Fundatie toont Parijse kunst van Nederlanders

Nieuws / Expositie

Museum de Fundatie brengt komend najaar Parijs naar Zwolle. Op de tentoonstelling Van Gogh tot Cremer staat de artistieke pelgrimage van Nederlanders naar Parijs centraal. Deze kwam eind negentiende eeuw op gang en duurde tot en met de jaren ’50 van de vorige eeuw.

Karel Appel, Femmes, enfants, animaux, 1951, olieverf op jute, 170 x 280 cm, collectie Cobra Museum voor Moderne Kunst, Amstelveen.

Aanleiding voor de expositie is het schilderij De molen ‘Le Blute Fin’ van Vincent van Gogh uit 1886, dat in 2010 in de collectie van Museum de Fundatie werd ontdekt. Van Gogh maakte het schilderij kort na aankomst in de Franse hoofdstad in maart 1886. Het kleurrijke doek is een kantelpunt zijn oeuvre. Voor het eerst liet hij zien bereid te zijn om de kunst van het verleden, met name de Franse romantiek, in te ruilen voor die van zijn eigen tijd. In Parijs legde hij de basis voor zijn latere stijl.

Dat deze omslag uitgerekend in Parijs gebeurde, was geen toeval. De Franse hoofdstad vestigde juist in de laatste decennia van de negentiende eeuw, La Belle Époque, haar naam als het belangrijkste centrum van kunst en cultuur in de wereld. In Parijs had de crème de la crème van de kunst zich gevestigd. In de stad bevonden zich bovendien de meest toonaangevende kunstcritici, alsook talloze kunsthandelaren en potentiële klanten.

Piet van der Hem, Moulin Rouge, ca. 1908-1909, olieverf op doek, 81 x 100 cm, particuliere collectie.

Daarnaast waren er de musea, de oude en nieuwe monumenten, de boulevards, de pleinen en parken, de theaters, de cafés en de vrouwen. Dit alles oefende op de Nederlanders een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Van Gogh was dan ook zeker niet de enige Nederlandse kunstenaar die tijdelijk in Parijs werkte. Bijna iedere Nederlandse kunstenaar met ambitie vertrok eind negentiende en begin twintigste eeuw naar Parijs.

In het voetspoor van Van Gogh volgden kunstenaars als Kees van Dongen, Jan Sluijters en Leo Gestel, die via het fauvisme van Matisse de Nederlandse schilderkunst verrijkten met hun expressieve kleuren. Piet Mondriaan kwam in Parijs in aanraking met het kubisme van Picasso en Braque en ontwikkelde van daaruit zijn eigen unieke visie op de schilderkunst.

Vincent van Gogh, De molen 'Blute-Fin', 1886, olieverf op doek, 55 x 38 cm, collectie Museum de Fundatie, Zwolle.

De grote populariteit van Parijs onder Nederlandse kunstenaars duurde tot na de Tweede Wereldoorlog. De internationale Cobra-beweging, waarin de Nederlanders Constant, Karel Appel en Corneille zo bepalend waren, gaf vanuit de bruisende Franse metropool de moderne kunst wederom een sterke impuls. En de nog piepjonge Jan Cremer begon er eind jaren ’50 zijn schilderscarrière. Hij maakte er woeste schilderijen met soms centimeters dikke verflagen.

In de jaren ’60 nam New York definitief de voortrekkersrol van Parijs op het gebied van de beeldende kunsten over. Maar Parijs had het artistieke gezicht van Nederland voorgoed veranderd.

Van Gogh tot Cremer – Nederlandse kunstenaars in Parijs, 13 september 2014 t/m 4 januari 2015 in Museum de Fundatie, Zwolle

Share