‘Parelmoerwolken oorzaak rode hemel op De Schreeuw’

Edvard Munch, De Schreeuw, 1892, collectie Nasjonalmuseet, Oslo.

Edvard Munch schilderde in 1892 parelmoerwolken op zijn beroemde werk De Schreeuw. Dat denken althans drie Noorse meteorologen. Dat meldt de website Titan van de Universiteit van Oslo.

Er is al jaren discussie over het fenomeen dat de Noorse kunstenaar afbeeldde. In 2004 opperden drie Amerikaanse wetenschappers de theorie dat de rode hemel een gevolg was van de uitbarsting van de Indonesische vulkaan Krakatau in 1883.

Meteorologen Svein M. Fikke en Øyvind Nordli vinden die theorie niet houdbaar, omdat een dergelijke rode zonsondergang waarschijnlijk relatief vaak voorkwam in de jaren na de uitbarsting. Ze gaan ervan uit dat Munch het door hem geschilderde verschijnsel echter slechts één keer zag en dat het een onuitwisbare indruk op hem maakte.

Ze achten het daarom waarschijnlijker dat hij in werkelijkheid parelmoerwolken aanschouwde, die een stuk zeldzamer zijn. Dergelijke kleurrijke wolken kunnen voorkomen in de winter. Ze vormen zich in de stratosfeer, 20 tot 30 kilometer boven het aardoppervlak.

De meteorologen baseren zich onder meer op schriftelijke bronnen uit de tijd van Munch waarin gesproken wordt over wolken in de kleuren van de regenboog na zonsondergang. Onderzoeker Fikke wist het fenomeen zelf op 22 december 2014 bij de Oslofjord op een foto vast te leggen.

Parelmoerwolken boven de Oslofjord, 22 december 2014. Foto: Svein M. Fikke.

Meteoroloog Helene Muri van de Universiteit van Oslo presenteerde de nieuwe theorie op 24 april op het congres van de European Geosciences Union in Wenen. “Wij zijn van mening dat Munch sterk werd gealarmeerd door de bloedrode wolken, die hij waarschijnlijk voor het eerst zag en daardoor niet begreep”, aldus Muri.

Natuurverschijnselen in kunstwerken zijn wel vaker het onderwerp van onderzoek. In 2014 meldde Musée Marmottan Monet dat Claude Monet zijn beroemde werk Impression, Soleil Levant op 13 november 1872 had geschilderd. Onderzoekers concludeerden dat nadat ze het getij en de posities van de zon en maan in 1872 hadden berekend.

Share