Stedelijk restaureert The Beanery

Edward Kienholz, The Beanery, 1965, collectie Stedelijk Museum Amsterdam © L.A. Louver gallery.

Het Stedelijk Museum gaat de komende maanden voor het eerst een van zijn meest geliefde werken restaureren: The Beanery van Edward Kienholz uit 1965. Aan de restauratie ging een diepgaand onderzoek vooraf. Doordat de kunstenaar de installatie met vloeibare kunsthars overgoot, wordt het een complexe operatie, aldus het museum in een persbericht.

The Beanery is een van de werken die na verwerving altijd te zien was – in het Stedelijk Museum zelf, of op een expositie elders. Door de permanente opstelling was er geen gelegenheid om het werk integraal te onderzoeken en te behandelen. Nu het museum is gesloten, is dat alsnog mogelijk.

Edward Kienholz (1927-1994) maakte The Beanery in 1965. Het is een kopie van zijn stamcafé The Original Beanery aan de Santa Monica Boulevard in Los Angeles. Opvallend is dat alle cafégasten een klok hebben in plaats van een hoofd. Hiermee verwijst Kienholz naar zijn fascinatie voor tijd; de wijzers (als wenkbrauwen) staan in alle klokken op tien over tien. Alleen de barkeeper, gemodelleerd naar Barney, de toenmalige eigenaar van het café, heeft een gezicht. De ruimte ruikt en klinkt als een café en bezoekers van het museum kunnen er ook echt naar binnen.

Het kunstwerk is ook een soort tijdscapsule; het bordje met de tekst fagots stay out maakt duidelijk hoe intolerant de maatschappij destijds was. In 1964 stonden de Verenigde Staten aan de vooravond van de Vietnamoorlog, waarnaar verwezen wordt in de krant in een krantenautomaat bij de ingang van het kunstwerk. Deze krant was de directe aanleiding voor Kienholz om het werk te maken. De kunstenaar had al in 1958 het plan om zijn eigen versie van The Beanery te maken, maar begon op 28 augustus 1964, toen hij in de bar de krantenkop Children Kill Children in Vietnam Riots las.

De typische cafégeur in het werk is kenmerkend voor de werkwijze van Kienholz. De kunstenaar schreef hier speciaal een recept voor: de geur moet worden samengesteld uit bier, ranzig vet, urine, mottenballen en as van sigaretten. De geurpasta wordt door de afdeling restauratie van het Stedelijk Museum steeds opnieuw gemaakt. Door de restauratoren wordt thuis spek gebakken om ranzig vet te verkrijgen, en om as te verzamelen werden voorheen de asbakken in het museumcafé geleegd. In plaats van urine wordt tegenwoordig ammonia gebruikt.

Share