Ode aan de spijkerbroek

Freudenthal/Verhagen, Horse and Rider, 2012, Gemaakt in opdracht van het Centraal Museum.

Recensie

Het Nederlands is een van de weinige talen met een eigen woord voor jeans: spijkerbroek. Dat zegt wat over de status van dit kledingstuk in ons land. Er is geen ander volk dat procentueel meer spijkerbroeken draagt dan de Nederlanders. De broek zelf bestaat al 350 jaar. Reden voor een tentoonstelling, in het Centraal Museum.

Ooit liep het personeel van het Centraal Museum – kortstondig – rond in een speciaal ontworpen spijkerpak van Viktor & Rolf. Dat juist dit museum een tentoonstelling wijdt aan jeans, mag daarom passend genoemd worden. Het pak is inmiddels een museumstuk en hangt op de expositie tussen andere spijkerstofcreaties. Broeken ontbreken uiteraard niet, maar Blue Jeans toont aan dat spijkerstof veel meer mogelijkheden heeft. Of het nu een jurk is, een jas of een paar schoenen, het kan gemaakt worden van denim.

Hoewel mode vanzelfsprekend de hoofdmoot vormt van de expositie, is er ook mooie kunst te zien. Fotografieduo Freudenthal/Verhagen verwerkte de stof bijvoorbeeld in twee opvallende foto’s, die het speciaal voor de tentoonstelling maakte. Horse and rider toont een amazone op een bruin paard. Haar spijkerrok loopt van de foto af, de zaal binnen. Hetzelfde principe gebruikten Carmen Freudenthal en Elle Verhagen voor het werk Dye, maar ditmaal is het een waterval die op de vloer tot stilstand komt. De foto’s behoren tot de hoogtepunten van Blue Jeans.

Maar een van de opmerkelijkste stukken is misschien wel een zeventiende-eeuws schilderij van een bedelaarster met twee kinderen. De vrouw draagt een blauwe rok, die wel heel veel gelijkenis vertoont met een moderne spijkerbroek. Vanwege de typische stofuitdrukking kreeg de anonieme schilder onlangs de naam The Master of the Blue Jeans.

Jurgen Bey, Indigo (vitrine ontwerp), 1999-1999. Collectie Centraal Museum, Utrecht. Image & copyrights CMU/ Rien Bazen.

De tentoonstelling heeft meer van dergelijke leuke verrassingen in petto. De kimono wordt niet geassocieerd met spijkerstof, maar toch blijkt het materiaal geen vreemde voor dit Japanse kledingstuk, getuige een negentiende-eeuwse blauwe kimono. Er waren in Japan zelfs speciale weefgetouwen waarop de stof geweven werd, aldus een zaaltekst.

Master of the Blue Jeans – Paris, Galerie Canesso © Thomas Hennocque.

Menig bezoeker zal de neiging hebben de verschillende kledingstukken aan te raken, wat natuurlijk niet mag. Maar voor hen is er de Werkplaats, een tijdelijk atelier waar een ieder aan de slag kan. Er liggen achtergelaten spijkerbroeken klaar die wachten om omgetoverd te worden tot designerjeans … of een tas. Voor de nodige inspiratie hangen in de ruimte creaties van modestudenten, de één nog fascinerender dan de ander.

Blue Jeans is een expositie die in de smaak zal vallen bij zowel modeliefhebbers als mensen die meer met kunst hebben. We hebben immers bijna allemaal wel een spijkerbroek in de kast. En mode en kunst kan prima samengaan, zoals wederom wordt aangetoond.

Is er dan helemaal geen kritiek? Ja, toch wel, één puntje. Voor de beschrijvingen is de bezoeker aangewezen op een speciaal gratis boekje. Niets mis mee, maar de nummering van de objecten loopt niet door, maar begint per ‘hoofdstuk’ steeds weer bij 1. Waardoor het niet zelden onduidelijk is welke beschrijving bij welk object hoort. Maar dit minpuntje doet weinig af aan deze plezierige ode aan de spijkerbroek.

Blue Jeans – 350 jaar spijkergoed, t/m 10 maart 2013 in Centraal Museum, Utrecht

Waardering: @@@@@@@@@@

Share