Erwin Wurm vraagt zich in Oss af of hij een huis is

Warning: Trying to access array offset on value of type null in /customers/3/0/2/digitalekunstkrant.nl/httpd.www/wp-content/themes/magazine-premium/template-parts/content.php on line 13

“Ben ik een huis?”, vraagt Erwin Wurm zich af, zodra de musea weer open mogen. Museum Jan Cunen wil eind januari de grote solotentoonstelling Am I a House? van de Oostenrijkse kunstenaar openen. Het voormalige woonhuis Villa Constance, waarin het museum is gevestigd, is dan niet alleen locatie, maar ook het onderwerp. Want wat is eigenlijk een huis?

Voor Erwin Wurm (1954) is een huis als een tweede huid, een laag om onze eigen huid heen. “Het huis biedt bescherming en geeft ons zekerheid, maar is ook een statussymbool waarmee we pronken”, zegt hij daar zelf over. “Kijk maar naar de rijkgedecoreerde hal van de villa. Het zegt iets over onze identiteit; misschien gaan we er – net als bij een auto of een hond – zelfs een beetje op lijken. Met alle technologische ontwikkelingen kun je je afvragen hoe dat in de toekomst zal zijn; worden we dan echt één met onze bezittingen? Kan een lichaam ook een huis zijn?”

Museum Jan Cunen_Villa Constance. Foto: Loek Blonk.

In de kern gaat Wurms werk over de mens, onze alledaagse realiteit en de absurditeit die daarmee gepaard gaat. De nog altijd groeiende reeks One Minute Sculptures, waaraan Wurm al meer dan vijfentwintig jaar werkt, is daarvan een sprekend voorbeeld. Deze beelden bestaan uit gewone voorwerpen, zoals een trui, meubel of een paar tennisballen, voorzien van een instructie. Vervolgens is het aan de toeschouwer om het werk tot leven te wekken of af te maken. En dus plaats je bijvoorbeeld een stoel op je borst door je armen in de leuningen te haken, met een ongemakkelijk geknakte nek tot gevolg (The Idiot II, uit 2003). Wurm speelt op deze manier met de traditionele rol van de bezoeker. Alleen kijken is niet voldoende, want: “Dan telt het kunstwerk niet”.

Het werk van Wurm is toegankelijk en humoristisch, maar zet ook aan het denken. Neem bijvoorbeeld zijn Narrow Furniture: herkenbare, levensgrote meubels, die Wurm ‘samenperst’ tot benauwende afmetingen. Smalle versies van een bed, een bad en een urinoir wijzen de kijker op de voormalige functies van de kamers van de Osse villa. Tegelijkertijd verwijzen ze naar het milieu waarin de kunstenaar opgroeide: het naoorlogse Oostenrijk. Dat in zijn ogen streng, ouderwets en patriarchaal was. Met zijn persoonlijke ervaringen als uitgangspunt vertelt Wurm een universeel verhaal.

Erwin Wurm – Am I a House?, 29 januari t/m 28 augustus in Museum Jan Cunen, Oss

Share