Modewalhalla in Centraal Museum

Kinderjurk (van een jongetje), 1890-1900.

Recensie

De Hema maakte deze week bekend geen onderscheid meer te maken tussen jongens- en meisjeskleding. Dat besluit is minder modern dan het lijkt, blijkt wel tijdens een rondgang door de expositie Uit de mode in het Centraal Museum. Daar is een jurkje uit omstreeks 1900 te zien, dat ooit toebehoorde aan een jongetje.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

De expositie is daarmee onverwacht actueel. Onverwacht, want de selectie bestaat voor een groot deel uit kledingstukken die niet meer in de mode zijn, zoals de titel al doet vermoeden. Met de grote expositie gunt het Utrechtse museum het publiek een blik in zijn ruime ‘kledingkast’. De ongeveer tienduizend stuks tellende modecollectie geldt als een van de belangrijkste in Nederland.

Jonkvrouw Carla de Jonge (1886-1972) legde honderd jaar geleden de basis voor die verzameling. Deze volgens menigeen ‘best geklede vrouw van Utrecht’ begon als archivaris van de stedelijke collectie, maar ontpopte zich al snel als modeconservator. Welgestelde dames uit de regio schreef ze aan met de vraag of zij een bruikleen of schenking wilden overwegen. Want, zo vond ze: “het is toch altijd veel aardiger dat de oude costuums goed opgesteld in een museum te zien zijn, dan dat ze geheel vergeten in een kamferkist liggen”.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

V.l.n.r.: Helen Price, Jurk, 2010; Herenkamerjas, 1700-1800; Jef Montes, Tornadojurk, 2015-2016.

Zaaloverzicht.

Creaties van Das Leben am Haverkamp.

Als conservator maakte ze zelf ook tentoonstellingen, waarvan Het Costuum onzer Voorouders uit 1936 uitermate succesvol was. De slechts een maand durende expositie in de Haagse Ridderzaal trok dagelijks zo’n tweeduizend bezoekers. Die afkwamen op de ongeveer tweehonderd kledingstukken uit de periode 1750 tot 1915. Aandacht voor mode van vroeger is dus niet iets nieuws.

Ook de expositie in het Centraal Museum is een reis door de modegeschiedenis. Een reis die qua chronologie begint bij een niet meer waterdichte herenhoed uit het eerste kwart van de zeventiende eeuw. En via prachtige klassieke jurken en futuristisch ogende creaties naar het heden voert.

Klavers van Engelen, Damesensemble, 2009

In de laatste zaal is ruimte voor een nieuwe generatie ontwerpers. Paspoppen ontbreken hier; de kledingstukken hangen, als zijn ze schilderijen, aan de wanden. Het uit vier jonge ontwerpers bestaande collectief Das Leben am Haverkamp ontdoet in de presentatie de kleding van haar functie en toont haar als kunst.

Ook de overige creaties in de tentoonstelling pronken als kunstwerken, wat veel stukken ook zeker zijn. Uit de mode is daardoor niet alleen een walhalla voor modeliefhebbers; ook anderen kunnen er hun ogen uitkijken. De originele aankleding draagt daar eveneens aan bij: elke ruimte heeft een geheel eigen uitstraling. Een uit honderden dozen opgebouwd decor verandert de eerste zaal bijvoorbeeld in een indrukwekkend modemagazijn.

Jonkvrouw Carla de Jonge had gelijk toen ze zei dat mode een museale opstelling verdient. In een tentoonstelling als deze in het Centraal Museum komen de jurken en pakken pas goed tot hun recht.

Uit de mode – De inloopkast van het museum, t/m 22 oktober in het Centraal Museum, Utrecht

Waardering: @@@@@@@@@@

Share