Holocaust Museum niet blij met Pokémonjagers

Het kan weinigen ontgaan zijn dat er een nieuwe rage is: Pokémon Go. Her en der kijken mensen nog meer op hun mobiele telefoon dan ze al deden. Ze zouden eens een Pokémon in het wild missen. Het Holocaust Museum in Washington vraagt Pokémontrainers om daar niet op jacht te gaan.

Pokémon Go is onderdeel van de games-serie Pokémon die in 1995 van start ging. Doel is om allerlei pocket monsters, ofwel Pokémon te vangen en te trainen. Later volgde er een populaire animatieserie, die ook in Nederland werd uitgezonden. En nu is er dan de smartphonegame, die gebruikmaakt van augmented reality. Wie het spel opent en met de telefoon in de hand rondloopt, kan op verschillende locaties Pokémon aantreffen.

Op bepaalde plekken, de Pokéstops, kunnen spelers extra punten verzamelen. Het Holocaust Museum is zo’n plek, maar daar is het niet blij mee. “Het is niet gepast om dit spel te spelen in het museum, dat een herinneringsplek is voor slachtoffers van de nazi’s”, vertelt een woordvoerder aan de Washington Post. Het museum hoopt dat de makers de locatie uit het spel willen halen.

Een Pokémon bij een ongebruikte spoorlijn. Screenshot: Erwin Vogelaar.

Een Pokémon bij een ongebruikte spoorlijn. Screenshot: Erwin Vogelaar.

Niet alle musea hebben bezwaar tegen de jacht op Pokémon op hun terrein. Japanmuseum SieboldHuis in Leiden vroeg gisteren op Twitter zelfs of mensen al monstertjes hadden gevonden in de buurt. En vandaag maakte het bekend dat het borstbeeld van Philipp Franz Von Siebold in de tuin een Pokéstop is.

Ook het Bonnefantenmuseum in Maastricht laat weten dat er zich Pokémon in de buurt ophouden. En het Teylers Museum in Haarlem vraagt volgers op Twitter om foto’s van Pokémon in het museum te delen. In en rond Gemeentemuseum Den Haag zijn de wezentjes eveneens gespot. “Vang ze allemaal!”, aldus het museum op Twitter.

Share