Spoorwegmuseum belicht rol trein in Holocaust

Het Spoorwegmuseum in Utrecht besteedt vanaf 5 maart aandacht aan de rol van de trein in oorlogstijd. Vanaf het Maliebaanstation, de plek waar tegenwoordig het museum is gevestigd, zijn circa 1200 Utrechtse Joden naar Westerbork gedeporteerd. Een plaquette bij het station herinnert hieraan.

De bagagewagen. Foto: Marieke Wijntjes.

De expositie wordt ingericht rondom een Nederlandse bagagewagen uit 1914 die begin deze eeuw is teruggevonden in Roemenië. De wagen werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers in beslag genomen. Wat er tijdens en na de oorlog precies met deze bagagewagen is gebeurd, kan niet meer worden achterhaald. Bezoekers aan Het Spoorwegmuseum associëren de wagen vanwege zijn uiterlijk echter sterk met de jodentransporten. Daarom heeft het museum besloten de expositie juist rond deze bagagewagen te organiseren.

In de wagen wordt het verhaal over de transporten zo indringend mogelijk overgebracht. Uitgangspunt zijn de authentieke  getuigenissen van mensen die ze hebben meegemaakt. Bezoekers die de wagen betreden, horen alleen de stemmen van mannen en vrouwen die deze verhalen voorlezen.

De rol die de spoorwegen in Europa speelden bij de Holocaust is omstreden. In alle door de Duitsers bezette gebieden werkten de spoorwegbedrijven op enigerlei wijze samen met de Duitsers. Ook de Nederlandse Spoorwegen speelden een cruciale rol  bij de jodentransporten. Tussen juli 1942 en september 1944 werden 102.000 joden per trein vanuit Nederland, via Westerbork, naar de vernietigingskampen gebracht.

De Nederlandse Spoorwegen stelden de dienstregelingen voor deze transporten op en de treinen werden tot de Nederlands-Duitse grens gereden door Nederlandse stokers en machinisten. De kosten voor deze transporten werden gedeclareerd bij de Duitsers. Met de tentoonstelling Beladen treinen, Jodentransporten in de Tweede Wereldoorlog brengt het museum de gegevens rond de hele organisatie en uitvoering van de jodentransporten per trein in kaart.

Share