Het Stedelijk knettert van de cut-outs

Recensie

Na overdonderend succes in Tate Modern in Londen en MoMa New York zijn de cut-outs van Henri Matisse (1869-1954) nu in Amsterdam te zien. Toen deel één vorig jaar te zien was in Londen schreef ik al over de totstandkoming van de manier werken. De huidige tentoonstelling in het Stedelijk Museum omvat – mede uit kostenoverwegingen en door de onmogelijkheid om sommige van de fragiele werken nog langer tentoon te stellen –veel méér dan alleen werk uit deze laatste fase van Matisse’ leven.

Door: Suzanne Sanders

Zaaloverzicht, met rechts in het midden La perruche et la sirène, uit 1952-1953. Foto: Suzanne Sanders.

Zaaloverzicht, met rechts in het midden La perruche et la sirène, uit 1952-1953. Foto: Suzanne Sanders.

 

De focus ligt in Amsterdam daarom niet alleen op monumentale collages, maar ook op de hele weg ernaartoe. Geen slecht idee, want de twintigste-eeuwse collectie van het museum leent zich hier goed voor. “Het oeuvre van Matisse afzetten tegen de collectie van het Stedelijk levert niet alleen een frisse blik op ten aanzien van de collectie, maar ook een bijzondere kijk op het werk van één van de meest onderzochte, getoonde en beschreven kunstenaars ter wereld”, aldus Bart Rutten, hoofd Collecties van het Stedelijk. De Matisses worden op zaal met een subtiele grijze lijn uitgelicht in de verschillende beelddialogen.

Beginnend op de benedenverdieping wordt de ontwikkeling van Matisse’ oeuvre, van postimpressionistische scènes à la Cézanne en Fauvistische schilderijen tot de Jazz-serie en studietekeningen, chronologisch getoond tussen inspiratiebronnen, tijdgenoten en navolgers uit de permanente collectie. De overduidelijke invloed van Matisse op Kirchner en Malevitsj bijvoorbeeld, zijn gaaf om te herkennen. Matisse schilderde zijn Baadster in 1909 in opdracht van een Russische verzamelaar. Malevitsj liet zich zowel qua stijl als qua kleurgebruik rechtstreeks inspireren door dit werk.

Boek Jazz, uit 1947, met illustratie van Henri Matisse. Foto: Suzanne Sanders.

Boek Jazz, uit 1947, met illustratie van Henri Matisse. Foto: Suzanne Sanders.

 

Verrassend zijn ook onder andere ook vergelijkingen met collages van CoBrA-kunstenaar Constant en Bart van der Leck, en het feit dat Matisse een prachtig kostuum ontwierp voor een Russisch Ballet van Sergej Diaghilev uit 1920. Dit is ook het eerste werk waarvoor hij iets knipte. Toen Matisse overleed, stopte Picasso voor een jaar met schilderen. “Hij liet me zijn Odalisken na”, besloot Picasso toen, en de variaties van beide schilders op dit oriëntalistische thema van een liggende vrouw zijn daarom erg mooi om naast elkaar te bekijken.

 

De formalistische connectie met Rothko is goed gevonden, maar wellicht wat rechtlijnig gesteld. Het is met deze manier van tentoonstellen natuurlijk echter onvermijdelijk dat je niet op ieder aspect even diep in kunt gaan. Sommige confrontaties zijn dus ook succesvoller dan andere. De vergelijking van Vue de Notre-Dame (1914) met een Mondriaan uit hetzelfde jaar bijvoorbeeld, komt wat geforceerd over. Mondriaan was zeker op de hoogte van het werk van Matisse, maar of dat andersom ook het geval was blijft de vraag.

Zaaloverzicht. Foto: Suzanne Sanders.

Zaaloverzicht. Foto: Suzanne Sanders.

 

“Enkele schilderijen lijken de invloed van het kubisme te weerspiegelen…maar toch voelt Matisse zich niet verwant met deze stroming” vertelt de zaaltekst. Hier wordt overigens ook de “beklemming van de Eerste Wereldoorlog” als invloed op Matisse’ abstractere schilderstijl aangehaald, terwijl zijn werk naar mijn idee juist heel ver afstaat van maatschappelijk engagement. Was het meer een intuïtieve kwestie? Daar had ik dan wel meer over willen weten.

Richting de trap naar de bovenverdieping verschuift de focus steeds meer naar Matisse zelf. Eenmaal boven knettert het meteen van de cut-outs. De Perruche steelt hier de show, meteen op het landingspunt in de erezaal. Niet verwonderlijk, want dit is een toonaangevend bezit van het museum dat na een lange wereldreis weer thuis is. De Jazz-serie – een belangrijk schakelpunt in de overgang naar het monumentale knip- en prikwerk, is hier opvallend veel toegankelijker opgesteld dan in Londen, waar de geschreven teksten horizontaal langs de muur lagen met de cut-outs daarboven gehangen. Daardoor vormden zich rijen, en moest de bezoeker zijn aandacht heel bewust verdelen tussen op het eerste gezicht heel verschillende zaken. De Slak en de Kapel waar Tate in Londen mee culmineerde zijn in het Stedelijk juist meer deel van het geheel. Zelf vond ik de uit Parijs geleende duo’s Polynésie en Océanie heel mooi om hier te ontdekken.

Henri Matisse, Kostuum voor een rouwklager, ontwerp voor het ballet Le chant du rossignol, ca. 1920. Foto: Suzanne Sanders.

Henri Matisse, Kostuum voor een rouwklager, ontwerp voor het ballet Le chant du rossignol, ca. 1920. Foto: Suzanne Sanders.

Er zitten prachtige vergelijkingen en veel bijzondere bruiklenen tussen, die het museum te danken heeft aan de lange verbouwingsperiode waarin de eigen collectie veel kon reizen. Het is de grootste verzameling Matisses die ooit in Nederland te zien is geweest en de aanwezige cut-outs spreken veelal voor zichzelf. De titel De Oase van Matisse slaat heel specifiek op de gigantische Perruche die de oude meester in samenwerking met assistenten vanuit zijn rolstoel en bed componeerde: “Ik heb voor mezelf een kleine tuin om me heen gemaakt, waarin ik kan wandelen”.

De Oase van Matisse, t/m 16 augustus in het Stedelijk Museum, Amsterdam

Waardering: @@@@@@@@@@

Meer van Suzanne Sanders

Share