Nederlandse kunstenaars vonden inspiratie in Parijs

Frederik Hendrik Kaemmerer, Een doop tijdens het Directoire, 1878.

Recensie

Zomaar een mooie zomerdag eind negentiende eeuw: een trein stopt op het Parijse station Gare du Nord. Een man stapt uit en kijkt om zich heen. Hij was hier vermoedelijk nog nooit eerder. De schildersezel op zijn rug verraadt zijn beroep. Waarschijnlijk is hij een van die Nederlanders in Parijs, waar het Van Gogh Museum vele jaren later een tentoonstelling aan zal wijden.

Tekst: Evert-Jan Pol

Die tentoonstelling vertelt over acht Nederlandse kunstenaars die allen tussen 1789 en 1914 inspiratie zochten in de Franse hoofdstad. Onder hen grote namen als Van Dongen, Mondriaan en uiteraard Van Gogh. Maar ook minder bekende kunstenaars als Frederik Hendrik Kaemmerer.

Een werk van die schilder springt bij binnenkomst van de expositie direct in het oog. De barokke voorstelling van een chique gezelschap tijdens de doop van een kind valt op, omdat ze uit een heel andere tijd lijkt te stammen. Dat is echter slechts schijn: Kaemmerer dook in zijn schilderijen graag de geschiedenis is, naar de periode na de Franse Revolutie. En kunstliefhebbers waren er dol op. Een New Yorkse kunsthandelaar kocht dit stuk direct na de eerste openbare vertoning ervan.

Kaemmerer (1808-1879) was zo’n Nederlander die per trein het centrum van de kunst bereikte. Hij arriveerde in het vroege voorjaar van 1865, samen met studiegenoot en vriend Jacob Maris. Ze waren er op uitnodiging van de belangrijke kunsthandel Goupil & Cie. Die bood hen een baan in in de firma. Tevens konden ze in Parijs hun opleiding afmaken.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Johan Barthold Jongkind, Rue des Franc-Bourgeois St. Marcel, 1868, Gemeentemuseum, Den Haag.

Piet van der Hem, Moulin Rouge, c.a. 1908-1909, Privécollectie, via Mark Smit Ommen.

Piet Mondriaan, Schilderij No. II / Compositie No. XV / Compositie 4, 1913, Stedelijk Museum Amsterdam.

Dankzij zijn contacten met Goupil groeide Kaemmerer uit tot een van de best verkopende kunstenaars in Parijs. Zijn Nederlandse vrienden inspireerde hij tot het schilderen van mondaine scènes. Anton Mauve, die zich voordien vooral richtte op het plattelandsleven, waagde zich onder Kaemmerers invloed aan strandscènes. Ook voorzag hij op enkele schilderijen figuren van historische kledij, iets wat hij eerder nooit deed.

De Nederlandse ‘Parijzenaars’ vonden in de Franse stad vernieuwing en brachten die over op anderen. Jan Sluijters mag er nu vooral bekend om staan, het was Kees van Dongen die als eerste Nederlander ‘lumineus’ schilderde. “Parijs trok me als een lichtfakkel aan”, zei hij in 1904. Zijn luministische schilderijen hebben dezelfde aantrekkingskracht op het publiek. In de tentoonstelling hangen enkele aanlokkelijke en letterlijk en figuurlijk schitterende creaties, zoals Moulin de la Galette, met daarop ook een kenmerkende Van Dongen-vrouw.

Jan Sluijters, Bal Tabarin, 1907, Stedelijk Museum Amsterdam.

Sluijters zag de werken in Parijs, was ervan onder de indruk en maakte vervolgens ook luministische schilderijen, vol schittering van de toen innovatieve elektrische verlichting. Het bijna hypnotiserende Bal Tabarin uit het Stedelijk Museum is een beroemd voorbeeld. Het doek kostte Sluijters zijn aan de Prix de Rome verbonden toelage. De jury was er namelijk niet van gediend.

De expositie laat zien dat Parijs veel heeft betekend voor de (Nederlandse) kunst. De Nederlanders in Parijs beïnvloedden landgenoten en ook Franse kunstenaars, en staken zelf ook iets op van Franse collega’s. Meer dan honderd jaar aan prachtige schilderijen in uiteenlopende stijl trekt aan de bezoeker voorbij.

De sfeervolle tentoonstelling neemt het publiek mee op een boeiende en oogstrelende kunsthistorische reis door een ruim opgevatte negentiende eeuw. Van ‘klassieke’ bloemstillevens van Gerard van Spaendock tot de eerste geometrische schilderijen van Mondriaan en van Jongkinds ‘losse’ stadsgezichten tot Van Goghs pointillistischachtig werk.

Het Van Gogh Museum maakte de tentoonstelling in nauwe samenwerking met het RKD en het Parijse museum Petit Palais, waar ze volgend jaar te zien is. De directeur van laatstgenoemd instituut miste in het overzicht aandacht voor de Nederlanders in de Barbizon. Daarom opent er deze week in De Mesdag Collectie – organisatorisch onderdeel van het Van Gogh Museum – een expositie over hen. Liefhebbers van ‘Franse’ kunst kunnen daardoor de komende maanden hun hart ophalen.

Nederlanders in Parijs 1789 – 1914, t/m 7 januari 2018 in het Van Gogh Museum, Amsterdam

Waardering: @@@@@@@@@@

Share