Stedelijk Museum Schiedam koopt portretten mensen van kleur

“We kochten werk van kunstenaars die de diverse wereld om ons heen portretteren, een wereld die je nog te weinig terugziet in de kunst”, zegt directeur Anne de Haij over de drie schilderijen die Stedelijk Museum Schiedam aankocht. Het gaat om werken van van Iris Kensmil, Eugenie Boon en Iriée Zamblé.

De meeste historische portretten tonen belangrijke goedgeklede witte mannen en soms ook vrouwen. De drie nieuwe aanwinsten zijn portretten van mensen van kleur.

Iris Kensmil, Gloria, 2015, collectie Stedelijk Museum Schiedam.

Van Iris Kensmil (1970) kocht het museum een geschiedenis van Gloria Wekker, een Surinaams-Nederlandse emeritus hoogleraar Gender en Etniciteit. In haar boek Witte Onschuld doet ze onderzoek naar racisme in Nederland. Ze beschrijft hoe het koloniale verleden tot de dag van vandaag sporen nalaat in de Nederlandse samenleving, en er pas echt een eind aan racisme kan komen als we die onbewuste patronen doorbreken.

Kensmil portretteert zwarte schrijvers, musici en activisten – vooral vrouwen – die een belangrijke rol spelen in de geschiedenis en voor de toekomst. Het bijvoeglijk naamwoord witte en zwarte schrijft zij zelf met een hoofdletter. “Het gaat over het sociale construct waarin mensen van kleur ingedeeld worden als een soort: Zwart. Ik ben niet zwart en Wit is ook niet wit.”

Iriée Zamblé, Bread and Butter, 2021, collectie Stedelijk Museum Schiedam.

Het werk van Boon en Zamblé staat in dezelfde traditie. Iriée Zamblé (1995), die onder andere werkte in de open studio van het Rembrandthuis in Amsterdam, vertelt in het kunstblad Metropolis M: “Als je net als ik tussen Amsterdam en Rotterdam reist, word je je bewust van al die mensen die wel door de stad rondlopen maar niet gepresenteerd zijn in de kunsten.” Tijdens haar studie merkte ze dat ‘zwartheid binnen de academie niet snel als de norm kon worden gezien’. Ze moest mensen er constant van overtuigen dat het normaal was om zwartheid te portretteren.

Op haar tweeluik Bread and Butter portretteerde ze vijf mensen, Afro-Nederlanders. Ze liet zich inspireren door voorbijgangers en ‘het gebrek aan interesse dat ze omringt’. Met dit werk maakt Zamblé een gebaar waarin ‘ruimte innemen voor zwarte mensen in witte ruimtes niet meer onwennig voelt’.

Eugenie Boon, Luangu, 2021, collectie Stedelijk Museum Schiedam.

Eugenie Boon (1995) kwam vanuit Curaçao naar Nederland om kunst te kunnen studeren aan een kunstacademie. Haar werk gaat voornamelijk over haar opvoeding op het eiland, de geschiedenis ervan en de relatie tussen Curaçao en Nederland. Ze ziet kunst ziet als een middel om de stem van een nieuwe generatie Curaçaoënaars te laten klinken. Zij kunnen zowel trots zijn op de eigen culturele geschiedenis, als kritisch op ontwikkelingen die het land in de weg zitten.

Op haar werk is de torso van een zittende vrouw te zien, met kleurrijke kleding met verschillende patronen. De rest van het lichaam valt buiten het kader. De titel Luangu betekent verwarrend of door elkaar, net als de kledingkeuze van de vrouw op het schilderij. Dit werk maakt deel uit van haar serie Ta nos hendenan (Onze mensen). Daarin onderzoekt Boon de klassenverschillen op het eiland; die zitten vooral in kleding, gewoontes en omgeving.

De nieuwe aanwinsten zijn voorlopig nog te zien omdat Stedelijk Museum Schiedam is gesloten vanwege een grote renovatie. Het heropent naar verwachting komend najaar.

Share