Spannende hyperrealistische beelden in de Kunsthal

Daniel Firman, Caroline, 2014, Petersen Collection.

Recensie

Een meisje staat met haar hoofd tegen een wand, alsof ze door een gat ergens naar kijkt. Ik durf haar eerst niet te fotograferen omdat ik twijfel of ze wel onderdeel is van de tentoonstelling Hyperrealisme Sculptuur in Kunsthal Rotterdam. Zo echt lijkt ze; de kleren die ze draagt versterken die indruk. Als ze na een tijdje nog niet beweegt, weet ik genoeg: ze is wel degelijk een beeld.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Het meisje dat haar trui blijkt uit te trekken – of juist aan, zou ook kunnen – is een schepping van Daniel Firman. Caroline is – afgezien van enkele naakten – misschien wel hét beeld dat de bezoeker zichzelf een voyeur doet voelen. Het jonge meisje kan ons niet zien, maar toch bekijken wij haar ongegeneerd. Of eigenlijk generen we ons wel een beetje. Zij en de andere beelden zijn zó levensecht dat we soms vergeten dat ze niet van vlees en bloed zijn.

Dat maakt deze beeldententoonstelling enorm spannend. We bespieden de figuren tijdens privémomenten en voelen ons daar niet altijd even gemakkelijk bij. Knap dat een expositie dat effect kan hebben. We zien onder meer een bodybuilder na een training in de kleedkamer, een grootmoeder die haar kleinkind knuffelt en een ontbloot stel in een innige omhelzing.

Hoewel privé zijn genoemde poses nog vrij onschuldig. Hoe anders is dat bij de vrij expliciete houdingen van een naakte dame. Met gespreide benen laat ze weinig tot de verbeelding over. Of dat de reden is, is niet duidelijk, maar voor dit beeld geldt bij uitzondering een fotografieverbod. En waarom zou je het ook fotograferen; Facebook en Instagram accepteren het resultaat toch nooit en te nimmer. Op een foto is immers niet te zien dat de vrouw in kwestie een sculptuur is en daarmee kunst.

Sam Jinks, Woman and Child (detail), 2010, collectie kunstenaar.

De tentoonstelling is ook interessant omdat ze de eerste in Nederland is die een compleet overzicht biedt van vijftig jaar hyperrealistische beeldhouwkunst. Sommige musea hebben wel realistisch beelden in de collectie, maar zoveel bij elkaar waren nog niet eerder ergens in het land te zien. In totaal toont de Kunsthal 35 kunstwerken van 28 kunstenaars uit diverse landen.

Ze zijn stuk voor stuk indrukwekkend. Het is bewonderenswaardig dat een kunstenaar sculpturen kan maken die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn. De kleinste details dragen daaraan bij: haartjes op tenen, moedervlekken en afgebeten nagels. Ook al weet je dat je naar een kunstwerk kijkt, je ogen zien toch een echt mens.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Tobias Schalken, His unexpected return, 2002, Museum MORE, Gorssel.

Sam Jinks, Untitled (Kneeling Woman), 2015, collectie kunstenaar.

Ron Mueck, A Girl (detail), 2006, Scottisch National Gallery of Modern Art.

Patricia Piccinini, Newborn, 2010, Collection Paris Neilson.

De tentoonstelling toont ook goed aan dat één afwijkend aspect er direct voor zorgt dat een beeld niet meer net echt lijkt. Alles aan de nogal enge baby van Ron Mueck is realistisch, behalve het formaat. De pasgeborene is namelijk reusachtig: bijna drie keer zo groot als een volwassen man. De gigant is meteen niet meer zo aandoenlijk als baby’s normaal zijn. Nee, dan tref ik toch veel liever Patricia Piccinini’s werkelijk schattige olifantenkindje.

De baby met menselijke gedaante, maar ook in het bezit van een slurf als neus roept emoties op. De een vindt haar wellicht afstotelijk, de ander wil het kleine afwijkend uitziende wezentje vertroetelen. Het is prachtig dat een kunstwerk dat met een mens kan doen.

Hyperrealisme Sculptuur, t/m 1 juli in Kunsthal Rotterdam

Waardering: @@@@@@@@@@

Share