Ooggetuigen van strijd

Het Van Abbemuseum in Eindhoven presenteert dit najaar een tentoonstelling met werk van kunstenaars die ooggetuige waren van oorlog en conflict. In Ooggetuigen van strijd. Goya, Beuys, Dumas is te zien hoe kunstenaars van verschillende tijden hun traumatische ervaringen, scherpe observaties van misstanden, en satirische maatschappijkritiek hebben omgezet in krachtige beelden.

Joseph Beuys, Voglie vedere i miei montagne, 1971, koper, vilt, zwart-wit foto, diverse voorwerpen, (geïnstalleerd kunstwerk / installed artwork) 460 x 585 x 788 cm, collectie Van Abbemuseum, Eindhoven. Foto: Peter Cox.

Ze geven stof tot nadenken over de conflicten die ons vandaag de dag omringen. De tentoonstelling toont circa zeventig werken van veertien kunstenaars en beslaat bijna drie eeuwen kunstgeschiedenis.

Prenten van de Britse kunstenaar William Hogarth (1697-1764) en de Spaanse Francisco José de Goya y Lucientes (1746-1828) vormen hart van de tentoonstelling. Het is de eerste keer dat deze prenten samen te zien zijn in Nederland.

Goya kende vrijwel zeker de prenten van Hogarth, die, met een voor zijn tijd ongebruikelijke vrijmoedigheid, maatschappelijke en politieke gebeurtenissen becommentarieerde en ironiseerde. Goya brak met de traditie om vooral de heroïsche kant van een oorlog te laten zien en verbeeldde in sinistere prenten de verschrikkingen ervan.

Marlene Dumas, Het kwaad is banaal, 1984, olieverf op doek, 125,2 x 105,5 x 2,4 cm, collectie Van Abbemuseum, Eindhoven. Foto: Peter Cox

Beide kunstenaars hadden oog voor de misstanden in hun leefwereld en namen geen blad voor de mond bij het tonen daarvan. Via de prentkunst bereikten ze een breed publiek. Goya benutte volledig de mogelijkheden van de etstechniek om zijn duistere taferelen vorm te geven.

Het museum toont de bruiklenen uit The Whitworth Art Gallery in Manchester samen met werk uit de eigen collectie. Ook al die stukken hebben iets met het begrip strijd te maken.

De installatie Voglie vedere i miei montagne (Ik wil mijn bergen zien) is een sleutelstuk uit het oeuvre van Joseph Beuys (1921-1986). Hij maakte het in 1971 speciaal voor een van de zalen van het Van Abbemuseum. Het refereert aan zijn jeugd in Duitsland in de jaren 30 en 40, maar verwijst ook naar de menselijke plicht terughoudend te zijn met het inzetten van geweld door het woord ‘denken’ dat op een geweer geschreven staat.

Het schilderij Het kwaad is banaal van Marlene Dumas toont een portret van een jonge blanke vrouw (zijzelf), die verleidelijk maar ook duister oogt. De titel is ontleend aan de omstreden filosofie over de banaliteit van het kwaad van politiek filosofe Hannah Arendt. Daarnaast is werk te zien van Brook Andrew, Anna Boghiguian, Sarah Charlesworth, Chto Delat, Constant, Michal Heiman, Asger Jorn, Gülsün Karamustafa, Erzen Shkololli en Erwin Thomasse.

Goya, Beuys, Dumas – Ooggetuigen van strijd, 31 augustus t/m 6 oktober in het Van Abbemuseum, Eindhoven

Share