Inrichting Stedelijk krijgt vorm

Marc Chagall (1887-1985), Zelfportret met zeven vingers, 1912/13. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, in langdurig bruikleen van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Het Stedelijk Museum is begonnen met het overbrengen van de kunstcollectie naar het museum. Daarmee komt een eind aan het vernieuwingsproces dat in 2007 van start ging. Op 23 september heropent het Amsterdamse museum.

In het Stedelijk is na de verbouwing meer dan ooit ruimte om de collectie permanent te tonen. Een kwart van het gebouw zal gewijd zijn aan de collectie vormgeving, die voor het eerst een vaste plek krijgt. En driekwart is bestemd voor de beeldende kunst van 1870 tot heden.

De begane grond is ingeruimd voor kunst tot 1960. Publiekslievelingen De Violist en Zelfportret met zeven vingers van Chagall (beide uit 1912) horen bij de zaal met als thema rond 1913. Ze krijgen daar gezelschap van werken van Piet Mondriaan, Georges Braque en Gino Severini. Op de gehele tweede verdieping van het historische gebouw is kunst van 1960 tot heden te zien.

In de presentatie vormgeving op de begane grond worden toegepaste kunst en industriële en grafische vormgeving met elkaar gecombineerd. In de dertien zalen krijgen ruim tweeduizend objecten een plek, uit de periode van het eind van de negentiende eeuw tot nu. Een van de blikvangers is de slaapkamer die Gerrit Rietveld in 1926 voor de Amsterdamse kinderarts Rein Harrenstein ontwierp. De slaapkamer is opgedeeld in asymmetrisch geplaatste vlakken in de typische De Stijl-kleuren zwart, wit, geel en rood.

Share