca. 1610, Stichting P. en N. de Boer, Amsterdam.

 

Nadat ze is afgelopen in Utrecht, reist de tentoonstelling door naar de al eerder genoemde musea in de Verenigde Staten. Onder de afwijkende titel Pleasure & Piety – The Art of Joachim Wtewael. Een letterlijke vertaling van de originele boventitel Liefde & Lust bleek iets te pikant voor de Amerikanen. Maar toch waren dat belangrijke thema’s voor Wtewael. En hij behandelde die heel anders dan tijdgenoten.

Joachim Wtewael (1566-1638), De keukenmeid. ca. 1620-1625, olieverf op doek, Centraal Museum, Utrecht.

Zo bracht hij het overspel van de Romeinse goden Venus en Mars voor die tijd heel expliciet in beeld. Het werk Mars en Venus betrapt door Vulcanus laat maar weinig aan de verbeelding over. Iets minder gewaagd, maar wel erg mooi is Mars, Venus en Cupido. Deze voorstelling toont weer duidelijk het magnifieke kleurgebruik van Wtewael. De enigszins roze Mars steekt sterk af tegen de grijze Venus. Beiden zijn duidelijk opgewonden, gezien hun rode blos op de wangen. Het schilderijtje is piepklein, maar houdt de blik moeiteloos vast.

Edwin Jacobs, directeur van het Centraal Museum, riep op Twitter iedereen die de film Fifty Shades of Grey bezoekt op, ook naar de tentoonstelling te komen. Voor een meer kleurrijke variatie. En hij heeft een goed punt: Liefde & Lust is liefde en erotiek in vijftig tinten kleur.

Liefde & Lust – De kunst van Joachim Wtewael, t/m 25 mei in het Centraal Museum, Utrecht

Waardering: @@@@@@@@@@

Share