Rijksmuseum toont kleine wonderen uit hout

Ze behoren tot de meest verfijnde, raadselachtige en onbekende Nederlandse kunstwerken: de beeldjes, miniatuuraltaartjes, doodskistjes, schedeltjes en gebedsnoten van buxushout uit de zestiende eeuw. Vaak niet groter dan enkele tientallen millimeters en bedoeld voor privégebruik. Het Rijksmuseum toont er momenteel zestig de tentoonstelling Small Wonders.

Rozenkrans gemaakt voor Koning Hendrik VIII van Engeland en zijn vrouw Catharina van Aragon, Adam Dircksz. en atelier, 1509-1526, The Trustees of the Chatsworth Settlement. Foto: Craig Boyko.

Het is voor de eerste keer dat er zoveel Nederlands micro-snijwerk uit de late middeleeuwen bij elkaar te zien is. Een van de hoogtepunten is de gebedsnoot met de Kruisiging en Christus voor Pilatus uit The Metropolitan Museum of Art. Deze noot laat het vakmanschap zien van de maker Adam Dircksz.

Al eeuwen zijn mensen gefascineerd door het Nederlands micro-snijwerk uit de late Middeleeuwen. Hoe wisten de kunstenaars op onvoorstelbaar kleine schaal de meest uitbundige en gedetailleerde Bijbelse taferelen te vervaardigen? Een team van kunsthistorici en restauratoren van het Rijksmuseum, Art Gallery of Ontario en The Metropolitan Museum of Art heeft daar de afgelopen jaren uitvoerig onderzoek naar gedaan.

Bij de laatste twee instellingen lag de nadruk op het technisch onderzoek naar de wijze van vervaardiging van het minuscule snijwerk. Het Rijksmuseum deed vooral kunsthistorisch onderzoek naar de makers, de kopers en het gebruik van bijzondere kunstwerkjes.

Gebedsnoot met de Kruisiging en Christus voor Pilatus, Adam Dircksz. en atelier, ca. 1500-1530, The Metropolitan Museum of Art.

Er zijn zo’n 125 exemplaren bewaard gebleven. Een van de bevindingen is dat het overgrote deel van het microsnijwerk technisch èn stilistisch zo consistent is, dat het uit één atelier afkomstig moet zijn. Dat atelier werd geleid door Adam Theodrici (Adam Dircksz), wiens signatuur op één gebedsnoot voorkomt.

Minstens zo verrassend is de constatering – op basis van de identificatie en lokalisatie van een aantal opdrachtgevers en vroege bezitters van dit microsnijwerk – dat zijn atelier zich niet in de Zuidelijke Nederlanden bevond, zoals lang is aangenomen, maar in het noorden, mogelijk in Delft. Deze ontdekking nuanceert het nog vaak heersende beeld dat de bloei van de kunsten in de late middeleeuwen vooral in de zuidelijke provincies van de Lage Landen plaatsvond.

Ook is door het recente onderzoek duidelijk geworden dat deze buxushouten miniaturen niet uitsluitend een religieus doel hadden (namelijk ter ondersteuning van het gebed en de devotie), maar ook een zeker spel- en vermaaksaspect in zich droegen. Door hun complexiteit nodigen ze de gebruiker uit tot een speelse visuele zoektocht naar verrassende manieren om ze te openen en zo de verborgen voorstellingen te ontdekken. Dit spelaspect draagt bij aan een meer geconcentreerd gebruik en een verdieping van de meditatie.

Small Wonders, t/m 17 september in het Rijksmuseum, Amsterdam

Share