Otto Marseus van Schrieck, de snuffelaer

Otto Marseus van Schrieck (1614/20-1678) was een pionier. Hij schilderde het leven op de bosgrond, bestaand uit insecten, reptielen en slangen. Daarmee introduceerde hij een nieuw genre, sottobosco, ofwel het bosgrondstilleven. Rijksmuseum Twenthe besteedt aandacht aan deze schilder, wiens bijnaam de snuffelaer luidde.

Otto Marseus van Schrieck, Bosgrond met blauwe ochtendglorien en een pad, 1660, Staatliches Museum Schwerin, Foto: Elke Walford.

Vóór hem was er vrijwel niemand die aandacht had voor de dieren die, volgens Aristoteles, het laagste op de ladder der natuur stonden. Insecten, padden en hagedissen waren nutteloze schepselen. Vooral natuurlijk de slang, die als verrader in het paradijs helemaal onderaan die ladder stond. Otto Marseus van Schrieck gaf Gods ‘minst geachte schepselen’ juist de hoofdrol in zijn taferelen.

Otto Marseus van Schrieck, Bosbodem met distels en slangen, Staatliches Museum Schwerin.

Hij was nieuwsgierig en snuffelde altijd rond, op zoek naar slangen, padden, hagedissen, insecten en vreemde planten en kruiden. Niet voor niets noemden zijn vrienden van broederschap de Bentvuegels hem de Snuffelaer. Na een verblijf in Rome, tussen 1648 en 1655, vestigde hij zich in het buiten Amsterdam gelegen Waterrijk. Daar kon hij de natuur van dichtbij blijven bestuderen. De schilder hield er levende slangen, die hij in zijn atelier in het juist model legde om ze te kunnen schilderden, aldus kunstenaar en biograaf Arnold Houbraken. Soms drukte hij zelfs de vleugels van echte vlinders in de verf.

De Snuffelaer was in zijn tijd een zeer succesvol schilder. Zijn werk bracht veel geld op en zijn naam drong door tot de Europese elite. Kardinaal Leopoldo de’ Medici en groothertog Fernando II de’ Medici in Florence behoorden tot de belangrijkste verzamelaars van zijn kunst. Ook had hij een kleine, maar invloedrijke groep volgers, onder wie Rachel Ruysch, Elias van den Broeck en de Napolitaanse schilder Paolo Porpora.

Marseus van Schrieck veranderde mede de kijk van mensen op door hem zo geliefde ‘lage’ schepselen. Velen dachten dat die wezens zomaar ontstonden, als resultaat van rottend afval. De kunstenaar wees zijn goede vriend Jan Swammerdam erop dat vliegen eitjes leggen. Deze wetenschapper en microscopist wist vervolgens met zijn baanbrekende onderzoek de theorie van spontane generatie te ontkrachten. Zo drukte Marseus van Schrieck zijn stempel niet alleen op de kunst, maar ook nog eens op de wetenschap.

De Snuffelaer – Otto Marseus van Schrieck en de bijbel der natuur, t/m 11 maart 2018 in Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Share