Kijken en Bekeken worden in De Lakenhal

Recensie

De jonge Rudi Fuchs (Eindhoven, 1942) studeerde kunstgeschiedenis in Leiden bij Henri van de Waal. Deze nam zijn studenten vaak mee naar Museum De Lakenhal, waar Fuchs volgens eigen zeggen “echt leerde kijken”. Directrice Meta Knol nodigde hem uit voor een reis terug in de tijd door een tentoonstelling te maken aan de hand van de eigen historische collectie. Het werd Een Deftige Parade. 

Door: Suzanne Sanders

Zaaloverzicht. Foto: Suzanne Sanders.

 

Rudi Fuchs werd in 1975 directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, leidde daarna het Gemeentemuseum Den Haag en verwierf internationale bekendheid als conservator van Documenta 7 in Kassel, Duitsland. Tussen 1993 en 2003 was hij directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam en nu is hij naast conservator ook schrijver van columns en boeken over dat ‘echt kijken’ naar beeldende kunst.

De kunstgoeroe maakte een selectie van tussen 1500 en 1800 tot stand gekomen schilderijen uit de collectie van de Lakenhal, dat hij zijn moedermuseum noemt. Achtentwintig portretten van vergelijkbare formaten kijken de bezoeker aan zonder veel afleidende achtergronden. Fuchs: “In de negentiende eeuw komt er meer kleur in portretten en worden er meer tierlantijnen afgebeeld. Dat leidt af van de essentie. De ogen en de handen moeten het verhaal vertellen.” Deze zoektocht naar essentie verrast weinig als we bedenken dat Fuchs vooral een liefhebber is van de twintigste-eeuwse conceptuele kunst en minimal art.

Die essentie moeten we hier vinden door goed te kijken. Het is daarom leuk dat de portretten dicht naast elkaar zijn opgehangen. Hierdoor valt er niet te ontsnappen aan de priemende blikken van de rij stijve, calvinistische dames en heren die je door dit oogcontact op directe wijze hun wereld in lijken te trekken. “Een goed portret”, vindt Fuchs, “kijkt je aan”. Het is een spel van kijken en bekeken worden, en tegelijkertijd ook van afstand en nabijheid. Bij wijze van constructieve grap heeft Fuchs er dan ook een oude spiegel tussen gehangen.

Anoniem, Margareta Egbrechtsdr. Ramp, alias Proost (ca. 1550-1560).

Het portret als object is in de gekozen periode vaak vooral een uiting van identiteit, status en burgerlijke staat. Deze informatie spreekt echter niet zozeer uit de blik, maar juist uit kleding, sieraden, heraldische tekens en lichaamshouding of toegevoegde objecten. De essentie ligt in dat geval in het feit dát de portretten er zijn. Hier lijkt Fuchs aan voorbij te gaan als hij vanuit zijn modernistische achtergrond de aard van een goed portret wil duiden.

De door Fuchs voorgestelde kijkwijze is desalniettemin succesvol in zoverre dat, hoeveel of hoe weinig je ook van kunst weet, je met een frisse blik op ontdekkingstocht kunt gaan in het schilderij. Toch gaat er interessante informatie verloren. We weten niets van deze afgebeelde mensen behalve dat ze streng en calvinistisch waren. Dat is een eenzijdig en wellicht vervormd beeld. Maar dat weten we nu niet zeker. Hoewel in deze portretten zeker naar een waarheidsgetrouwe weergave van het gezicht werd gestreefd, valt mij door de manier van ophangen juist op hoe inwisselbaar dat gezicht kan zijn.

Een Deftige Parade, t/m 31 mei 2015 in Museum De Lakenhal, Leiden

Waardering: @@@@@@@@@@

Meer van Suzanne Sanders

Share