Terug naar Afrika

Voor haar serie A Journey to the Homeland keerde fotograaf Katharine Cooper in 2013 terug naar Zuid-Afrika en Zimbabwe, de twee landen waar ze opgroeide. Ze legde het leven van de witte Afrikanen vast, die daar ooit de dienst uitmaakten. Kunsthal Rotterdam toont de zwart-witfoto’s die ze maakte.

In 1994 kwam in Zuid-Afrika een eind aan de Apartheid en in 2000 werden in Zimbabwe witte boeren uit hun huizen verdreven. Door deze grote politieke gebeurtenissen is de positie van witte Afrikanen sterk veranderd. Veel van hen wisten een zekere toekomst te behouden, anderen hadden minder geluk. Cooper portretteerde de minderheid, waar ze ooit zelf deel van uitmaakte.

Katharine Cooper, Simoné Vlooh and Oogies the cat, early in the morning at Coronation Park, Krugersdorp, South Africa, 2013, foto © Katharine Cooper, Courtesy of Flatland Gallery.

Katharine Cooper (1978) fotografeerde de witte boeren met een focus op hun kinderen, die worden meegevoerd door politieke en economische krachten die ze nauwelijks begrijpen. Ruim 35 analoge zwart-witfoto’s laten naast armoede en kwetsbaarheid ook een zekere trots en liefde zien voor het continent waar Cooper opgroeide.

Trots en vreugde worden getemperd door kwetsbaarheid terwijl een glimlach vergezeld door een geweer de onzekerheid verbergt. De aanwezigheid van dieren op de foto’s voegt een diepere betekenis toe. Een jongetje dat onhandig een kitten vasthoudt en daarmee een bepaalde liefde ervaart of een jongeman met zijn konijn die eenzelfde houding – klein en weerloos – aanneemt.

Dit is niet de eerste serie die Cooper maakte over witte Afrikanen. In 2013 keerde ze na een lang verblijf in Europa terug naar Afrika en trok vier maanden lang door Zimbabwe en Zuid-Afrika. Deze reis resulteerde in de serie White Africans: A Journey to the Homeland, waarvoor ze in datzelfde jaar de fotografie-award van Académie des Beaux-arts in Parijs ontving.

Katharine Cooper – A Journey to the Homeland, 29 juni t/m 6 oktober in Kunsthal Rotterdam

Share