Jacob Jordaens, niet de minste van De Grote Drie

Warning: Trying to access array offset on value of type null in /customers/3/0/2/digitalekunstkrant.nl/httpd.www/wp-content/themes/magazine-premium/template-parts/content.php on line 13

Recensie

Zoals de Noordelijke Nederlanden Frans Hals, Rembrandt en Vermeer hebben, zo kennen de Zuidelijke Nederlanden (het huidige Vlaanderen) hun eigen Grote Drie: Jordaens, Rubens en Van Dyck. Van die drie is Jacob Jordaens in Nederland het minst bekend bij het grote publiek. Onterecht, zo blijkt uit de tentoonstelling Thuis bij Jordaens in het Frans Hals Museum.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Zaaloverzicht met spiegelzuilen.

Jacob Jordaens (1593-1678) was een van elf kinderen uit een Antwerps middenklassegezin. Op veertienjarige leeftijd ging hij in de leer bij kunstschilder Adam van Noort, zoals Peter Paul Rubens eerder ook had gedaan. Als leerling woonde hij acht jaar in bij het gezin van zijn leermeester. Hij kon zeer goed opschieten met Van Noorts oudste dochter Anna Catharina, met wie hij in 1616 trouwde. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Elizabeth, Jacob en Anna Catharina.

Jacob Jordaens, Portret van Elisabeth Jordaens, de dochter van de kunstenaar, ca. 1637 – 1645, The Phoebus Foundation, Antwerpen.

De expositie in het Frans Hals Museum opent met het magnifieke portret dat Jordaens tussen 1636 en 1645 schilderde van zijn dochter Elizabeth, inmiddels een mooie jonge vrouw. Het schilderij hangt in een zaal die in het teken staat van vrouwenportretten van de Grote Drie. De drie getoonde werken tonen direct het verschil aan tussen de schilderstijl van Jordaens en die van Rubens en Anthony van Dijck. De portretten van de twee laatstgenoemden zijn statig en sober, terwijl Jordaens’ afbeelding van zijn dochter zwierig en zomers is.

De vrouw springt in het oog dankzij de rode blosjes op haar wangen, haar fraaie hoed met veer en modieuze Franse jurk. Het portret is een bijzonder aantrekkelijk schilderij. Niet voor niets schreef kunsthistorica Leen Kelchtermans er een heel boek over. Zij is verbonden aan de Antwerpse stichting The Phoebus Foundation, die de getoonde schilderijen in bruikleen gaf.

Samen met Katharina Van Cauteren, directeur van die stichting, stelde Marrigje Rikken, hoofd collecties van het Frans Hals Museum, de tentoonstelling samen. “De vlotte penseelstreek van Jordaens en de bravoure en spontaniteit die hij in zijn schilderijen wist te leggen, waren in de zeventiende eeuw erg populair”, aldus Rikken. “Hij wist precies waar zijn publiek, de gegoede burgerij, behoefte aan had en speelde hier handig op in.”

Jacob Jordaens, Allegorie van de wetenschappen (detail), ca. 1616, The Phoebus Foundation, Antwerpen.

Volgens Rikken wordt Jordaens in Vlaanderen net als Frans Hals in Nederland vaak gezien als nummer drie van de Grote Drie. Niet terecht, vindt ze en met de expositie zet ze die mening kracht bij. Jacob Jordaens was een uitmuntend schilder, met een eigen stijl.

Mythologische verhalen beeldde hij bijvoorbeeld heel levendig uit, zoals te zien is in het schilderij Venus en Adonis. Jager Adonis is dodelijk verwond door een agressief wild zwijn. Hij sterft in de armen van zijn geliefde, Venus, godin van de Liefde. Zelfs in een sterfscène bracht Jordaens beweging. De ogen van Adonis draaien weg en zijn linkervoet lijkt uit de lijst te steken. Links naast Adonis kijkt zijn trouwe hond een beetje beteuterd. Jordaens gaf een heel eigen draai aan dit mythologische verhaal.

Ook voegde hij elementen uit het huiselijk leven toe in mythologische schilderijen, zoals een po naast het bed van Cupido. Op die manier liet hij grote onderwerpen op een toegankelijke manier zien, vaak met een vleugje humor.

Hij stopte ook de nodige details in zijn voorstellingen. In Allegorie van de wetenschappen, een van de eerste schilderijen die hij maakte als zelfstandig schilder, is bijvoorbeeld enorm veel te zien. Wat te denken van de twee kinderen (cherubijnen?) die kattenkwaad lijken uit te halen. En als kattenliefhebber viel mij de wel heel nors kijkende poes op in de voorstelling Zo de ouden zongen, zo piepen de jongen. Het dier lijkt niet te spreken over het luide gezang.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Jacob Jordaens, Zo de ouden zongen, zo piepen de jongen, 1640/45, The Phoebus Foundation, Antwerpen.

Jacob Jordaens, Zo de ouden zongen, zo piepen de jongen (detail), 1640/45, The Phoebus Foundation, Antwerpen.

Jacob Jordaens, Venus en Adonis, ca. 1615, The Phoebus Foundation, Antwerpen.

Hoogtepunt (deels letterlijk) in de tentoonstelling is de hedendaagse reconstructie van de pronkkamer uit Jordaens’ woonhuis. Deze ruimte waarin de schilder rijke klanten ontving, was volledig bekleed met schilderijen van eigen hand. Zelfs de deuren en het plafond waren geheel beschilderd. De bewaard gebleven schilderijen uit de ontvangstkamer, inmiddels volledig gerestaureerd door The Phoebus Foundation, zijn voor het eerst weer allemaal bij elkaar te zien. Het Frans Hals Museum presenteert ze in een indrukwekkende spiegelkamer. De hele vloer is voorzien van spiegels, zodat de bezoeker niet steeds omhoog hoeft te kijken om de plafondstukken te bewonderen.

Detail uit de spiegelkamer.

Die spiegels zorgen ervoor dat mijn hersenen me voor de gek houden. Omdat ik onder mijn voeten schilderijen in de ogenschijnlijk diepte zie, lijkt het alsof ik op een glazen tegelvloer sta. En dat kan best spannend zijn voor iemand met hoogtevrees. Het liefst maak ik me snel uit de voeten, maar toch beweeg ik me – heel voorzichtig – door de ruimte, want ik wil niets missen in dit spectaculaire vertrek.

Spiegels komen ook in de andere zalen terug, in de vorm van zuilen, waardoor reflecties van de verschillende schilderijen her en der opduiken. Dankzij al deze spiegels is de tentoonstelling behalve leerzaam en oogstrelend ook dynamisch, fotogeniek en – tegenwoordig niet onbelangrijk – heel Instagramwaardig.

Thuis bij Jordaens, t/m 30 januari 2022 het Frans Hals Museum, locatie Hof, Haarlem

Waardering: @@@@@@@@@@

Share