Stilleven: genre met verrassend veel gezichten

Recensie

Volgens de zestiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf Karel van Mander was het stilleven oefenstof voor de jeugd. Een goede schilder zou dit genre moeten laten rusten ten gunste van betere onderwerpen. Menig kunstenaar dacht daar echter anders over, want het stilleven is een geliefd thema. Wel gaven veel schilders er vanaf 1870 een moderne draai aan, laat een tentoonstelling in Museum Gouda zien.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Margaretha Roosenboom, Stilleven van rozentakken (detail), ca. 1863-1896, Museum Arnhem.

Het klassieke stilleven bestaat veelal uit een rijkelijk gedekte tafel met daarop de mooiste voorwerpen en het lekkerste eten – hoe exotischer hoe beter. Ook kleurrijke boeketten met prachtige bloemen leenden zich bij uitstek voor een fraai stilleven. Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde het genre echter sterk. Nederlandse en Vlaamse schilders stapten af van de klassieke, uiterst realistisch geschilderde en gearrangeerde composities. Exotische boeketten maakten plaats voor bloemen uit de tuin en alledaagse potten en vazen vervingen luxe voorwerpen. Kleuren werden uitbundiger en de voorstellingen steeds abstracter.

Lou Loeber, Stilleven, 1935, Mark Smit Kunsthandel.

Oneerbiedig gesteld zou je kunnen zeggen dat veel stillevens uit de zeventiende eeuw wel een beetje op elkaar lijken. Ze toonden of een gedekte tafel met zorgvuldig gerangschikte voorwerpen en etenswaren of een vaas met bij elkaar gezocht bloemen. Vanaf 1870 kwam er veel meer diversiteit in het stilleven. De meer ‘klassieke’ variant bleef bestaan, maar de uiteenlopende stijlen van kunstenaars zorgden voor een zeer gevarieerd palet.

Raoul Hynckes borduurde in 1941 voort op de zeventiende-eeuwse traditie met zijn schilderijen Bloemen. Op een marmeren tafel staat een mand met uiteenlopende bloemen. Op tafel liggen een opengeslagen boek, een peer een halve appel. Op een dode tak rust een vlinder. Dit doek contrasteert sterk met een zes jaar ouder werk van Lou Loeber. Dit is ook een stilleven, maar daarmee houdt alle vergelijking dan ook op. Stilleven, zoals de naam luidt, is een compositie in felle kleuren met een koffer, een fles en een vaas met geabstraheerde bloemen. In tegenstelling tot het stuk van Hynckes zit hier geen enkele diepte in: de objecten zijn plat en twee dimensionaal.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Raoul Hynckes, Bloemen (detail), 1941, Museum MORE.

Jan Sluijters, Bloemen in een vensterbank (detail), 1913, Museum de Fundatie.

Willem Steelink jr., Na de lunch I (detail), 1915, Singer Laren.

Peter Alma, Stilleven met blaasbalg, hamer en bijl (detail), 1918, Museum Helmond.

Zo mogelijk nog platter is Stilleven met blaasbalg, hamer en bijl van Peter Alma uit 1918. De objecten uit de titel zijn van bovenaf in beeld gebracht. Als de kunstenaar nu had geleefd, had hij een foto van zijn schilderij op Instagram kunnen plaatsen met als hashtag flatlay. Van bovenaf genomen foto’s van voorwerpen zijn razend populair op dit fotografieplatform. Maar Alma en ook andere schilders hielden zich daar al veel eerder mee bezig.

Jan Mankes, Vaas met Jasmijn, 1913, Museum Arnhem.

De kleurrijke tentoonstelling in Museum Gouda bewijst dat het stilleven een genre is met veel gezichten. Hetzelfde onderwerp kon in handen van twee kunstenaars totaal verschillend uitpakken. Jan Sluijters schilderde in 1913 een veelkleurig boeket bloemen in een glazen vaas. Het verschilt als dag van nacht van de vaas met bloemen van Jan Mankes uit datzelfde jaar. De donkere voorstelling oogt als een onscherpe foto waarin de focus ligt op de witte bloemen. De vaas is zo goed als onzichtbaar.

Het grote verschil tussen deze twee schilderijen typeert deze afwisselende expositie. De composities variëren van sober tot uitbundig en van figuratief tot vrij abstract. Wie bij stillevens vooral denkt aan zeventiende-eeuwse voorbeelden, krijgt hier de nodige leuke verrassingen.

Stilleven, t/m 10 mei in Museum Gouda

Waardering: @@@@@@@@@@

Share