Ruiken aan kunst

Recensie

Hoe rook het in de zeventiende eeuw langs een Amsterdamse gracht? Behoorlijk ranzig, merk ik als ik de geur opsnuif die mijn neus via een verstuiver bereikt. Het pompje zit in een geurbox die onderdeel is van een digitale interactieve geur- en kijkrondleiding door de tentoonstelling Vervlogen in het Mauritshuis.

Tekst: Evert-Jan Pol

Jan van der Heyden, Gezicht op de Oudezijds Voorburgwal met de Oude Kerk in A’dam, ca. 1670.

De tentoonstelling Vervlogen – geuren in kleuren gaat over geur in de zeventiende eeuw. Het Mauritshuis toont schilderijen en tekeningen met onderwerpen die bepaalde geuren kunnen oproepen; sommige fijn, andere minder prettig. In het museum zijn enkele geuren via dispensers ook echt te ruiken.

Omdat de expositie vanwege corona tijdelijk niet te bezoeken is, heeft het Mauritshuis een digitale interactieve geur- en kijkrondleiding  gemaakt. Tijdens de rondleiding interviewt culinair journalist Joël Broekaert conservator Ariane van Suchtelen, die de expositie samenstelde. In het filmpje ziet Broekaert de kunstwerken en ruikt de geuren die daarbij horen. Thuis op mijn bank kan ik dankzij vier pompjes in een geurbox meeruiken.

Het eerste geurtje brengt me terug naar een zeventiende-eeuwse Amsterdamse gracht. Het luchtje hoort bij  het schilderij Gezicht op de Oudezijds Voorburgwal met de Oude Kerk in Amsterdam van Jan van der Heyden. De grachten in die tijd stonken vreselijk want riolering bestond immers nog niet. Ontlasting en alle andere soorten afval belandden dus in het water.  Hoe dat ongeveer geroken moet hebben, ervaar ik als ik het pompje vlakbij mijn neus houd en kort spuit. Als ik niet had gezeten, was ik achterover flauwgevallen van de smerige lucht, en als boerenzoon ben ik wel iets gewend.

Geurbox met vier geuren.

Het tweede geurtje is al iets beter. Die symboliseert de geur van de Hollandse bleekvelden. Jacob van Ruisdael schilderde er een aantal in de buurt van Haarlem. In dergelijke velden werd het linnen gebleekt, gewassen in melkzuur, geblauwd met gemalen kobalt en gespoeld met vers duinwater en in de zon te bleken gelegd. Het geurtje is opgebouwd uit alle genoemde ingrediënten, vermengd met de lucht van gras en textiel. Broekaert vindt het niet lekker ruiken, maar als zwemmer ben ik wel gewend aan de geur van chloor, en vind ik dat nog lekker ook.

Willem van Mieris, Kruidenierswinkel, 1717.

Wie deze geurtjes niet te pruimen vond, kon een kostbare pomander bij zich dragen, als ze zich die konden veroorloven. Het waren dan ook voornamelijk rijke dames die zo’n bolvormige luchtverfrisser avant la lettre bezaten. Het aroma zou bescherming bieden tegen ziekmakende geuren. Het luchtje in mijn ‘pomander’ − wel in een veel minder luxueuze uitvoering − is samengesteld uit verschillende harssoorten, muskus, civet, kruidnagel, lavendel, cypres, iriswortel en ambergrijs. De licht zoete geur is inderdaad prettiger dan rioollucht.

Het vierde en laatste geurtje brengt me naar een kruidenierswinkel − zo één die Willem van Mieris afbeeldde op zijn gelijknamige schilderij uit 1717. Het luchtje ruikt naar een mélange van kruidnagel, foelie en nootmuskaat. Het doet denken aan de geur van winterthee. Ik krijg daar zin in, samen met een stuk warm appelgebak.

De geurbox kost 20 euro en is te bestellen via de website van het Mauritshuis. Wie de box bestelt, krijgt daarbij een link naar de half uur durende digitale rondleiding. De rondleiding is een originele manier om het publiek de tentoonstelling toch enigszins te kunnen laten ervaren.

En met de aankoop steun je het museum ook nog een beetje. En dat mag wel in deze onzekere tijden. Maar hopelijk kunnen we de tentoonstelling heel snel in het echt zien en ruiken.

Vervlogen – geuren in kleuren, na heropening te zien t/m 29 augustus in het Mauritshuis, Den Haag

Waardering: @@@@@@@@@@

Share