Prettige glaskoorts in Dordrecht

Recensie

Glas hier, glas daar, glas overal. In het Dordrechts Museum kun je bijna geen stap zetten zonder glas te zien. Het museum lijkt wel bevangen door de glaskoorts. Of Glassfever zoals het de mysterieuze, maar vrij plezierige aandoening zelf noemt.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

 

Koen Vanmechelen, The Walking Egg, 1998.

Koen Vanmechelen, The Walking Egg, 1998.

 

Het virus is al actief in de tuin, waar de ‘wandelende’ eieren van Koen Vanmechelen vrij hun gang kunnen gaan. In de ontvangstruimte is ook al niemand veilig, want daar wacht een in glas gevangen man van Mimmo Paladino de bezoeker op. De ziekte laat in het hele museum zijn sporen na.

Het is fijn dat het Dordrechts Museum de stukken niet in quarantaine plaatst, maar ze een plek geeft tussen de vaste collectie. Ze krijgen zo de ruimte en komen beter tot hun recht dan waneer ze op een kluitje in één zaal zitten.

Het glas en de andere kunstwerken gaan in dialoog met elkaar, zoals dat in museumkringen heet. Interessante gesprekken zijn het gevolg. Een zandloper van Vik Muniz ontmoet bijvoorbeeld het schilderij De dood van Dido van Arnold Houbraken. In beide werken spelen tijd en vergankelijkheid een rol.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Michel van Overbeke, The last supper, 1997.

Michel van Overbeke, The last supper, 1997.

 

Beelden van Tony Cragg voor een schilderij van René Daniëls.

Beelden van Tony Cragg voor een schilderij van René Daniëls.

Andere interacties liggen meer voor de hand, zoals die van de duiven van Jan Fabre met door Aert Schouman geschilderde vogels. En Marta Klonowska’s hond met Stilleven met bloemen, fruit en een hond van Abraham van Strij.

Op sociale media blijken twee glazen figuren van Tony Cragg zeer populair. Tegen de achtergrond van een titelloos schilderij van René Daniëls zijn ze dan ook buitengewoon fotogeniek. De gekleurde vlakken uit het doek verzamelen zich in de transparante hoofden van de glazen personen. Wat zorgt voor een schitterend effect.

Maar zo belangrijk is de wisselwerking tussen de stukken niet. De objecten hebben alles in huis om de show zelfstandig te stelen. The last supper van Michel van Overbeke is bijvoorbeeld bijzonder fraai en heeft geen enkel ander stuk nodig om indrukwekkend te zijn. Hetzelfde geldt voor St. John’s Glass Head, het ietwat duistere lichtobject van Bernardí Roig.

 

Bernardí Roig, St. John’s Glass Head, 2011.

Bernardí Roig, St. John’s Glass Head, 2011.

 

Glassfever is een mooie ode aan glas als kunst. Het uiterst fragiele materiaal staat garant voor sterke creaties. Die door de opzet van de expositie steeds prettig verrassen.

Glassfever, t/m 25 september in het Dordrechts Museum

Waardering: @@@@@@@@@@

(Deze recensie is gebaseerd op de expositie in het Dordrechts Museum. Glassfever heerst ook in DordtYart, Huis van Gijn en het Dordts Patriciërshuis.)

Share