Fundatie en Groninger Museum tonen samen expressionisme

Nieuws

Museum de Fundatie werkt opnieuw met een ander museum aan een dubbeltentoonstelling. Samen met het Groninger Museum besteedt het vanaf 30 april aandacht aan Duits expressionisme.

 

Erich Heckel, Windmüle bei Dangast, 1909, olieverf op doek, Wilhelm Lehmbruck Museum, Duisburg.

Erich Heckel, Windmüle bei Dangast, 1909, olieverf op doek, Wilhelm Lehmbruck Museum, Duisburg.

 

Museum de Fundatie toont het expressionisme uit het begin van de twintigste eeuw. In het Groninger Museum staat het neo-expressionisme uit de jaren 80 centraal. Beide bewegingen hadden één belangrijk ding gemeen: artistieke vrijheid zonder compromis.

De tentoonstelling Wilden in de Fundatie richt zich op de kunstenaarsgroeperingen Die Brücke en Der Blaue Reiter. Expressionisten als Alexej von Jawlensky, Wassily Kandinsky, Emil Nolde, Ernst Ludwig Kirchner, Franz Marc en Max Pechstein zochten naar nieuwe schilderkunstige middelen zochten voor hun visie. Met ongekend felle kleuren en krachtige vormen als gevolg.

De expositie is niet ingedeeld naar periode en/of groepering, maar naar thema, als mens en wereld. Daarmee ligt de nadruk niet zozeer op stilistische ontwikkelingen als wel op het gedachtegoed van de expressionisten.

 

Helmut Middendorf (1953), Electric Night (Elektrische Nacht), 1979, lijmverf op onbewerkt katoen, tweeluik, Deutsche Bank Collection at the Städel Museum, Frankfurt am Main Foto: Städel Museum – ARTOTHEK © VG Bild-Kunst, Bonn 2015.

Helmut Middendorf (1953), Electric Night (Elektrische Nacht), 1979, lijmverf op onbewerkt katoen, tweeluik, Deutsche Bank Collection at the Städel Museum, Frankfurt am Main Foto: Städel Museum – ARTOTHEK © VG Bild-Kunst, Bonn 2015.

 

Het Groninger Museum staat stil bij de Nieuwe Wilden, als Walter Dahn, Martin Kippenberger, Helmut Middendorf, Ina Barfuss, Volker Tannert en Bernd Zimmer. Zij waren vertegenwoordigers van het neo-expressionisme. Dat kwam in de jaren 80 brutaal en heftig op. Bijna niemand had verwacht dat de figuratieve, expressionistische schilderkunst met zo’n grote kracht terug zou komen.

Dat gebeurde wel, in meerdere landen tegelijk, maar nergens op zo’n brede schaal als in wat toen nog West-Duitsland heette. Daar ontstonden in diverse steden levendige centra waar jonge kunstenaars in wisselwerking en competitie met elkaar rauwe, provocerende en humoristische schilderijen maakten. Sommigen lieten zich daarbij direct inspireren door het historische Duitse expressionisme. Anderen beoefenden met onverholen sarcasme de zogenaamde bad painting. Het Groninger Museum was een van de eerste musea in Nederland die dit soort kunst op grote schaal verzamelde.

Nieuwe Wilden is samengesteld door het Städel Museum in Frankfurt am Main. Daar was ze eerder dit jaar te zien onder de titel Die 80er. Figurative Malerei in der BRD.

Alexej von Jawlensky Spanisches Mädchen, 1912, olieverf op karton, Peter und Gudrun Selinka-Stiftung, Ravensburg.

Alexej von Jawlensky Spanisches Mädchen, 1912, olieverf op karton, Peter und Gudrun Selinka-Stiftung, Ravensburg.

Het is de tweede keer in korte tijd dat Museum de Fundatie in samenwerking met een ander museum een dubbeltentoonstelling presenteert. Op dit moment loopt in Zwolle en gelijktijdig in Rijksmuseum Twenthe de expositie Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme. Deze is nog te zien tot en met 3 januari.

Wilden. Expressionisme van Brücke en Der Blaue Reiter, 30 april t/m 18 september 2016 in Museum de Fundatie, Zwolle

Nieuwe Wilden. Duits neo-expressionisme uit de jaren ’80, 30 april t/m 23 oktober 2016 in het Groninger Museum, Groningen

Share