Het wachten waard: kunst uit Deense Gouden Eeuw

De musea blijven dicht tot en met zeker 15 maart. Ooit gaan ze weer open en dan is er veel moois te zien. De komende tijd lichten we geregeld een expositie uit die volgens ons het wachten waard is. Vandaag: Schilderkunst uit de Deense Gouden Eeuw in Rijksmuseum Twenthe.

Martinus Rørbye, Het strand bij Skagen Vesterby, 1847, Nivaagaards Malerisamling.

Met ruim vijftig schilderijen uit het Deense museum Nivaagaards Maleriesamling staat Rijksmuseum Twenthe komende zomer stil bij de Deense Gouden Eeuw. Met deze periode is iets opmerkelijks aan de hand. Ze duurde ze ‘slechts’ een halve eeuw en kenmerkt een tijdperk waarin het allesbehalve roosklueirg ging met Denemarken.

Het land was aan het begin van de negentiende eeuw een wereldmacht in verval. Het land had oorlogen glansloos verloren oorlogen, zag bijna de hele vloot ten onder gaan, moest Noorwegen en gebieden in Noord-Duitsland opgeven en kreeg ook nog eens te maken met afbrokkelende monarchie en een staatsfaillissement. Denemarken was nog maar een schim van zichzelf. Uitgerekend op deze periode drukte het land trots het stempel van Gouden Eeuw.

Peter Skovgaard, Het strand van Hellebæk, 1858, Nivaagaards Malerisamling.

Guldalderen, zoals de periode in het Deens heet, tekent dan ook niet zozeer een hoogtepunt uit de Deense geschiedenis, maar meer een nieuw begin.Het was de tijd waarin filosoof Søren Kierkegaard (een van de grondleggers van het moderne existentialisme), sprookjesschrijver Hans Christian Andersen en Hans Christian Ørsted (ontdekker van het elektromagnetisme) furore maakten,

Ook de Deense schilderkunst droeg bij aan de Deense Gouden Eeuw, met aan de basis de schilder Christoffer Wilhelm Eckersberg. Nadat hij naam en faam maakte in het buitenland, keerde hij terug naar Denemarken en toonde daar zijn nationalistische kant. Want het van oudsher meertalige, multiculturele Deense leven werd steeds nationalistischer.

Christoffer Wilhelm Eckersberg, De korvet ‘Najaden’, ca. 1834, Nivaagaards Malerisamling.

Eckersberg en een nieuwe generatie getalenteerde schilders, onder wie Christen Købke, Martinus Rørbye en Thomas Lundbye, lieten zich nog wel inspireren door het buitenland, maar richtten zich steeds meer op thema’s die bij het eigen Denemarken hoorden. Zoals een nieuw marineschip, vereeuwigd in een geschilderd zeegezic,t en iconische Deense landschappen als de glooiende velden van Jutland of de krijtkusten van Stevns. Hun schilderijen tonen de thema’s die goed aansluiten bij een nieuw clientèle: de burgerij. Het is kunst die het zelfbeeld uitdraagt van een volk en natie die zichzelf opnieuw uit moeten vinden.

Alle schilderijen in de tentoonstelling komen uit de Nivaagaards Malerisamling, in 1908 opgericht door de Deense industrieel en politicus Johannes Hage. In het stadje Nivå, ten noorden van Kopenhagen toonde hij meesterwerken uit de Italiaanse renaissance en de Nederlandse Gouden Eeuw en schilderijen van landgenoten uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

Paradox van de Deense Gouden Eeuw, 23 mei t/m 29 augustus in Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Share