Nieuwe gezichten in het Mauritshuis

Het Mauritshuis in Den Haag heeft twee schilderijen toegevoegd aan de collectie: een zeldzaam zelfportret van Adriaen van de Venne en een werk van van de Zuid-Nederlandse schilder Michaelina Wautier. Het eerste is een aankoop en het tweede een langdurige bruikleen.

Adriaen van de Venne ((1589-1662), Zelfportret, ca. 1615-1618, Mauritshuis.

Het werk van Van de Venne (1589-1662) is een schilderij waarop hij zichzelf uitzonderlijk minutieus afbeeldde in de modieuze kleding van zijn tijd. Dit zelfportret ontstond kort nadat Van de Venne zich in Middelburg had gevestigd. Deze Zeeuwse hoofdstad was toen welvarend en de kunstenaar maakte er verfijnde schilderijen voor een rijke klantenkring.

Op het portret ontbreken zijn schilderattributen ontbreken. Hij presenteert zich hier als een welgesteld burger. Zijn zelfverzekerde, tikje arrogante blik is tijdloos en kennen we ook van filmsterren en andere beroemdheden. Het zelfportret is uitzonderlijk gedetailleerd geschilderd met veel details in het gezicht en in het zwarte, luxueuze kostuum.

Volgens het museum behoort het het kleine paneel tot de allerbeste werken uit de beginfase van zijn carrière. Ook is het een van de weinige zelfstandige portretten die van Van de Venne bekend zijn.

Het schilderij bevond zich bijna zeventig jaar in Amerikaans particulier bezit. Het Mauritshuis kon het aankopen met steun van de BankGiro Loterij, de Vereniging Rembrandt en een particulier.

Michaelina Wautier (1604-1689), De opvoeding van Maria, 1656, Mauritshuis (langdurige bruikleen).

De langdurige bruikleen betreft De opvoeding van Maria van de Zuid-Nederlandse schilder Michaelina Wautier (1604-1689). Maria, hier nog een meisje, leert lezen van haar oude moeder Anna. Vader Joachim richt zijn ogen naar de hemel, dankbaar dat het echtpaar nog op late leeftijd een kind kreeg.

Een historiestuk, een voorstelling gebaseerd op een literaire bron (klassieke mythologie of de Bijbel), werd beschouwd als het hoogst bereikbare voor een schilder. Want bloemstillevens en portretten waren ‘slechts’ een nabootsing van de werkelijkheid, maar historieschilders moesten ook hun fantasie gebruiken om het verhaal zo goed mogelijk te verbeelden. Wellicht heeft Wautier daarom niet alleen gesigneerd met ‘fecit‘ (gemaakt door) maar ook ‘invenit‘ (‘bedacht door’), zeer ongewoon voor schilderijen.

Lange tijd werden Wautiers werken aan mannen toegeschreven, maar recent is zij herontdekt. Ze was een van de weinige vrouwelijke zeventiende-eeuwse kunstenaars die naast portretten en stillevens ook bijbelse en mythologische voorstellingen schilderde.De komende twee jaar hangt dit schilderij van haar in de vaste opstelling van het Mauritshuis.

Share