Groene kunst zorgt voor botanische revolutie

Warning: Trying to access array offset on value of type null in /customers/3/0/2/digitalekunstkrant.nl/httpd.www/wp-content/themes/magazine-premium/template-parts/content.php on line 13

Recensie

Tuinieren is weer helemaal hip. Zorg over het klimaat lokt menigeen de tuin in om daar een paradijsje voor vogels en insecten te maken. En de coronapandemie leverde nog meer tuiniers op. In de tuin konden mensen toch even buiten zijn in een tijd dat thuisblijven het advies was. Steeds meer hedendaagse kunstenaars richten zich ook op de tuin, blijkt uit de tentoonstelling De botanische revolutie in het Centraal Museum.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Persijn Broersen & Margit Lukács, Fix the Variable, Eliminate the Impure, Unravel the Tangled, Discover the Unknown (detail), 2021,

“De tuin staat opnieuw vol in de aandacht”. weet ook Laurie Cluitmans, conservator hedendaagse kunst bij het Centraal Museum. Daarom is het niet verwonderlijk dat ook kunstenaars dat kleine stukje natuur voor of achter een huis als onderwerp nemen voor hun kunst. “De veerkracht van de natuur stemt hoopvol. Maar ook roepen ze op tot een botanische revolutie, om onze relatie tot de natuur radicaal te herdefiniëren.”

In 1972 schreef beeldend kunstenaar Tetsumi Kudo het manifest Pollution-CultivationNew Ecology, waarin hij opriep tot een nieuwe relatie tussen natuur, mens en techniek. Hij beschreef hoe de mens de natuurlijke bronnen uitbuit. Kudo’s installatie Grafted Garden laat goed zien wat hij daarmee bedoelde. Het werk bestaat uit een perkje met plastic rozen, tulpen en chrysanten en bomen van aluminium palen en draden. Dit is hoe onze tuinen er in de toekomst uitzien, lijkt de boodschap te zijn.

Een ander kunstmatig stukje natuur is Lawn van Lungiswa Gqunta. Dit ‘gazon’ is volledig opgebouwd uit gebroken glazen colaflesjes. Dit is precies hoe sommige grasvelden er aan het eind van een zondag uitzien nadat hele volksstammen hun afval erop achter hebben gelaten na een picknick.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Tetsumi Kudo, Grafted Garden (detail), 1971, Centre Pompidou, Parijs.

Lungiswa Gqunta, Lawn (detail), 2016-2021, Centraal Museum, Utrecht.

Het gazon kijkt uit op Vanishing Staircase, die zich buiten de museummuren langs de singel bevindt. Het is de bedoeling dat inheemse planten deze trap van Birthe Leemeijer langzaam maar zeker volledig uit het zicht doen verdwijnen. Het levende kunstwerk kwam onlangs in het nieuws nadat een medewerker van de gemeentelijke plantsoenendienst de plantjes had weggebrand. Hij zag ze aan voor onkruid. Dit zegt iets over hoe veel mensen nog steeds tegen wilde planten aankijken. Als ze het niet zelf hebben geplant, is het onkruid en moet het dus weg.

Daar gaat de tentoonstelling ook op in. Op de entresol is aandacht voor wilde natuur in de stad Utrecht. Als je de natuur haar gang laat gaan, duiken her en der spontaan planten en bomen op. Geen onkruid, maar ‘toevallig groen’, aldus de samenstellers van de expositie. Een mooie term, die ik voortaan ook ga gebruiken.

Jurgen Bey, Boomstambank, 1999, Centraal Museum, Utrecht.

Alles aan de tentoonstelling is ‘groen’, tot aan de vormgeving toe. Studio Formafantasma ontwikkelde speciaal voor De botanische revolutie een modulair systeem van wanden dat uit elkaar kan worden gehaald en in een andere context hergebruikt. De vormgevers lieten zich daarvoor inspireren door Japanse zen-tuinen. En in een van de zalen staat de Boomstambank van Jurgen Bey. Ga daar gerust op zitten. Dat mag!

De ‘groene’ expositie zet de bezoeker aan het denken en dat blijft ze doen tot buiten de museummuren. Rumiko Hagiwara plaatste in de tuin bordjes met de definitie van onkruid (pardon, toevallig groen) bij wilde planten. En het kunstwerk op de wisselsokkel op het plein naast het museum is ditmaal een echte tuin: Seeds of Change van Maria Thereza Alves. Daarvoor gebruikte ze afgedankte aarde, die nog allerlei niet ontkiemde zaden bleek te bevatten. Over recycling gesproken!

Roze blokje van Esther Hoogendijk.

En zelfs in de museumwinkel is ‘groene’ kunst te zien. Ik nam een Roze blokje van Esther Hoogendijk mee naar huis. Dat is een blokje met daarin zaadjes op een petrischaaltje. Als je hem dagelijks water geeft, ontstaat er een levend kunstwerk. Dat is nu echt wat je noemt een ‘botanische revolutie’!

De botanische revolutie, t/m 9 januari in Centraal Museum, Utrecht

Waardering: @@@@@@@@@@

Share