Het wachten waard: De geur van kunst

Abraham Mignon, Stilleven met bloemen en vruchten, ca. 1670, Mauritshuis, Den Haag.

De musea blijven dicht tot en met zeker 9 februari. Ooit gaan ze weer open en dan is er veel moois te zien. De komende tijd lichten we geregeld een expositie uit die volgens ons het wachten waard is. Vandaag: geuren in de kunst in het Mauritshuis.

Door schilderijen hebben we een aardig beeld van hoe Nederland er in de zeventiende eeuw uitzag. Maar hoe rook het er? Het Mauritshuis duikt met de tentoonstelling Vervlogen – geuren in kleuren in de geur van de Gouden Eeuw.

Het moet verschrikkelijk gestonken hebben in die tijd. Waterleidingen, riolering, deodorant, tandpasta, wasmachines en koelkast bestonden allemaal nog niet, met alle onwelriekende gevolgen van dien. En iedereen kieperde van alles in de grachten, met fenomenale stank als gevolg. Jan van der Heydens schilderij Gezicht op de Oudezijds Voorburgwal geeft een inkijkje in het toenmalige stedelijke ‘geurenlandschap’. Aan de brug over de gracht is een houten gebouwtje getimmerd, een zogeheten privaat. Dit was een openbaar toilet dat rechtstreeks op de gracht loosde. Ernaast veegt een straatveger de paardenmest op een hoop, terwijl vrouwen de was doen in het vuile water.

Mensen die het zich konden veroorloven liepen over straat met een pomander. Dit was een met sterke geurstoffen gevulde reukbol. In de tentoonstelling zijn drie zilveren exemplaren te zien zijn. De pomander komt ook voor op het schilderij De anatomische les van de Delftse schilders Michiel en Pieter van Mierevelt. Een toeschouwer van die les draagt er één met een ring en kettinkje aan zijn vinger. Geen overbodige luxe, want vóór hem ligt het ontzielde lichaam waarvan zojuist de onderbuik is opgesneden.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Michiel en Pieter van Mierevelt, Anatomische les van dr. Willem van der Meer, 1617, Museum Prinsenhof, Delft.

Pomander, Noord-Nederlands, ca. 1620, Rijksmuseum Twenthe, Enschede (bruikleen van de Martens-Mulder Stichting).

In de zeventiende eeuw bereikten ook exotische geuren de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Schepen voerden specerijen, tabak, koffie, thee, groenten en fruit aan uit uit Afrika, Azië en de Amerika’s. We kunnen de intense geur van ‘oosterse’ specerijen bijna ruiken in de goedgevulde kruidenierswinkel van Willem van Mieris uit 1717. Het roken en pruimen van tabak uit Amerika werd een rage en dood daardoor ook op in de kunst. De roker op een schilderij van Adriaen Brouwer zit onderuit gezakt te genieten van zijn pijpje, hij blaast net de rook uit. Zijn blik is wazig, alsof hij bedwelmd is.

Minder exotische prettige geuren komen ook voorbij op de schilderijen. In Stilleven met bloemen en vruchten combineerde Abraham Mignon een rijke overvloed aan bloemen met overrijp fruit.

Pieter de Hooch, Binnenhuis met vrouwen bij een linnenkast, 1663, Rijksmuseum, Amsterdam (in bruikleen van de stad Amsterdam).

En Binnenhuis met vrouwen bij een linnenkast van Pieter de Hooch toont een interieur met twee vrouwen bij een geopende linnenkast. De huishoudsters leggen het fris gesteven linnen in de kast. Iedereen kent de geur van pas gewassen was wel.

Behalve geuren zien, kunnen bezoekers ze straks ook opsnuiven. Via de verschillende geurdispensers kunnen ze ruiken aan een schone linnenkast, bleekvelden, ambergrijs, mirre en natuurlijk de stinkende gracht. Of de geur van lijken ook een van de luchtjes is, is onbekend.

Vervlogen – geuren in kleuren, 11 februari t/m 6 juni in het Mauritshuis, Den Haag

Share