Mauritshuis viert 200ste verjaardag met bloemen

Warning: Trying to access array offset on value of type null in /customers/3/0/2/digitalekunstkrant.nl/httpd.www/wp-content/themes/magazine-premium/template-parts/content.php on line 13

Het Mauritshuis bestaat tweehonderd jaar en viert dat jubileum met bloemen. Op 10 februari opent het de tentoonstelling In Volle Bloei. Die gaat over de ontwikkeling van het Nederlandse bloemstilleven in de periode 1600-1730.

Ambrosius Bosschaert, Vaas met bloemen in een venster, ca. 1618.

Het genre bloemstilleven ontstond rond 1600, beïnvloed door de toenemende belangstelling voor het verzamelen en onderzoeken van vooral exotische bloemen en planten. De Hortus Botanicus in Leiden werd in 1594 gesticht (de eerste in Nederland) en steeds meer mensen gingen zich bezig houden met het wetenschappelijk bestuderen van flora en fauna. De eerste schilder die zich exclusief op het bloemstilleven toelegde was Ambrosius Bosschaert.

Omstreeks 1618 schilderde hij een enorm boeket in een nis (Vaas met bloemen in een venster). Elke bloem is precies naar het leven weergegeven maar de 30 verschillende bloemen hebben nooit allemaal tegelijkertijd gebloeid. Het boeket zelf is ook gefantaseerd: alle bloemen zitten aan de voorkant waardoor het in werkelijkheid meteen zou omvallen. Bovendien zou de bovenste bloem een onmogelijk lange steel moeten hebben om boven de rest uit te komen.

De meeste schilders uit de periode 1600-1630 maakten gedetailleerde fantasieboeketten waarin aan elke bloem de uiterste zorg was besteed. En hoe meer soorten en hoe zeldzamer, hoe beter. Na 1630 veranderde deze stijl. Boeketten werden minder frontaal en minder symmetrisch van opzet. Het werd steeds belangrijker gevonden dat het er allemaal uitzag alsof het naar de werkelijkheid was geschilderd. Hans Bollongier schilderde in 1639 een wat ‘rommeliger’ boeket dan zijn voorgangers (Stilleven met bloemen). Minder frontaal, minder symmetrie. De achterste bloemen staan minder in het licht waardoor het werk meer dieptewerking krijgt.

Jan Davidsz de Heem, Vaas met bloemen, ca. 1670.

In de jaren 30 van de zeventiende eeuw werd gevochten om tulpenbollen, wat leidde tot een spectaculaire windhandel én dus een even grote crisis. Een tulpenbol werd soms evenveel waard als een grachtenpand. In 1637 stortte de handel in, met geruïneerde mensen als gevolg. Op de prent Flora’s mallewagen is dat te zien: mensen lopen achter de wagen van Flora aan – rechtstreeks de zee in.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw kreeg het bloemstilleven een upgrade, met ‘ontploffende’ boeketten als gevolg. De tulp, akelei en kievitsbloem kregen gezelschap van bijzondere soorten als provenceroos, sneeuwbal en slaapbol. Willem van Aelst en Jan Davidsz de Heem maakten spektakelstukken van hun bloemstillevens. Alles moest visueel verleiden: verstopte bloemen, overal kleine kruipbeestjes, lichteffecten, heel veel kleuren en mooie vazen.

Rond 1700 nam het vuurwerk in de vazen iets af en keerden de schilders terug naar een wat rustiger bloembeeld. Bij Rachel Ruysch, een van de succesvolle vrouwelijke schilders van dit genre, schildert in 1700 een bescheidener boeket dat opmerkelijk genoeg al aan het verwelken is. Ruysch heeft zelfs één bloem al afgeknipt op het schilderij. Bloemen, en hun korte levensduur, konden staan voor de tijdelijkheid van het leven zelf.

In Volle Bloei, 10 februari t/m 6 juni in het Mauritshuis, Den Haag

Share